Een choorbisschop (ook wel koorbisschop genoemd) was een geestelijke die tot bisschop geconsacreerd was en bestuursmacht had in de landelijke delen van het diocees.

Landopzichter

De term choorbisschop of koorbisschop (in het Latijn: chorepiscopus) is ontleend aan het Griekse woord voor landopzichter: χωρα (chora = 'land') en επισκοπος (episkopos = 'opzichter').

Bestuursmacht

In de antieke kerk werd een onderscheid gemaakt tussen de eigenlijke bisschop, die zijn zetel in een stad had staan en daarom stadsbisschop werd genoemd, en een landbisschop. In naam van de stadsbisschop oefenden landbisschoppen bestuursmacht uit in de rurale gebieden van het bisdom en verrichtten daar bisschoppelijke handelingen, zoals zegeningen, zalvingen en zelfs wijdingen.

Oosten

In het Oosten komt het ambt van choorbisschop voor sinds de 3e en 4e eeuw. Door verschillende synodes werd de bestuurlijke macht van de choorbisschoppen aanzienlijk beperkt. Na verloop van tijd verdween het ambt zelfs; de titel echter bleef: die werd verleend aan priesters die in rang boven andere geestelijken stonden (vergelijkbaar met dekens in het Westen). In de oosters-orthodoxe, oosters-katholieke en oriëntaals-orthodoxe kerken bestaan titulaire choorbisschoppen nog steeds. Zij hebben de laagste rang binnen het episcopaat, onder die van assistent-bisschoppen, suffragane bisschoppen, hulpbisschoppen, missiebisschopen, exarchen, diocesane bisschoppen, metropolitane bisschoppen en metropoliet-aartsbisschoppen.

Westen

In het Latijnse Westen komen choorbisschoppen vanaf de 6e eeuw vooral voor als missiebisschoppen. Het ambt raakte op den duur ingeburgerd, wat inhield dat ze bestuursmacht kregen over diocesane regio's. Ook kregen ze het recht om aan synodes deel te nemen. In de 9e eeuw groeide uit de gelederen van de diocesane bisschoppen weerstand tegen het chorepiscopaat. Dat leidde ertoe dat het ambt werd afgeschaft.

Aartsdiaken en wijbisschop

Na de afschaffing van het chorepiscopaat in het Westen, kwamen twee nieuwe ambten op: die van de aartsdiakens en de wijbisschoppen. De aartsdiakens hadden geen bisschopswijding ontvangen, maar kregen wel jurisdictie over de diocesane clerus. De wijbisschoppen hadden wel een bisschopswijding ontvangen, maar kregen geen bestuursmacht; zij vervingen de bisschop vooral in de liturgie.