JHWH

In Nederlandse Bijbelvertalingen staan de letters JHWH voor de vier Hebreeuwse medeklinkers die tezamen de naam vormen van de God van Abraham, Isaak en Israël. Over de betekenis van JHWH wordt al eeuwenlang gediscussieerd. De Godsnaam is volgens joden zo heilig dat hij niet mag worden uitgesproken. De Katholieke Kerk heeft deze traditie overgenomen en gebiedt daarom het gebruik van ‘de Heer’ in de plaats van JHWH.

Tetragrammaton
In de Hebreeuwse Bijbel staan vier letters die de naam van God vormen. De letters zijn de volgende medeklinkers: Jod Hee Waw Hee. Het Hebreeuwse schrift, dat geen klinkers kent, moet van rechts naar links worden gelezen. Deze lettercombinatie wordt doorgaans aangeduid met de Griekse term tetragrammaton (tetra = 'vier'; gramma = 'letter').

Heer
In de joodse traditie is de Godsnaam zo heilig dat hij niet mag worden uitgesproken. Daarom wordt op de plek waar JHWH staat, Adonai (Hebreeuws voor 'Heer') gelezen. In de Septuaginta is het tetragrammaton uiteindelijk vervangen door Kurios, het Griekse woord voor 'Heer'. In de Vulgaat is JHWH vervangen door Dominus ('Heer').

Uitspraak
Aangezien het oud-Hebreeuwse schrift geen klinkers heeft, blijft het moeilijk om te achterhalen hoe de naam oorspronkelijk werd uitgesproken. Over het algemeen wordt aangenomen dat JHWH klonk als jaawee. Toen de Masoreten (middeleeuwse joodse Schriftgeleerden) de Hebreeuwse Bijbel van klinkertekens voorzagen, plaatsen ze bij JHWH echter geen a en e, maar de vocalen van het woord Adonai (wat 'Jehova' opleverde) of die van het woord Elohiem ('God').

Betekenis
De betekenis van JHWH blijft een discussiepunt. De naam zou verband houden met het Hebreeuwse werkwoord haja, dat 'zijn' betekent. JHWH zou dan de zin 'Ik zal er zijn' kunnen opleveren. In de katholieke traditie worden vaak drie vertalingen onderscheiden: 'Ik ben die is', 'Ik ben die Ben', en 'Ik ben die Ik ben'.

Mozes
De Bijbelse sleuteltekst over de Godsnaam is Exodus 3,11-15. God openbaart zichzelf aan Mozes in een brandende braamstruik. Mozes vraagt hoe Hij heet, waarop God zijn naam onthult. Met deze naam moet Mozes naar de Israëlieten gaan en hen op het hart drukken dat JHWH de God is van hun vaderen Abraham, Isaak en Jakob, en dat Mozes zijn gezant is. JHWH zegt verder: “Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties” (Ex.3,15).

Wezer
Sint Thomas van Aquino schrijft over JHWH in zijn Summa Theologiae (deel 1, kwestie 13, artikel 11). Daarin vertaalt hij de Godsnaam met qui est ('Hij die is'). Thomas zegt dat het tetragrammaton de ultieme naam is voor God, omdat daaruit blijkt dat het wezen (essentie) van God, zijn bestaan (existentie) is. Van geen ander wezen kan dat immers gezegd worden. Deze metafysische bespiegelingen doen volgens sommigen geen recht aan het Bijbels taalgebruik. De Nederlandse karmeliet Kees Waaijman koos daarom voor een andere benadering. Hij vertaalde het in zijn ogen onvertaalbare JHWH met Wezer. Deze naam duidt in tegenstelling tot de metafysische benadering op het dynamische en dialogische van de goddelijke werkelijkheid: God is erbij, hij stelt zichzelf present voor zijn volk in nood, Hij is “aan-wezend” en Hij nodigt uit om erbij te zijn, vandaar: wees er. 

Mysterieus
In de Nederlandse editie van de Catechismus van de Katholieke Kerk (2008) staat over de Godsnaam:
“Door zijn mysterieuze naam JHWH (…) te openbaren zegt God wie Hij is en hoe men Hem moet noemen. Deze goddelijke naam is mysterieus, zoals God mysterie is. Het is zowel het openbaren van een naam als het afwijzen ervan en juist daardoor brengt dit God, zoals Hij is, het beste tot uitdrukking: oneindig verheven boven al wat wij kunnen begrijpen of zeggen: Hij is de 'verborgen God', zijn naam is onuitsprekelijk en Hij is de God die de mens nabij komt” (nr. 206).

Bijbelvertalingen
In Nederlandse Bijbelvertalingen is verschillend omgegaan met het tetragrammaton. De Statenbijbel (1637) vervangt het met 'de HEERE' (met kapitalen). De rooms-katholieke Petrus Canisius Vertaling (1939) schreef 'Jahweh'en de Willibrordvertaling (1975) 'Jahwe'. De Willibrordvertaling van 1995 en de Nieuwe Bijbelvertaling (2004) hebben het tetragrammaton vervangen met 'de HEER' (in kapitalen). De NBV Studiebijbel (2008) schrijft 'JHWH'.

Vaticaan
Het Vaticaan bepaalde in 2008 dat de Godsnaam in de liturgie gebruikt noch uitgesproken mag worden in de liturgie. Daarvoor in de plaats moet '(de) Heer' worden geschreven of gezegd. Als in de Hebreeuwse Bijbel 'Adonai' en 'JHWH' bij elkaar staan, dan moet dat vertaald worden met 'Heer God' (Brief aan de Bisschoppenconferenties van de Congregatie voor de Eredienst, d.d. 29 juni 2008).