Congregatie voor de Heiligverklaringen

De Congregatie voor de Heiligverklaringen behandelt alles wat, volgens de vastgestelde procedure, leidt tot de zalig- of heiligverklaring van de Dienaren Gods.

In 1588 riep paus Sixtus V de Heilige Congregatie van de Riten in het leven. Dit dicasteriumbehandelde naast de heiligencultus ook de zaken van de heiligverklaringenPaulus VI stichtte in 1969 de Congregatie voor de Heiligverklaringen. Daarmee voldeed hij aan de wens van Pius X, die het wenselijk achtte dat de zaken voor de zalig- en heiligverklaringen aan een speciaal daartoe ingericht orgaan zouden toekomen.

Leden
De Congregatie wordt geleid door een kardinaal-prefect. Ze heeft 23 leden: kardinalenaartsbisschoppen en bisschoppen. De Congregatie heeft verder diverse functionarissen in dienst: één promotor iustitiae (‘bevorderaar van de gerechtigheid’, vroeger was dat de promotor fidei, die ook wel ‘advocaat van de duivel’ werd genoemd); vijf relatores (advocaten die de heiligverklaring van een kandidaat bepleiten); en 83 consultores.

Ondersteuning bisdommen
Ieder proces tot beatificatie of canonisatie van een gelovige start in het bisdom waartoe de kandidaat behoorde. De Congregatie ondersteunt daarbij in eerste instantie de diocesane bisschoppen die voor het eerste proces verantwoordelijk zijn. De Congregatie bekijkt ook zaken die al aanhangig zijn gemaakt en onderzoekt of alles is uitgevoerd in overeenstemming met de kerkelijke wet.

Wonderen, martelaar, deugden
Voordat de paus iemand zalig of heilig verklaart, moet de Congregatie hebben vastgesteld of de kandidaat – Dienaar Gods genoemd – de christelijke deugden op heldhaftige wijze heeft beoefend, een martelaar is geweest of door zijn tussenkomst een wonder heeft veroorzaakt.

Titel Kerkleraar
De Congregatie is tevens bevoegd te onderzoeken wat nodig is voor het verlenen van de titel Kerkleraar aan heiligen, na het ontvangen van de aanbeveling van de Congregatie voor de Geloofsleer wat betreft de uitmuntendheid van hun leer.

Relikwieën
De Congregatie heeft de bevoegdheid te bepalen of relieken echt zijn of niet. Ook spreekt zij zich uit over de gepaste bewaring van relieken.