Geloof en rede

Geloof en rede zijn volgens de katholieke leer niet in conflict met elkaar: zij vullen elkaar juist aan.

Een voorbeeld: de evolutietheorie
Johannes Paulus II deed op 23 oktober 1996 een uitspraak die bij velen tot grote verbazing leidde. Tijdens een toespraak tot de Pauselijke Academie van Wetenschappen sprak hij over evolutie. Slecht geïnformeerde mensen denken dat alle christenen geloven dat evolutie niet te verenigen valt met het geloof in God als de Schepper van hemel en aarde. De paus leverde echter het bewijs dat zulks niet het geval is. Hij zei dit: "Nieuwe kennis brengt ons tot de erkenning dat de evolutietheorie meer is dan een hypothese".

Een conflict?
De evolutietheorie is een goed voorbeeld van een terrein waar velen een conflict tussen geloof en rede veronderstellen. Want wat is waar? Is het leven geleidelijk uit de levenloze materie ontstaan of heeft God het leven geschapen? Volgens Johannes Paulus geldt zowel het één als het ander. In het eerste geval is een natuurwetenschappelijke theorie waar, in het tweede geval een geloofsleer.

Galileo Galilei
Als theologie wordt vermengd met natuurwetenschap, levert dat niet alleen misverstanden op, maar ook een onvruchtbare strijd tussen geloof en rede. Een van de beruchtste voorbeelden van een dergelijke strijd is de affaire-Galileo Galilei (1564-1642). Deze astronoom werd door de Inquisitie veroordeeld tot levenslang huisarrest wegens ketterij. Hij had immers het gezag van de Heilige Schrift betwijfeld door te stellen dat de aarde niet het middelpunt van het heelal was. Het was Johannes Paulus II die in 1992 verklaarde dat Galilei onterecht werd vervolgd. De paus verontschuldigde zich zelfs voor deze kerkelijke dwaling. Volgens critici kwam het pauselijk excuus drie eeuwen te laat. Anderen prezen Johannes Paulus juist. Hij had immers de moed gehad om iets uit de weg te ruimen dat voor vele intellectuelen nog steeds een reden was om de RK-Kerk niet serieus te nemen.

'Fides et Ratio'
Dat de Kerk haar gezag zou aanwenden om zich te bemoeien met de wetenschap is één ding. Maar het omgekeerde doet zich ook voor: dat de menselijke rede zich opwerpt als het ultieme principe, dat ook in geloofszaken dwingend zou zijn. Onder meer over deze kwestie schreef Johannes Paulus II 1998 zijn encycliek Fides et Ratio ('Geloof en Rede'). Daarin bestreed hij de dwalingen van het rationalisme en het fideïsme. De eerste stroming beweert dat slechts de rede zich over God mag uitlaten; de andere leert dat de rede niet bij machte is iets zinnigs over geloofszaken te zeggen. Beide dwalingen zijn even verderfelijk.

Wat de rede vermag
Johannes Paulus II baseert zich in Fides et Ratio voornamelijk op Sint Thomas van Aquino. Deze middeleeuwse theoloog was ervan overtuigd dat God ook met de rede gekend kan worden, een doctrine die door het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) werd overgenomen. Omdat de mens 'beeld en gelijkenis' van God is, kan de menselijke rede het bestaan van God afleiden uit de waarneming van het geschapene. Ook de aard van God kan door de rede worden vastgesteld. Dat God almachtig, alwetend en algoed is, zijn eigenschappen die logisch zijn af te leiden, aldus de paus.

Waarvoor het geloof nodig is
Alleen het geloof vormt de weg waarop de mens te weten komt hoe hij verlost kan worden uit zonde en dood. De rede staat machteloos als ze geconfronteerd wordt met de diepste vragen en verlangens van de mens. Daarvoor is de goddelijke openbaring vereist.

De rol van filosofie
Johannes Paulus II doceert in zijn encycliek dat filosofie noodzakelijk blijft in het oprecht zoeken naar zin. Met spijt stelt hij vast dat sommige wijsgerige stromingen de mens op een dwaalspoor brengen: "Sommige filosofen hebben de zoektocht naar waarheid opgegeven. Het enige doel van hun wijsgerige activiteit is een subjectieve zekerheid of een bepaalde zin die in pragmatisch opzicht nuttig blijkt te zijn. Dat soort denken verduistert de ware waardigheid van de rede. Want die is dan niet meer toegerust om kennis te verwerven van de waarheid en het absolute te zoeken".