De absolutie is Gods vergeving van zonden die een gedoopte gelovige ontvangt door sacramentele bemiddeling van een priester.
Etymologie
Het Nederlandse woord ‘absolutie’ komt uit het Latijn: het zelfstandig naamwoord absolutio, van het werkwoord absolvere (‘bevrijden’, losmaken’, ‘ontbinden’, ‘ontslaan van’), een samenstelling tussen het voorvoegsel ab- (‘af’, ‘weg van’) en solvere (‘oplossen’, ‘losser maken’, ‘loslaten’), afkomstig uit het Proto-Indo-Europees (se = [‘zich’] en de wortel leu [‘los’]).
Biecht
‘Absolutie’ is een term die in het Nederlands enkel een kerkelijk-rituele betekenis heeft en geen seculiere. Het is de aanduiding voor de vergeving van de zonden die een biechteling (= boeteling, penitent) ontvangt als een priester tijdens het ritueel van het sacrament van boete en verzoening zegt dat hij de biechteling van diens zonden ontslaat.
'Ik ontsla u van ..'
In de door het kerkelijk leergezag voorgeschreven Latijnse absolutieformule staat: ego te absolvo. De officiële vertaling hiervan, dat wil zeggen de vertaling die door de bisschoppen in het Nederlandstalig gebied is goedgekeurd, luidt: ‘ik ontsla u van…’ Het verlenen van de absolutie wordt in kerkrechtelijk jargon soms ‘absolveren’ genoemd. Het is dus de priester die absolveert. Hij doet dit echter niet op eigen gezag, maar in persona Christi (‘in de persoon van Christus’). Het subject van absolutie is dus niemand anders dan Jezus Christus, de Verlosser.
Boete en verzoening
De absolutie is een van de wezenlijke onderdelen van het sacrament van boete en verzoening. Het volgt in normale omstandigheden op de biecht van een gelovige aan een biechtvader oftewel een priester die bevoegd is om dit sacrament toe te dienen.
Zonder belijdenis
In buitengewone omstandigheden mag een priester ook de absolutie geven zonder voorafgaande biecht, maar alleen als het voor een boeteling fysiek of moreel onmogelijk is om zijn zonden te belijden. Dat is zo bepaald in het Wetboek (Codex) van Canoniek Recht uit 1983, canon 960.
Aan meerderen tegelijk
In canon 961 van de Codex staat dat de absolutie ook aan meerdere personen tegelijk en zonder voorafgaande belijdenis kan worden verleend. Maar dat mag alleen als er voor de boetelingen stervensgevaar dreigt en het de priester aan tijd ontbreekt om van iedere boeteling afzonderlijk de persoonlijke biecht af te nemen. Ook is dit toegestaan als er sprake is van een “ernstige noodzaak”, waarbij er onvoldoende biechtvaders aanwezig zijn “om naar behoren de belijdenis van ieder afzonderlijk binnen een passende tijd te aanhoren, zodat de boetelingen buiten eigen schuld gedwongen worden de sacramentele genade of de heilige communie lange tijd te missen”. Bij een groot religieus evenement, zoals een festival of bedevaart, waar er een grote toeloop is van boetelingen, is er volgens de Codex geen sprake van een noodzaak.
Voorwaarden algemene absolutie
De sacramentele zondenvergeving zonder voorafgaande biecht (persoonlijke belijdenis van zonden) wordt absolutio generalis (‘algemene absolutie’) genoemd. Canon 962 van de Codex wijst erop dat boetelingen deze algemene absolutie alleen geldig kunnen ontvangen als ze oprecht berouw van hun zonden hebben en als ze het voornemen hebben alsnog een persoonlijke belijdenis te doen mocht de calamiteit zich niet meer voordoen. Dus: stel dat de piloot van een vliegtuig vol katholieke pelgrims met slechts één priester als pastoraal begeleider, zegt dat het toestel gaat neerstorten, dan mag die priester de algemene absolutie verlenen – echter niet aan zichzelf. Maar als die piloot zich heeft vergist en zijn vliegtuig toch veilig laat landen, dan dienen allen die de genade van de verleende absolutie willen behouden, alsnog hun zware zonden persoonlijk op te biechten bij welke bevoegde priester dan ook.
Formule
De absolutieformule die de priester moet uitspreken bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit een inleiding waarin wordt verwezen naar de Drie-eenheid en een aanzegging van genade, die taalkundig in de aanvoegende wijs staat. Het tweede gedeelte staat in de aantonende wijs en gebruikt de eerste persoon enkelvoud. In tegenstelling tot de sacramentele formules in het oosterse christendom wordt er niet tot God gebeden, maar is de tekst rechtstreeks tot de boeteling gericht:
God, de barmhartige Vader, heeft de wereld met zich verzoend door de dood en de verrijzenis van zijn Zoon en de Heilige Geest uitgestort tot vergeving van de zonden; Hij schenke u door het dienstwerk van de Kerk vrijspraak en vrede. En ik ontsla u van uw zonden, in de naam van [hier begint de priester het kruisteken over de boeteling te maken] de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.