Joachim en Anna

Sint Joachim en Sint Anna zijn volgens de katholieke, orthodoxe, anglicaanse traditie de ouders van Maria en dus de grootouders van Jezus. Zij worden voor het eerst genoemd in het proto-evangelie van Jacobus, een van de apocriefe boeken van het Nieuwe Testament. De Katholieke Kerk gedenkt beide heiligen op 26 juli, daags na het apostelfeest van Jacobus de Meerdere.

Veertig dagen vasten
Volgens het Proto-Evangelie van Jacobus zou Joachim een vrome en welvarende man zijn uit het Huis van David. Hij was getrouwd met Anna. Zij hadden geen kinderen. Hij zou regelmatig hebben geschonken aan de armen en geofferd in de Tempel. Op zekere dag toog hij opnieuw naar de Tempel om te offeren. De priester evenwel stuurde hem terug omdat “hij geen nageslacht voortgebracht had in Israël”. Hierop zou Joachim zich met zijn kudde hebben teruggetrokken in de woestijn waar hij veertig dagen vastte. Zijn vrouw Anna meende dat Joachim om het leven was gekomen.

Klaagzang van Anna
Terwijl Joachim zich terugtrok in de woestijn, gaf Anna zich over aan geweeklaag nu zij – naar zij dacht – weduwe geworden was, en kinderloos zou sterven. Zij sprak volgens Jacobus de woorden:

Wee mij, wie heeft mij verwekt
en welke schoot heeft mij gebaard?
Want ik ben een vervloeking geworden in de ogen van de kinderen van Israël,
zij hebben mij bespot en uit de tempel van de Heer weggehoond,

Wee mij, met wie ben ik te vergelijken?
Niet ben ik te vergelijken met de vogels des hemels,
want ook de vogels des hemels zijn vruchtbaar voor U, Heer.
Wee mij, met wie ben ik te vergelijken?
Niet ben ik te vergelijken met de dieren van de aarde,
want ook de dieren van de aarde zijn vruchtbaar voor U, Heer.

Wee mij, met wie ben ik te vergelijken?
Niet ben ik te vergelijken met deze wateren,
want ook deze wateren zijn vruchtbaar voor U, Heer.
Wee mij, met wie ben ik te vergelijken?
Niet ben ik te vergelijken met deze aarde,
want ook deze aarde brengt haar vruchten voort in haar seizoen en prijst U, Heer!

Verschijning van engelen
Meteen hierop verscheen een engel aan Anna, die haar zei dat God haar gebeden had verhoord en dat zij een kind ter wereld zou brengen “waarover op heel de bewoonde wereld zal worden gesproken”. Anna beloofde terstond het kind “als gave af te staan aan de Heer, mijn God, en het zal Hem zijn leven lang dienen”. Tezelfder tijd werd ook Joachim door een engel ingelicht over zijn aanstaand vaderschap, waarop hij terugkeerde naar Anna. Negen maanden later werd een meisje geboren dat zij Maria noemden. In de Katholieke Kerk wordt dat gevierd op Maria Geboorte (8 september).

Gouden Poort
Volgens het proto-evangelie van Jacobus keerde Joachim na het visioen van de engel terug naar zijn eigen huis, waar Anna hem in de deuropening opwachtte. Een andere, bekendere, versie wil dat Joachim zich na de openbaring van de engel, en op diens aanwijzingen, vervoegde bij de Gouden Poort van Jeruzalem. Daar zou hij zich verenigd hebben met zijn echtgenote. Deze versie van het verhaal komt voor in de Legenda Aurea ('Gouden Legenden'), een grote verzameling heiligenlevens die in het begin van de dertiende eeuw werd samengesteld door de dominicaan Jacobus de Voragine. De scene van Joachim en Anna bij de Gouden Poort is door verschillende kunstenaars uitgebeeld, onder wie Giotto.

Maria Presentatie
Als beloofd besloten Joachim en Anna hun enig kind “af te staan aan de Heer”. Toen het meisje drie jaar oud was, brachten zij haar naar de Tempel. De daarop volgende gebeurtenissen, worden door Jacobus als volgt beschreven: En de priester ontving haar en nadat hij haar gekust had zegende hij haar met de woorden: "De Heer heeft uw naam groot gemaakt onder alle geslachten. In u zal de Heer in de laatste dagen zijn verlossing aan de kinderen van Israël openbaren." En hij zette haar op de derde tree van het altaar en de Heer God deed genade op haar neerdalen en zij danste op haar voetjes en het hele huis Israël kreeg haar lief. En haar ouders vertrokken weer, vol verwondering, en zij loofden de almachtige God, omdat het kind zich niet had omgekeerd. En Maria bleef in de tempel van de Heer als een pikkende duif en zij ontving voedsel uit de hand van een engel. Deze gebeurtenis wordt Maria Presentatie genoemd. De Kerk gedenkt de opdracht van Maria in de Tempel op 21 november.

Drie huwelijken
Op haar twaalfde wordt Maria uitgehuwelijkt aan Jozef, waarna ze de moeder van Jezus zou worden. Hoe het verder gaat met Joachim en Anna vermeldt het proto-evangelie van Jacobus niet. In de Legenda Aurea wordt nog wel allerlei opmerkelijks verhaald over Anna. Zo zou zij, na de dood van Joachim, nog twee keer getrouwd zijn. Eerst met een zekere Kleopas, die de broer was van haar schoonzoon Jozef. Met hem kreeg ze ook een dochter die eveneens Maria werd genoemd. Die zou de moeder worden van onder meer Jacobus de Mindere. Een derde keer trouwde Anna volgens de 'Gouden Legenden' met Salome. Uit dit huwelijk kwam weer een dochter voort die ook de naam Maria kreeg. Deze Maria zou trouwen met Zebedeüs en de moeder worden van Jacobus de Meerdere en Johannes de Evangelist.

Sint Anna te Drieën
Aan het einde van de Middeleeuwen werd de devotie tot Sint Anna in het Rijnland en in de Nederlanden bijzonder populair. Dit resulteerde onder meer in een grote hoeveelheid beelden en schilderijen waarop Anna, Maria en Jezus stonden afgebeeld. Vaak zo dat Maria die Jezus op schoot hield, zelf op schoot zat bij haar moeder. Deze beeltenissen worden 'Sint Anna te Drieën' genoemd.

Gedachtenis
De Katholieke Kerk gedenkt Joachim en Anna op 26 juli.