Cantica zijn lofzangen die niet aan het Boek der Psalmen zijn ontleend, maar aan andere gedeelten van de Bijbel.

Getijden

Een canticum (Latijn voor 'gezang', 'lied') of kantiek is een Bijbelse lofzang of liedachtige passage die niet aan het Boek der Psalmen is ontleend. Zowel de cantica als de psalmen worden gezongen dan wel gebeden in de liturgie van het Getijdengebed. Er bestaan oudtestamentische en nieuwtestamentische cantica.

Cantica Evangelica

Drie kantieken hebben een aparte status, omdat zij het hoogtepunt vormen van een van de gebedstijden. In de Lauden is dat het Benedictus (Lofzang van Zacharias), in de Vespers het Magnificat (Lofzang van Maria) en in de Completen het Nunc dimittis (Lofzang van Simeon). Alle drie zijn ontleend aan het Lucas-evangelie en worden daarom Cantica evangelica genoemd.

Jesaja

In de gewone vorm van de Romeinse ritus kent het Getijdengebed (Goddelijk Officie) vijftig cantica uit het Oude Testament en, exclusief de bovengenoemde, negen cantica uit het Nieuwe Testament. Van de eerste groep komen de meeste uit het boek Jesaja: negentien in getal. Van de tweede groep komen de meeste uit de Apokalyps van Johannes. Ook zijn ze ontleend aan brieven van Paulus, waarvan de bekendste is de passage uit de Filippenzenbrief (2,6-11).

Gloria Patri

In het Getijdengebed worden zowel de psalmen als de kantieken voorafgegaan met een antifoon. Ze worden afgesloten met het Gloria Patri en met de herhaling van de antifoon.