Van 'Europa' als samenhangend geheel in de geschiedenis is pas sprake op het moment dat een aanwijsbare samenhang tussen alle bevolkingsgroepen van het continent kan worden waargenomen. Het christendom heeft de benodigde samenhang gebracht; voor het grootste deel van Europa was die samenhang een feit zo rond het begin van de eerste kruistocht in het jaar 1097.

Avondland

Het woord 'Europa' is vermoedelijk afgeleid van het phoenicische ereb, dat 'zonsondergang' betekent. Vandaar dat Europa ook wel het 'Avondland' wordt genoemd. Tegenover het Avondland staat Azië (van açer): het land van de opkomende zon, oftewel het 'Morgenland'.

Continent

Europa is een continent, dat in het Noorden begrensd wordt door de Noordelijke IJszee, in het Westen door de Atlantische Oceaan, in het Zuiden door de Middellandse Zee, de Zwarte Zee en het Kaukasus-gebergte, en in het Oosten door het Oeral-gerbergte en een aantal rivieren. Tot Europa behoren verschillende eilanden, waarvan de Britse eilanden, Corsica, Sardinië, Sicilië en Kreta de belangrijkste zijn.

'Europa' een samenhangend geheel vanaf ca. 1097

Van 'Europa' als een samenhangend geheel is in de geschiedenis pas sprake, op het moment dat een aanwijsbare samenhang tussen alle bevolkingsgroepen van het continent kan worden waargenomen. Dat moment ligt voor het grootste deel van Europa ergens in de christelijke Middeleeuwen; het jaar van de Eerste Kruistocht: 1097 zou, zo zullen we nog zien, een geschikt jaartal kunnen zijn.

Europa en Zeus

De Europese cultuur is in belangrijke mate gevormd door de antieke Grieks-Romeinse beschaving. Die nam in het Oude Griekenland een aanvang. In de Griekse mythologie bestaat Europa al. Europa is in die mythologie een vrouw: de dochter van een phoenicische koning. Zij laat zich verleiden door de god Zeus, die zich voor de gelegenheid in een stier heeft veranderd. De stier Zeus weet de langs het strand wandelende Europa over te halen op zijn rug plaats te nemen. Het dier springt met de schone dame op zijn rug in zee en zwemt naar het Westen, naar Kreta. Aldaar openbaart Zeus zich in zijn ware gedaante, en verkracht hij Europa. Toen zij haar lot betreurde, werd ze getroost door Aphrodite, de godin van de liefde. "Huil maar niet. Je bent nu vrouw van Zeus en dit prachtige oord heeft hij bestemd als woonplaats voor jou en je nakomelingen. Omdat hij jou, zijn sterfelijke echtgenote, zo bemint, wil hij je naam onsterfelijk maken. Het vreemde werelddeel waar hij je naartoe heeft gebracht, zal van nu af aan de naam Europa dragen."

Katholieke kerk

Ten zuiden van Phoenicië, het land waaruit de schone Europa volgens de mythe werd ontvoerd, ligt Palestina. In dit land leefde en leerde Jezus van Nazareth. Hij werd door velen gezien als de Christus: de door God gezonden brenger van het Godsrijk. Na de dood en verrijzenis van Jezus Christus vormden zijn volgelingen − de 'christenen' − de Katholieke Kerk.

Verspreiding van het christendom

Palestina behoorde in de tijd van Jezus tot het Romeinse Rijk. Het christendom verspreidde zich in betrekkelijk korte tijd tot in de verste uithoeken van het Rijk, dat in West- en Midden-Europa grofweg reikte tot aan de Rijn en de Donau. Aanvankelijk werden de christenen door de Romeinse heersers vervolgd. Keizer Constantijn de Grote (306-337) maakte daar met zijn tolerantie-edict(313) een einde aan. Het christendom werd onder keizer Theodosius (379-395) zelfs tot staatsreligie verheven (380).

Val van het Romeinse Rijk

Constantijn had het regeringscentrum van het keizerrijk verdubbeld. Naast Rome was voortaan ook het nieuwe, door Constantijn over de oude Griekse stad Byzantium heen gebouwde Constantinopel een hoofdstad van het Rijk. In 395 werd het Rijk officieel gesplitst in een westelijk en een oostelijk deel. Het Oost-Romeinse Rijk, met als hoofdstad Byzantium, zou nog eeuwen voortbestaan. Het West-Romeinse Rijk (met voortaan als hoofdstad Ravenna) was geen lang leven beschoren: in 410 werd Rome geplunderd en in 476 werd de laatste West-Romeinse keizer afgezet.

Europa nog geen samenhangend geheel

Het Romeinse Rijk was beslist geen Europees Rijk: het besloeg voornamelijk de ruimte rondom de Middellandse Zee. Van een aanwijsbare samenhang tussen alle bevolkingsgroepen die het Europese continent bevolkten was ten tijde van de plundering van Rome in 410 geen sprake.

Middeleeuwen

De tien eeuwen die van de val van het West-Romeinse Rijk tot de Reformatie (begin 16e eeuw) verlopen zijn, worden meestal de Middeleeuwen genoemd. Gedurende de Middeleeuwen werd het christendom voor het gros van de Europese elites, en in mindere mate ook voor de bevolking, de maatgevende religie. Het christendom maakte van 'Europa' de eenheid die het nu nog is.

Barbaarse Westen

De West-Europese christenheid zou een dominante positie in de wereldgeschiedenis gaan innemen. Rond 750 na Christus lag dat niet voor de hand. De islamitische Arabieren controleerden op dat moment niet alleen de kust van Noord-Afrika, Egypte, Arabië en Syrië maar ook het grootste deel van Spanje. Onder de Arabieren bloeide de antieke cultuur voort. Die cultuur bloeide eveneens in het Oost-Romeinse oftewel Byzantijnse Rijk, dat rond 750 het merendeel van het huidige Turkije en Griekenland, grote delen van de balkan en redelijk wat grondgebied in Italië controleerde. In vergelijking met de Arabische en Byzantijnse invloedssferen bood West-Europa een barbaarse aanblik.

Chaos en verval

Het waren voornamelijk Germaanse volkeren die zich in het Westelijke Rijk hadden gevestigd. Een opvallend kenmerk van de Germanen was hun gebrek aan hogere, 'abstracte' staatsordening. Hun volkeren bestonden voort bij de gratie van uitzonderlijk sterke loyaliteitsbanden tussen de vrije, wapendragende mannen. De Germanen verafschuwden iedere staatsordening die boven deze banden uitging. Het resultaat was chaos. De antieke kunst, wetenschap, literatuur, theologie en wijsbegeerte kwijnden weg. Ambachten konden zich slechts hier en daar op een behoorlijk niveau handhaven. De steden raakten in verval.

De kerk redt de beschaving

De enige institutie waarin, na 476, de antieke cultuur in het Westen kon voortleven was de katholieke kerk. Steden waarin een bisschop resideerde wisten zich in veel gevallen, zij het ook met veel moeite, enigszins te handhaven. Kunsten, wetenschappen, literatuur, theologie en wijsbegeerte werden in de kloosters bewaard. De kerkelijke organisatie, gebaseerd op die van het Romeinse Rijk, bood bovendien een ordening die boven het lokale uitging.

Bisschop van Rome

De katholieke kerk van het Westen groeide overigens naar een Rooms-Katholieke Kerk toe. Het primaat van de bisschop van Rome, opvolger van Sint Petrus, werd namelijk door vrijwel alle bisschoppen en abten erkend. De bisschop van Rome, ook wel paus genoemd, regeerde bovendien over de stad Rome. Tot in de vijftiende eeuw meende men dat Constantijn de Grote dit zo gewild had.

Franken scheppen 'West-Europa'

Het volk der Franken, dat na de val van het West-Romeinse Keizerrijk ruwweg het huidige Noord-Frankrijk, Oost- en Zuid-Nederland, België, Luxemburg en het Rijnland als thuisbasis had veroverd, was rond 800 meester over een gebied dat ongeveer de Benelux, Frankrijk, Noord- en Midden-Italië, Zwitserland, Oostenrijk, Tsjechië en West-Duitsland besloeg. De Frankische heerser, Karel de Grote (768-814), liet zich in 800 door de paus tot keizer van het 'West-Romeinse Rijk' kronen.

Karel de Grote en de West-Europese Cultuur

Karel de Grote stuurde ambassadeurs naar de keizer van het Oost-Romeinse Rijk en de belangrijkste islamitische heerser. Het Westen wilde in politieke zin als de gelijke van de twee grote erfgenamen van het Romeinse Rijk worden gezien, zoveel was duidelijk. Karel stimuleerde de handel, onder meer door de invoering van een nieuwe munt. Cultureel gezien stelde het rijk niets voor, helaas. Dit was Karel de Grote een doorn in het oog. In het hele rijk stimuleerde hij de herontdekking en verdere verspreiding van de door de kerk bewaarde antieke cultuur. Halfvergane manuscripten werden efficiënt gekopieerd in een nieuwe letter, de karolingische minuscuul. Voor alle clerici werd een fatsoenlijke vorming verplicht. De kroning van Karel de Grote door de paus was juist ook vanwege de culturele herleving een belangrijk moment in de geschiedenis van Europa. Het christendom schraagde voortaan niet langer, zoals nog in de tijd van de Romeinen, de cultuur van het Middellandse Zeegebied, maar de nog jonge cultuur van 'West-Europa'.

Uitbreiding van 'Europa' naar het Noorden en Oosten

Het rijk van Karel de Grote was van korte duur. De Hongaren belaagden West-Europa in het Oosten, en vanuit Scandinavië hielden de Vikingen aan de Noord- en Westkusten huis. De Zuidkust van Europa werd tegelijkertijd getroffen door aanvallen van de Arabieren. De bedreigingen werden grotendeels geneutraliseerd door de kerstening van de belagers. Rond het jaar 1000 waren Scandinavië, Polen, Bohemen, Hongarije en Kiev gekerstend en was het gevaar uit het Noorden en Oosten grotendeels geweken. 'Europa' reikte nu als samenhangend verband van christelijke volkeren van de Noordelijke IJszee tot aan de Middellandse Zee, en van de Noordzee tot aan de Zwarte Zee. Alleen het gevaar uit het Zuiden -het islamitische gevaar - was rond het jaar 1000 nog verre van geweken. Strijd was ophanden.

Byzantium bedreigd

Kijken we eerst eens naar het Oost-Romeinse Rijk. De Byzantijnen begonnen zich bedreigd te voelen. Aan hun Oostgrens moesten zij reeds lang de Islamieten het hoofd bieden, en in het Westen bleken rond het jaar 1000 serieuze gewapende machten te zijn ontstaan. De irritaties tussen Oost en West groeiden, en vonden allereerst op kerkelijk vlak een uitlaatklep.

Grote Schisma van 1054

Door de kroning van Karel de Grote tot keizer had de paus laten blijken niets te geven om de pretentie van het Byzantijnse Rijk, de enige opvolger van het Romeinse Rijk te zijn. Van de andere kant weigerden de Byzantijnse bisschoppen het primaat van de paus te erkennen. In 1054 kwam het tot een kerkscheuring: het Grote Schisma. Sindsdien kennen we de Rooms-Katholieke Kerk, die in West-Europa tot aan de Reformatie dominant is gebleven, en de Oosterse oftewel Grieks-Orthodoxe kerk, die zich in Griekenland en op de Balkan heeft verspreid, en later ook in Rusland dominant is geworden.

Gregorius VII

Kort na het Schisma trad paus Gregorius VII (1073-1085) aan. Hij zette een reorganisatie van de RK-Kerk in, die tot op de dag van vandaag haar aanschijn bepaalt. Gregorius stelde het celibaat voor priesters verplicht, voerde onze kalender (de 'Gregoriaanse kalender') in en begon de centralisatie van de kerkorganisatie. Gregorius wilde bovendien een eind maken aan het gebruik, dat wereldlijke heersers zich met de benoeming van bisschoppen en priesters bemoeiden. De strijd met de keizer die over de benoemingskwestie ontbrandde, wordt de Investituurstrijd genoemd.

Eerste kruistocht

Kort na de dood van Gregorius VII riep zijn opvolger Urbanus II op tot een kruistocht om Palestina, het Heilig Land, van de islamitische overheersers te bevrijden, in naam van het Kruis. De vijand die in het Zuiden 'Europa' herhaaldelijk had bedreigd, werd nu op gezag van de paus aangevallen. Christelijk Europa wist zich in de Eerste Kruistocht van 1097 als nooit tevoren vereend.

Belang van de kruistochten

Tot in de 13e eeuw zouden er kruistochten worden gehouden. De winst in politieke en militaire zin was bescheiden: de islamieten bleven uiteindelijk, na een eeuw van christelijke bezetting, in het bezit van Palestina. In cultureel opzicht was de winst evenwel duidelijk: 'Europa' was rond 1300 beslist een feit.

Europa in de 15e eeuw

In 1453 kwam het Oost-Romeinse Rijk, al eeuwen sterk verzwakt, definitief ten val. De Russische kerk, van Grieks-orthodoxe snit, verklaarde zich prompt tot erfgenaam van de Constantinopolitaanse tradities, en ging voortaan als 'Byzantijnse kerk' verder. In 1492 werden in Spanje de laatste Moren verdreven. 'Europa' was en bleef aan de vooravond van de Reformatie een op grond van het christendom samenhangend geheel van volkeren.

Van Reformatie naar Verlichting

De Reformatie bracht niet terstond wezenlijke veranderingen in het christelijk karakter van de Europese cultuur, zij het ook dat er na de Godsdienstoorlogen van de 16e en 17e eeuw meer christelijke kerken dan ooit te vinden waren. Wel werden de Europeanen door de felle gevechten met de wapenen en de polemische uiteenzettingen tussen de theologen van de verschillende kerken aan het denken gezet. In de 18e eeuw leidde dit tot eerste systematische uiteenzettingen van het atheïsme.

20e eeuw

Europa bleef grotendeels christelijk, tot ver in de 20e eeuw toe. Wel nam de greep van de georganiseerde religie op het dagelijks leven af, het eerst, in de 18e en 19e eeuw, bij de elites, en later, in de 20e eeuw, ook bij de grote volksmassa's. Eerst aan het einde van de 20e eeuw leek Europa voor het eerst sinds eeuwen niet meer vanzelfsprekend een christelijk geheel te zijn.

'Europese Gedachte'

Naarmate secularisatieontkerkelijking en ontkerstening sterker doorzetten, vatte bij de intelligentsia de idee post dat Europa niet langer meer voornamelijk op cultureel, maar juist ook op politiek en economisch vlak verenigd moest worden. Deze zogeheten 'Europese Gedachte' brak pas goed door na de Tweede Wereldoorlog. De verschrikkingen van de oorlog deden velen verlangen naar een democratisch Europa zonder gewapende conflicten en onderdrukking van minderheidsgroepen.

Frankrijk en Duitsland

De Europese Gedachte werd voor het eerst geformuleerd in een toespraak van de Franse minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk Robert Schuman, op 9 mei 1950. Bij monde van Schuman deed Frankrijk toen een historische handreiking aan aartsvijand Duitsland om samen met andere landen een verdrag te sluiten voor de gezamenlijke productie van kolen en staal. Deze handreiking wordt gezien als de geboorte van de Europese Unie. Door de jaren heen is de 9e mei daarom uitgegroeid tot de Dag van Europa.

Dominante Europese naties

De handreiking van Frankrijk aan Duitsland was van het grootste belang, omdat beide naties sinds de Reformatie sterk de gebeurtenissen op het Europese continent hadden bepaald. Frankrijk was de dominante Europese Natie op het vasteland geweest van circa 1670 tot 1870, en Duitsland van 1870 tot 1945. Zowel Frankrijk als Duitsland hadden geprobeerd de oude tradities van het West-Romeinse Keizerrijk nieuw leven in te blazen: Frankrijk met de Keizers Napoleon Bonaparte (1804-1815) en Napoleon III (1852-1870), en Duitsland met de keizers Wilhelm I (1871-1888) en Wilhelm II (1888-1918). Ook Hitler had met zijn 'Derde Rijk' (1933-1945) aansluiting gezocht bij de Europese geschiedenis van grote rijken.

Frans-Duitse As

Overigens kwam de Franse handreiking aan Duitsland zo kort na de Tweede Wereldoorlog niet uit de lucht vallen. Al na de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog hadden, in de jaren '20 van de vorige eeuw, de beide landen toenadering tot elkaar gezocht. Het is vooral aan de economische wereldcrisis die in 1929 inzette en aan de opkomst van Hitler te danken geweest, dat met de eenwording van Europa niet al eerder dan in 1950 door Frankrijk en Duitsland werd begonnen. Vanaf de oprichting van de kolen-en staalunie in 1951 heeft de Europese eenwording gewenteld om de door Frankrijk en Duitsland gevormde as.

Katholieke invloeden

Zeker in de beginfase van de Europese eenwording speelden katholieken een prominente rol. Bekend is de al genoemde Franse minister Robert Schuman (1886-1963), die niet alleen als een bijzonder verdienstelijk staatsman, maar ook als een diepgelovig katholiek geldt. Zijn zaligverklaringsproces loopt momenteel (medio 2004) in Rome. Geïnspireerd door het Evangelie wilde Schuman de logica van de sterkere die de zwakkere overheerst, doorbreken. De basis voor het samenleven van mensen en volkeren was volgens hem te vinden in de waardigheid van de mens als schepsel van God. Ook was het christelijk principe van de verzoening een drijfveer van zijn internationale politiek. Andere katholieke pioniers van de Europese eenwording, Charles de Gaulle, Konrad Adenauer en Alcide de Gasperi, deelden dit principe.

Oost en West

Zoals bekend werd Europa na de Tweede Wereldoorlog vrij snel in twee machtsblokken verdeeld: het kapitalistische Westen kwam tegenover het communistische Oostblok te staan. Paus Johannes Paulus II heeft zich vanaf het begin van zijn pontificaat in 1978 vasthoudend ingezet voor de mensenrechten en vrede tussen de volkeren van Oost- en West-Europa. Hij heeft onmiskenbaar bijgedragen aan de zegetocht van de Solidariteitsbeweging in zijn geboorteland Polen. De paus heeft hierdoor, en door werkzame 'stille' diplomatie achter de schermen, uiteindelijk sterk kunnen bijdragen aan de ineenstorting van het communisme in Polen en de rest van het Oostblok, die in 1989 inzette.

'Ecclesia in Europa'

Paus Johannes Paulus II was een welbespraakt pleitbezorger van het chrsitendom in de Europese Unie. Zo publiceerde hij in juni 2003 het apostolisch document Ecclesia in Europa, waarin krachtig wordt gepleit voor het vermelden van het christendom en de christelijke waarden in de Grondwet van de Europese Unie. De christelijke wortels zijn voor Europa een principiële garantie voor de toekomst, zo schrijft Johannes Paulus II. Ecclesia in Europa is overigens het slotdocument van de Europese bisschoppenconferentie, die in het najaar van 1999 werd gehouden, en in zijn geheel aan de problematiek van de Europese eenwording was gewijd.

Discussie over de EU-grondwet

Het Vaticaan en de Europese bisschoppenconferenties hebben de afgelopen tijd herhaaldelijk blijk gegeven van hun ergernis over het feit dat in het ontwerp van de preambule van de Europese Grondwet wel gewag wordt gemaakt van de Grieks-Romeinse beschaving, het humanisme en de Verlichting, maar niet van het christendom. In Nederland werd deze ergernis gedeeld door het CDA, dat pleit voor een verwijzing naar het joods-christelijk erfgoed als één van de bronnen van de Europese beschaving. Opmerkelijk is in dit verband ook een uitspraak van de voorzitter van de Europese Commisie, Romano Prodi in het Italiaanse rk-tijdschrift Dialogi van september 2003: "Monotheïstische godsdiensten, vooral de christelijke, behoren tot de wezenlijke wortels en ontwikkelingsfactoren van Europa. De geschiedenis van Europa en de geschiedenis van het christendom zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat moet terug te vinden zijn in de nieuwe grondwet."

Ziel van Europa

De Europese Unie beleefde op 1 mei 2004 een historisch moment. Op die dag traden er tien nieuwe lidstaten toe tot de Europese Unie. Ter gelegenheid van dit feit werd een internationale pelgrimage naar het Noord-Spaanse Santiago de Compostela georganiseerd. Een van de deelnemers was bisschop Van Luyn van Rotterdam, tevens vice-president van COMECE, de vergaderde bisschoppenconferenties binnen de EU. Aan het begin van deze bedevaart zei Van Luyn onder meer: "Europa staat voor de uitdaging opnieuw voor God en voor Christus te kiezen en zich te laten leiden door de pedagogie van de Verrezen Heer. Hij mag een vreemdeling lijken voor vele Europeanen, maar Hij is hun metgezel bij uitstek." Paus Johannes Paulus II feliciteerde de tien nieuwe EU-lidstaten, waaronder ook zijn geboorteland Polen. Hij drukte de landen op het hart dat de "ziel van Europa" steunt op christelijke waarden. De vorming van de Europese naties is volgens de paus immers steeds gepaard gegaan met de kerstening van de volkeren. Zoals uit de bovenstaande historische uiteenzetting blijkt, is de ziel van Europa inderdaad voor een belangrijk deel christelijk, want het is de kerstening van het werelddeel die de eenheid heeft gebracht, die in onze dagen op economisch en politiek vlak bezegeld wordt.