Isaak

Isaak is de enige zoon van Abraham, de Bijbelse stamvader van vele volkeren, en diens vrouw Sara. Het eeuwigdurend verbond dat JHWH met Abraham sloot ging over op Isaak en niet op Abrahams andere zonen. Sint Paulus beschouwt de uitverkiezing van Isaak als een zinnebeeld van het Nieuwe Verbond in Christus. De Kerkvaders zagen in Isaak een voorafbeelding van Christus.

ETYMOLOGIE
Lachen
De naam Isaak of Isaäk (?σα?κ) is de vergriekste vorm van het Hebreeuwse ??????? (uit te spreken als Jitschaak). Het is ontleend aan het werkwoord met de stam ??? (tschaak), dat 'lachen' betekent. Uit gevonden Ugaritische tekstfragmenten uit de 13e eeuw voor Chr. was de naam Jitschaak-El een verwijzing naar de Kanaänitische oppergod El in zijn manifestatie van lachend wezen. Jitschaak-El betekent letterlijk 'El lacht'. Isaak zou een afkorting zijn van 'El [God] lacht de jongen toe'. 

Sara lachte
In het eerste Bijbelboek Genesis wordt de naam Isaak impliciet in verband gebracht met het lachen van Abraham (Gen. 17,17) en Sara (Gen. 18,12-15). Toen Sara bij de Eik van Mamre te horen kreeg dat zij een zoon zou baren, moest zij in zichzelf lachen omdat zij al oud was. Bij de besnijdenis van acht dagen oude Isaak zei ze: 'God heeft gemaakt dat ik lachen kon, en iedereen die het hoort, zal mee lachen' (Gen. 21,6).

ISAAK IN GENESIS

Vervulling van belofte
De verwekking van Isaak is vanwege de hoge leeftijd van zijn ouders Abraham en Isaak wonderbaarlijk. Als Abrahams enige erfgenaam is hij de drager van het 'eeuwigdurend verbond' dat JHWH met Abraham sloot en niet Ismaël, Abrahams eerstgeboren zoon. Hoewel hij de vervulling is van Gods belofte (Gen. 17,19) komen we in Genesis weinig te weten over de persoonlijkheid van Isaak.

Offer op Moria
In hoofdstuk 22 van Genesis staat het verhaal waarin Abraham door JHWH op de proef wordt gesteld. Hij krijgt het bevel om naar de berg Moria te gaan om daar zijn 'welbeminde' zoon Isaak te offeren. Abraham gehoorzaamt. Hij verzamelde hout voor het brandoffer en laadt het op de schouders van Isaak. Als hij op het punt staat zijn zoon de strot af te snijden, grijpt een engel in. Abraham wordt voor zijn gehoorzaamheid beloond met de belofte dat zijn nageslacht zal heersen en zo talrijk 'als de zandkorrels op het strand' zal worden.

Rebekka
Abraham is ingeprent dat het nageslacht van Isaak zal heersen onder de volkeren. Hij wil dus voorkomen dat Isaak met een Kanaänitische vrouw huwt, zodat diens uitverkoren nageslacht niet met de heidenen versmelt. Hij stuurt zijn dienaar naar het land van zijn vaderen om daar voor Isaak een bruid te zoeken. Bij de stad Aram-Naharaïm in Mesopotamië vindt de dienaar het meisje Rebekka, de kleindochter van Abrahams broer Nachor. Rebekka aanvaardt het huwelijksvoorstel en reist met de knecht terug naar Kanaän, waar Isaak haar tot zijn vrouw neemt. In tegenstelling tot zijn vader blijft Isaak monogaam.

Jacob en Esau
Als Rebekka na twintig jaar huwelijk onvruchtbaar blijkt, bidt Isaak tot JHWH. Zijn gebed wordt verhoord en Rebekka raakt zwanger van een tweeling. In de baarmoeder voeren de twee al strijd. De zoon die het eerst wordt geboren is Esau, een rossig en behaard kind. De tweede is Jacob, die later Israël genoemd zal worden. Esau is de favoriet van Isaak en Jacob die van Rebekka. Als de oude Isaak op sterven komt te liggen, speelt Jacob het klaar om door list en bedrog het eerstgeboorterecht te verwerven. Nadat de halfblinde Isaak erachter is gekomen dat Jacob en niet Esau de erfgenaam is geworden, zegent hij Jacob op voorwaarde dat die zijn bruid niet onder de Kanaänieten zal zoeken, maar onder familieleden in Mesopotamië.

Schatrijk
In hoofdstuk 26 van Genesis staat dat er in Kanaän opnieuw een hongersnood uitbrak. Op weg naar Egypte om daar graan te kopen, maakte hij een tussenstop in Gerar, de stad van Abimelech, koning der Filistijnen. JHWH beval Isaak zich voorlopig in Gerar te vestigen. Op velden rondom de stad begon Isaak met de zegen van God te zaaien. 'Hij werd steeds rijker en was tenslotte schatrijk. Hij bezat kudden schapen en runderen, en zoveel knechten dat de Filistijnen jaloers op hem werden' (Gen. 26. 13.14). De Filistijnen gooien daarop de putten dicht die Abraham er had gegraven, maar Isaak graaft ze weer open en laat zijn knechten op zoek gaan naar andere bronnen. Het conflict lijkt uit de hand te lopen, maar Abimelech is er inmiddels van overtuigd geraakt dat Isaak een door God gezegend man is en sluit daarom een vredesakkoord met hem.

JUDAÏSME

Offer
In de rabbinale tradities is het offer van Isaak veelvuldig overwogen en becommentarieerd. In het Hebreeuws wordt dit offer 'Binding van Isaak' genoemd (???????? ???????, akedaat Yitzhaak) of gewoon 'De Binding' (Akedah). Sommige commentatoren zeggen dat Isaak wel degelijk door Abraham werd geslacht, maar dat hij door de engel weer tot leven werd gewekt. Het is vooral Isaak die als geloofsheld werd beschouwd, omdat hij zich zo gewillig liet offeren. Zo werd Isaak tot toonbeeld van het joodse martelaarschap: liever sterven dan de Tora overtreden.
Volgens sommige rabbijnen was het niet God die Abraham op de proef stelde, maar Satan.

Stabiliteit
In tegenstelling tot de aartsvaders Abraham en Jakob heeft Isaak het beloofde land Kanaän nooit verlaten. Deze stabiliteit is door rabbijnen verklaard door de Akedah: volgens de joodse wet mocht geen enkel aan JHWH opgedragen slachtoffer het Land Israël verlaten. Ook de ongewijzigde vorm van Isaaks naam wordt in verband gebracht met het zuivere offer op Moria.

Mincha
De Talmud wijst Isaak aan als degene op wie de instelling van het middaggebed ???? (Mincha) terug te voeren is. Gen. 24,63 wordt er gelezen als: 'In de vroege avond ging Isaak het veld in om er te converseren (???, soewach)'. Dit wordt geïnterpreteerd als 'converseren met God'. Isaak wordt hier voorgesteld als de aartsvader die intiem contact met God had.

CHRISTENDOM

Paulus
Sint Paulus bespreekt in de Romeinenbrief de uitverkiezing van Isaak boven Ismaël. Daarmee is voor de apostel duidelijk gemaakt dat rechtvaardiging een kwestie van goddelijke genade is en niet van menselijke ordening. Hoewel Ismaël en Esau eerstgeborenen waren, werden niet zij de erfgenamen van het Altijddurende Verbond, maar Isaak en Jakob (Rom. 9, 6-18).
In de Galatenbrief interpreteert Paulus de uitverkiezing van Sara's zoon Isaak en de afwijzing van Hagars zoon Ismaël op allegorische wijze. Ismaëls moeder is het zinnebeeld van het Oude Verbond en Isaacs moeder van het Nieuwe Verbond. “Want de twee vrouwen zijn twee verbonden: het ene, dat van de berg Sinai, brengt slaven voort, en dat is Hagar. De Sinai is namelijk een berg in Arabië. Zij beantwoordt aan het tegenwoordige Jeruzalem, dat immers met zijn kinderen in slavernij leeft. Maar het Jeruzalem van boven is vrij en dat is ónze moeder”, aldus Paulus (Gal. 4, 24-26). “Welnu, broeders en zusters, u bent evenals Isaak kinderen van de belofte. Maar zoals indertijd het kind van de natuur het kind van de geest vervolgde, zo gaat het ook nu. Maar wat zegt de Schrift? Verjaag de slavin en haar zoon, want de zoon van de slavin hoort de erfenis niet te delen met de zoon van de vrije vrouw. Dus broeders en zusters, wij zijn geen kinderen van een slavin, maar van de vrije vrouw” (Gal. 4, 28-31).

Typologie
De Kerkvaders hebben alle offers aan JHWH in het Oude Testament typologisch geduid, dat wil zeggen dat ze werden beschouwd als voorafbeeldingen (typen) van Christus' offer; het offer van Isaak was dat par excellence. Zo legt Tertullianus († 230) een verband tussen het brandhout dat Isaac voor zijn eigen offer naar het altaar draagt en het kruis dat Jezus draagt naar Golgotha. Ook Isaac zelf wordt als type van Christus beschouwd. Hij is de welbeminde zoon van zijn vader (vgl. Mc. 1,11) en de drager van het Altijddurende Verbond. Sint Ambrosius van Milaan († 397) geeft in zijn geschrift De Isaac vel anima een allegorisch commentaar op het huwelijk van Isaak met Rebekka. Isaak is het zinnebeeld van Christus de Bruidegom en Rebekka de menselijke ziel, Christus' bruid.

ISLAM

Profeet
In de Koran is Isaac (?????‎), de stamvader der Israëlieten, een rechtvaardig man, een monotheïst en een profeet van Allah (soera 21 en 37). Ook in het heilige boek van de moslims staat het verhaal van de beproeving van Abraham (Ibrahim) die wordt opgedragen zijn zoon te slachten (soera 37,100-107). De zoon, die van tevoren door Ibrahim van Allah's bevel op de hoogte gesteld wordt gesteld, gebiedt zijn vader het bevel op te volgen. De naam van de zoon wordt niet genoemd. In de islamitische traditie wordt deze zoon echter niet geïdentificeerd met Isaak maar met Ismaël.