Gregorius de Grote

Paus Gregorius I (590-604) is een van de vier Grote Kerkvaders van het Westen. Zijn geschriften zijn een belangrijke bron van de katholieke moraaltheologie. Hij speelde een grote rol in de missiegeschiedenis van de Kerk van Rome.

Romeinse aristocratie
Gregorius, geboren omstreeks 540, was telg van een Romeinse aristocratisch geslacht. Zijn moeder was Sint Silvia. Na zijn studies werd Gregorius magistraat en stadsprefect. Na een innerlijke strijd besloot hij zijn wereldse leven achter te laten en monnik te worden.

Bisschop van Rome
Na verloop van tijd werd Gregorius pauselijk nuntius bij de Byzantijnse keizer in Constantinopel. Op 3 september 590 kozen de priesters van Rome Gregorius tot hun bisschop. Hij was de 63ste opvolger van de apostel Petrus. Gedurende zijn pontificaat werd Rome overheerst door de Byzantijnen. 

Missie naar Engeland
Als paus onderscheidde hij zich door zijn theologisch gezag en zijn missionaire inzicht. Zo gaf hij opdracht om Engeland te kerstenen. Zijn liefde voor zieken en armen was legendarisch. 

Visioen Michaël
Het verhaal ging dat hij tijdens een pestepidemie een visioen kreeg van de aartsengel Michaël. Deze verscheen aan hem met getrokken zwaard, staande op het mausoleum van keizer Hadrianus aan de Tiber. Toen Michaël zijn zwaard weer in de schede stak, verdween de pest en werd Rome gered. Sindsdien heette Hadrianus' mausoleum de Engelenburcht.

Duif
Een andere legende zegt dat Gregorius' geschriften werden geïnspireerd door de Heilige Geest zelf. De diaken Petrus zou een duif bij het oor van een schrijvende Gregorius hebben gezien.

Gregoriaans
Volgens een overlevering zou Gregorius verantwoordelijk zijn voor de eerste standaardisering van de westerse kerkmuziek, vandaar de naam 'gregoriaans'.

Geschriften
Gregorius' belangrijkste geschriften zijn Moralia in Iob (een traktaat over christelijke ethiek), Regula pastoralis (een pastoraal-theologische handleiding) en Dialogen over de Italische Vadersmet daarin een levensbeschrijving van Sint Benedictus van Nursia. In totaal schreef hij ruim 850 brieven. Zijn geschriften getuigen van zijn inspanningen om barbaren voor zich te winnen, ketters te bestrijden en heidenen te bekeren en geestelijk leidsman voor de gelovigen te zijn.

Kerkvader
Gregorius stierf op 12 maart 604. Samen met AugustinusAmbrosius en Hiëronymus behoort hij tot de Grote Kerkvaders van het Westen. Hij heeft zich ingezet om het tij van de geschiedenis te keren en stond aan de wieg van het middeleeuwse Europa, met Rome als centrum van de katholieke christenheid. Paus Bonifatius VIII verleende hem in 1295 de eretitel van Kerkleraar. Zijn feestdag in het Westen is 3 september, in de Byzantijns-orthodoxe en de Byzantijns-katholieke Kerken 12 maart.