Constantijn de Grote

Constantijn de Grote (ca. 285-337) was de eerste Romeinse christenkeizer. In 312 leverde hij een beslissende strijd tegen een rebellerende medekeizer. Volgens een populaire legende won hij de Slag bij de Milvische Brug nadat hij in een visioen het kruisteken aan de hemel zou hebben gezien. Door zijn overwinning stevende Constantijn af op de alleenheerschappij van het Romeinse Rijk. In 325 riep hij alle christelijke bisschoppen op deel te nemen aan het eerste Oecumenische Concilie in Nicea.

Ouders
Constantinus (vernederlandst tot Constantijn) werd omstreeks 285 geboren in Naissos, de huidige stad Ni' in Servië. Zijn vader was de zoon van de gouverneur van Dalmatië, Constantius Chlorus, en diens concubine Flavia Julia Helena. Constantijns moeder wordt in zowel de katholieke als orthodoxe traditie als Sint Helena vereerd.

Tetrarchie
Vijf jaar na Constantijns geboorte werd zijn vader door keizer Diocletianus benoemd tot lid van een nieuwe bestuursvorm: de Tetrarchie. Voortaan zouden vier (tetra in het Grieks) keizers regeren over de Romeinse Rijk: een augustus senior, een augustus junior, een caesar senior en een caesar junior. Diocletianus werd augustus senior voor het Oosten met Galerius als caesar junior. Maximianus werd augustus junior voor het Westen met Constantius Chlorus als caesar senior.

Nicomedia
Diocletianus, als augustus senior het belangrijkste lid van de tetrarchie, zetelde in residentiestad Nicomedia, het huidige Izmit in Turkije. Om zich ervan te verzekeren dat Constantius Chlorus hem trouw bleef, haalde Diocletianus diens zoon Constantijn naar Nicodemia. Later werd Constantijn naar Perzië gestuurd om caesar Galerius te vergezellen op zijn veldtocht.

Heerser West-Europa
In 305 trad Diocletianus af en benoemde Constantius Chlorus tot de nieuwe augustus senior, maar die overleed een jaar later. Chlorus werd opgevolgd door Galerius. Die benoemde Constantijn tot caesar junior, waardoor hij heerser van Hispania, Gallia, Brittania en Germania werd. Severus, een beschermeling van Galerius, werd de westelijke augustus die zetelde in Milaan. Als caesar boekte Constantijn het ene na het andere militaire succes. Aan de noordgrens van het rijk versloeg hij de Franken, de Goten en de Alemannen. De vestingstad Keulen versterkte hij door het bruggenhoofd Divitia, het huidige Deutz.

Maxentius
Ondertussen was er een hoge Romeinse officier op het toneel gekomen die de machtsverhoudingen zo verstoorde dat de leden van de tetrarchie met elkaar in conflict raakten. Deze officier heette Maxentius, de zoon van voormalig augustus Maximianus. Hij riep zichzelf in 306 tot vorst (princeps) van Rome uit. Galerius beschouwde dat als een aanslag op zijn gezag en stuurde caesar Severus op hem af om hem uit te schakelen. Maxentius had de troepen van Severus echter omgekocht en wist hem via een valstrik gevangen te nemen en te laten doden. Severus werd opgevolgd doorLicinius I.

Visioen
In 311 stierf Galerius en kwam er een einde aan de tetrarchie. Constantijn en Licinius vormden één front tegen Maxentius en augustus Maximinus II Daia. Het jaar daarop trok Constantijn Italië binnen om slag te leveren met Maxentius. Volgens een beroemde legende zou Constantinus aan de vooravond van de beslissende slag bij de Milvius-brug over de Tiber een visioen hebben gehad. Constantijn zou een kruis aan de hemel hebben zien staan. Een hemelse stem zou hebben geroepen: 'In dit teken zult hij overwinnen' (εν τουτω νικα: In Hoc Signo Vinces. Als hij het Christusmonogram van de christenen op de schilden van zijn legionairs zou aanbrengen, zou hij de slag winnen. Feit is dat Maxentius op 28 oktober 312 bij de Milvius-brug verslagen werd. Deze overwinning wordt in de kerkgeschiedenis als een keerpunt beschouwd.

Edict van Milaan
Na de nederlaag van Maxentius en later ook van Maximinus II Daia waren Constantijn en Licinius de overgebleven heersers van het Romeinse Rijk. In 313 vaardigde Constantijn het Edict van Milaanuit. Daardoor werd het christendom voortaan een toegestane godsdienst (Religio licita). Nadat Maximinus II Daia was verslagen, vaardigde Licinius het edict ook in het Oosten uit. Wat echter vaak onvermeld blijft is dat in 311 de wrede christenvervolger Galerius in het Oosten ook al een tolerantie-edict had uitgevaardigd. Volgens de schrijver Lactantius (ca. 250-ca. 320) was de oosterse augustus Galerius in de veronderstelling gekomen dat de God van de christenen hem met een dodelijke ziekte had getroffen. Uit berouw vaardigde hij zijn edict uit, waardoor duizenden christenen uit gevangenschap werden vrijgelaten. 

Privileges
Het Tolerantiedecreet van Milaan hield in dat aanhangers van de christelijke godsdienst niet meer vanwege hun weigering te offeren aan de Romeinse staatsgoden konden worden vervolgd. Voortaan had het christendom dezelfde rechten als andere erkende godsdiensten. Later zou Constantijn het christendom echter begunstigen, onder meer door de fiscale vrijstelling van de christelijke clerus. Ook verleende hij de bisschoppen het privilege om binnen hun eigen kerkgemeenschap recht te spreken.

Alleenheerser
Constantijn kwam uiteindelijk met Licinius in een zwaar conflict, waarschijnlijk naar aanleiding van meningsverschillen over het christendom. In 324 leverden de legers van Constantijn strijd met die van Licinius. De laatste verloor. Constantijn beschuldigde zijn collega-augustus van hoogverraad en liet hem ter dood brengen. Vanaf dat moment was Constantijn alleenheerser van het Latijnse Westen en het Griekse Oosten.

Constantinopel
Constantijn streefde naar een nieuwe orde. Als teken van daarvan liet hij bij het Griekse stadje Byzantion aan de Bosporus het nieuwe Rome bouwen: Nova Roma. Voortaan zou deze stad het middelpunt van het Romeinse Rijk worden. Als spoedig werd Nova Roma anders genoemd: Stad van Constantijn, Konstantinopolis in het Grieks. Constantinopel zou inderdaad uitgroeien tot de machtigste en rijkste stad van de oikoumenè, de bewoonde wereld.

Bestuursapparaat
Onder Constantijn werd het bestuur van het Rijk grondig hervormd. Militair en civiel gezag werden volledig van elkaar gescheiden. Het keizerlijk apparaat werd voortaan bijgestaan door het zogenoemde Sacrum Consistorium. Het immense rijk dat Diocletianus al had opgedeeld in diocesen, kwam onder directe leiding van keizerlijke plaatsbekleders (vicarii) te staan. De Rooms-Katholieke Kerk heeft deze bestuursvorm in feite overgenomen. De parallellie is duidelijk: keizer-paus; consistorie-kardinalenvergadering; diocesen-bisdommen. De bisschoppen zijn dan weliswaar geen plaatsbekleders van de paus, maar staan wel onder zijn gezag.

Kerstening
De Romeinse cultuur onderging op gezag van Constantijn een drastische wijziging. Zo schafte hij in 315 de executie door kruisiging af. In 321 promulgeerde hij rijkswet waarin bepaalde werd dat de dag na de joodse sabbat voortaan als een feest moest worden gevierd. Tussen 319 en 321 verbood hij heidense priesters offerdieren te 'lezen' om daarmee de wil van de goden te achterhalen. In 325 ontnam hij de Romeinse burgers het wrede spektakel van de gladiatorspelen. 

Zonen
Constantijn besloot in 335 dat het Rijk na zijn dood verdeeld moest worden over zijn drie zonen. Constantijn II kreeg Britannia, Hispania en Gallia; Constantius II kreeg Egypte, Asia en de Zwarte-Zeekust (Pontus); Constans kreeg Africa, Pannonia (het Donau-gebied) en Italia.

Nicea
Constantijn was ervan overtuigd dat hij als Pontifex Maximus ook gezag had over de godsdiensten binnen het Rijk. Aangezien hij het christendom had omarmd, sprak het dus voor zich dat hij zich wilde mengen in kerkelijke aangelegenheden. Constantijn beschouwde de nieuwe religie als een belangrijke bindingsfactor voor de politieke eenheid binnen zijn imperium. Interkerkelijke onenigheid moest dan wel de kop in worden gedrukt. Daarom besloot Constantijn een oecumenisch concilie te organiseren om het hoofd te bieden aan het arianisme, een stroming die bestreed dat Christus dezelfde goddelijke natuur heeft als de Schepper van Hemel en Aarde. In 325 kwamen 318 bisschoppen uit oost en west in opdracht van Constantijn in Nicea bijeen om tot een unaniem oordeel over de leer van Arius te komen. Dat leidde tot de veroordeling van het arianisme en tot de Geloofsbelijdenis van Nicea. Constantijn beschouwde zich tijdens deze vergadering als episkopos toon ektos (Grieks voor: 'bisschop voor uiterlijke zaken').

Basilieken
Constantijn liet in de belangrijkste plaatsen van het christendom basilieken bouwen. In Jeruzalem verscheen de Heilig-Grafkerk en in Bethlehem de Geboortekerk. In Rome liet hij boven het graf van Petrus op de Vaticaanse heuvel een enorme basiliek bouwen. Ook boven het graf van Paulusliet hij een basiliek neerzetten. Constantijn staat ook aan de basis van de pauselijke kathedraal Sint-Jan van Lateranen. De keizer had een paleis gebouwd op een stuk grond aan de rand van Rome te leen gegeven aan paus Melchiades. Oorspronkelijk had de grond toebehoord aan de Laterani, een adellijke familie in Rome. In 325 werd bij het paleis een basiliek gebouwd. In de Middeleeuwen werden daar vier Oecumenische Concilies gehouden. Het paleis was eeuwenlang de pauselijke residentie.

Gedoopt
Hoewel Constantijn zich tot het christendom bekeerd had, zou hij zich pas op zijn sterfbed hebben laten dopen, door nota bene een ariaanse bisschop. Constantijn overleed op 22 mei 337 in Nicodemia, waar hij bezig was een veldslag tegen de Perzische vorst Sapor II voor te bereiden.

Heilige
In de meeste orthodoxe en katholieke kerken van het Oosten wordt Constantijn als een heiligevereerd. Soms wordt hij er de isapostolos ('aan de apostelen gelijk') of 'De Dertiende Apostel' genoemd. Constantijn heeft zijn imago als heilige vooral te danken aan de geschiedschrijver, bisschop Eusebius van Caesarea (ca. 275-339). In zijn Vita Constantini beschrijft hij de keizer als de ideale christelijke heerser, die de Kerk haar vrijheid gaf. In werkelijkheid was Constantijn een opportunist en zoals de meeste Romeinse keizers een wreedaard.