Eerste Brief aan de Korinthiërs

De Eerste Brief aan de Christenen van Korinthe is een geschrift dat deel uitmaakt van de canon van het Nieuwe Testament. De brief werd geschreven door de apostel Paulus.

Door Paulus gesticht
De eerste brief aan de Korinthiërs is, anders dan de Romeinenbrief, gericht aan een gemeente die de apostel Paulus zelf had gesticht, in de jaren 50-52. De brief is geschreven in Efeze, waarschijnlijk in het voorjaar van 54 of 55.

Belangrijke havenstad
Korinthe, gelegen in het noorden van het schiereiland Peloponnesos, was in Paulus' tijd een belangrijke havenstad, een knooppunt van verbindingen tussen oost en west. De christengemeente bestond hoofdzakelijk uit bekeerde heidenen, behorend tot de maatschappelijke onderlaag.

Bijzondere kwesties
De directe aanleiding tot het schrijven van deze brief was een brief van de gemeente zelf, waarin zij het oordeel van Paulus vroeg over een aantal punten. Hij antwoordt hierop vanaf vers 7,1. De vragen betroffen in elk geval kwesties over seksualiteit en huwelijk; waarschijnlijk hadden ze ook betrekking op het gebruik van het offervlees en de charisma's of bijzondere genadegaven, misschien ook op de leer van de opstanding (15).

Conflicten
Bovendien had Paulus mondelinge inlichtingen ontvangen omtrent de situatie van de gemeente, onder andere over onderlinge partijdigheid en onenigheden. Hierop reflecteert hij in de eerste zes hoofdstukken. Reeds eerder had hij een brief geschreven aan de Korintiërs, maar deze is verloren gegaan.

Eucharistie
In deze brief schrijft Paulus ook over de instelling van de Eucharistie (11, 17-34). Paulus zegt dat hij deze overlevering van de Heer zelf heeft ontvangen.

Hooglied van de liefde
De beroemdste passage van deze brief is het zogenoemde Hooglied van de Liefde (13, 1-13). In prachtige bewoordingen roemt Paulus de goddelijke deugd van de liefde. Hij begint met de woorden: “Al spreek ik de taal van mensen en engelen – als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal”, om te eindigen met: “Deze drie dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde; maar de liefde is het voornaamste."

Met dank aan de Katholieke Bijbelstichting (KBS) te Den Bosch die de 'Inleiding op de eerste brief aan de Korintiërs' (Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995) welwillend ter beschikking heeft gesteld voor verwerking in dit lemma.