Arma Christi (‘Wapens van Christus’) is een iconografisch begrip. De Arma Christi verbeelden elke afzonderlijk detail in de overgeleverde verhalen over het lijden en de dood van Jezus door middel van een symbolische representatie van een voorwerp.
Dat er gesproken wordt over ‘wapens’ heeft ermee te maken dat christenen belijden dat Jezus Christus een strijd heeft geleverd waardoor Hij een overwinning op het kwaad behaalde. Die zege behaalde Hij door het kwaad op radicale wijze te ondergaan: door Zich te laten vernederen, mishandelen, bespotten, kruisigen en vermoorden. De ‘wapens’ waarmee Hij zijn strijd voerde zijn niet zijn werktuigen, maar die van de mensen die Hem kwaad berokkenden.
Hoewel de Arma Christi al in de zesde eeuw werden verbeeld, bijvoorbeeld op de triomfboog boven de apsis van de San Michele in Affricisco in Ravenna, is het vooral een middeleeuws motief. Tot in de veertiende eeuw houden de ‘Wapens van Christus’ direct verband met de kruisiging. In de vroegste voorstellingen fungeerden deze voorwerpen als symbolische verwijzingen naar Christus’ overwinning aan het kruis. Tot deze groep behoren onder meer de doornenkroon, de lans, de nagels, de gesel en de riet stok met de spons. Deze objecten zouden volgens legendes in fysieke vorm in de vierde eeuw in Jeruzalem zijn teruggevonden; men spreekt in dat geval van Passierelieken of Werktuigen van het Lijden.
Naarmate afbeeldingen van de Arma Christi zich verder verspreidden, werden steeds meer attributen uit de Passieverhalen aan de reeks toegevoegd. Vanaf de dertiende eeuw werden ook objecten als de geselkolom, de blinddoek die tijdens Jezus’ bespotting werd gebruikt, het vat met zure wijn en de hamer waarmee Christus aan het kruis werd genageld aan de Arma Christi-lijst toegevoegd. Vanaf de veertiende eeuw gaat het motief een grotere rol spelen, vooral op afbeeldingen van Jezus als de ‘Man van Smarten’.
Lees verder over de Arma Christi in het lemma ‘Lijdensattributen’ >>