De instellingswoorden zijn de woorden die Jezus tijdens het Laatste Avondmaal uitsprak toen hij het sacrament van de eucharistie instelde. In gestileerde vorm staan deze woorden in het Eucharistisch Gebed en maken zij deel uit van de consecratie, de formule waardoor brood en wijn veranderen in het Lichaam en Bloed van Christus.

Marcus en Matteüs

De woorden waarmee Jezus de eucharistie instelt, staan in Paulus' Eerste Brief aan de Korinthiërs en de evangeliën van Marcus, Mattëus en Lucas. De versie van Marcus en die van Mattëus zijn identiek (Mc 14: 22.24 en Mt 26, 26.28). In beide evangeliën zegt Jezus over het brood: 'Neem het, dit is mijn lichaam.' Over de beker: 'Dit is mijn bloed van het verbond, dat voor velen wordt vergoten.'

Lucas

Lucas'versie (Lc 22: 19.20) is uitgebreider dan die van Marcus en Matteüs. Over het brood zegt de Lucaanse Jezus: 'Dit is mijn lichaam; het wordt voor jullie gegeven. Blijf dit doen om Mij te gedenken.' Over de beker: 'Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed; hij wordt voor jullie leeggegoten.'

Paulus

De versie van Paulus is langer: 'Dit is mijn lichaam; het is voor jullie. Blijf dit doen om Mij te gedenken.' 'Deze beker is het nieuwe verbond door mijn bloed. Blijf dit doen om Mij te gedenken, telkens wanneer jullie eruit drinken' (1 Kor. 11: 24.25).

Consecratie

De instellingswoorden zijn voor liturgisch gebruik gestileerd en vormen een essentieel onderdeel van het Eucharistisch Gebed. Ze behoren tot de zogeheten Consecratie. In de officiële Nederlandse vertaling van het Romeins Missaal luiden de instellingswoorden aldus:

Neemt en eet hiervan, gij allen,

Want dit is mijn Lichaam,

Dat voor u gegeven wordt. Neemt deze beker en drinkt hier allen uit,

Want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond,

Dit is mijn Bloed,

Dat voor u en alle mensen wordt vergoten

Tot vergeving van de zonden.

Blijft dit doen om Mij te gedenken.