Een altaarsteen is een in het altaarblad opgenomen steen dan wel een geheel stenen altaarblad, waarin of waaronder de bij het altaar behorende relieken rusten.

Martelarenverering

In het Romeinse Rijk bestond bij de christelijke gemeenschappen een bijzonder intensieve martelarenverering. Indien het enigszins mogelijk was koos een gemeenschap het graf van een martelaar uit om als brandpunt bij de eredienst te dienen. Bovenop of dicht bij het graf werd een ataar geplaatst, en daaromheen werd een kerkgebouw opgetrokken.

'Overschot'

Al snel werd het gebruik dat gemeenschappen die niet over een eigen martelaar beschikten, van elders een stoffelijk overschot haalden. Soms moest men zich tevreden stellen met grote of kleine fragmenten van een overschot. Het Latijnse woord voor 'overschot' is reliquia. Vandaar dat wij een fragment van het stoffelijk overschot van een martelaar of heilige in het Nederlands relikwie noemen.

Het reliekengraf

De verzegelde ruimte in een altaar waarin relikwieën worden geplaatst, heet het reliekengraf.

Voorschrift

De steen waaronder of waarin zich een reliekengraf bevindt, wordt altaarsteen genoemd. Het is bij voor de eredienst bestemde altaren inmiddels dwingend voorschrift dat een relikwie in of onder een altaarsteen wordt aangebracht (CIC, can. 1237, §2).

Kruisjes

Een altaarsteen is te herkennen aan de vijf kruisjes die erin uitgehouwen zijn. Bestaat de altaarsteen uit een geheel stenen altaarblad, dan zijn er altijd wel enkele kruisjes van een afstandje voor de kerkbezoeker zichtbaar.