Johannes van Capestrano

Sint Johannes van Capestrano (1385-1456), minderbroeder, was volksprediker, pauselijk gezant en inquisiteur. Hij nam tijdens de Hongaarse vrijheidstrijd deel aan de Slag van Belgrado tegen de Ottomanen. Vanwege zijn militaire ervaring is hij de beschermheilige van de legeraalmoezeniers.

Jeugd
Giovanni werd op 24 juni 1385 geboren in Capestrano in het bisdom Sulmona (Abruzzen, Italië). Zijn vader was een Franse of Duitse baron, behorend tot het gevolg van hertog Lodewijk I van Anjou, die titulair koning van Napels was. De hoogbegaafde Giovanni kreeg zijn basisscholing van zijn moeder; zijn vader was al overleden. Als tiener werd hij naar de universiteit van Perugia gestuurd voor verdere studies, vooral rechten. Daar kwam hij onder de bekende hoogleraar Pietro de Ubaldis tot grote intellectuele hoogten.

Bekering
Giovanni da Capestrano werd in 1412 door koning Ladislaus van Napels benoemd tot gouverneur van Perugia. In deze functie trad hij streng op tegen ambtelijke corruptie. Toen in 1416 de oorlog tussen Perugia en de machtige familie Malatesta uitbrak, probeerde hij door onderhandelingen vrede te bewerkstelligen. Aangekomen in de residentie van Sigismondo Pandolfo Malatesta werd hij gevangengezet. In de duisternis van de kerker begon Giovanni zich allerlei levensbeschouwelijke vragen te stellen. Dat leidde er uiteindelijk toe dat hij zich voortaan geheel aan de zaak van God wilde toewijden.

Franciscaan
Na zijn vrijlating besloot hij al zijn aardse bezittingen weg te geven en lid te worden van de Orde der Minderbroeders. Zelf zei hij dat dit besluit was ingegeven door Sint Franciscus van Assisidie aan hem in een droom verschenen zou zijn. Het enige obstakel voor zijn toetreding tot de franciscaner orde was zijn huwelijk met een rijke dame uit Perugia. Aangezien het huwelijk niet was geconsumeerd, kon het worden ontbonden. Johannes van Capestrano werd in de orde opgenomen op 4 oktober 1416.

Bernardinus van Siena
Na het afleggen van zijn religieuze geloften ging hij in de leer bij zijn medebroeder Bernardinus van Siena, die hem zowel theologisch als spiritueel onderrichtte. Sint Bernardinus was een vermaard prediker, die heel Italië rondtrok. Giovanni vergezelde hem geregeld bij deze missies.

Prediker
In 1420 kreeg Giovanni, die diaken gewijd was, officieel toestemming om te preken. Na zijn priesterwijding in 1425 trad de begenadigde spreker geheel in het voetspoor van zijn leermeester Bernardinus en wijdde zich volledig aan missies, waarbij hij op pleinen preekte en in de openlucht de biecht afnam. Daarbij propageerde hij de devotie tot de Heilige Naam van Jezus. Als prediker trok hij grote menigten aan. Zo werden in Brescia ooit 126.000 toehoorders geteld. De mensen hingen aan zijn lippen. Hij raakte ook bekend als gebedsgenezer. Duizenden zieken werden naar hem toegebracht om gezegend te worden. Meer dan veertig jaar lang zou zijn apostolische loopbaan duren. Hij stichtte in tal van plaatsen hospitalen, zorgde er voor werkgelegenheid en collecteerde voor de armenzorg. 

Hervorming minderbroeders
Samen met Bernardinus was Johannes betrokken bij de hervorming van de minderbroederorde. Beiden behoorden tot de franciscaanse factie der Observanten. Zij waren voorstander van een strengere observantie van het armoede-ideaal van Sint Franciscus. Hun tegenstanders in de orde waren de Conventuelen, die in grote kloosters leefden en de Regel van Franciscus minder strikt navolgden.

Van ketterij beschuldigd
In 1429 werd de leiding van de Observanten naar Rome gesommeerd omdat ze van ketterij werden beticht. Johannes werd door zijn medebroeders gekozen als woordvoerder bij hun verdediging. Nadat ze waren vrijgepleit opperde paus Martinus V het plan tot een fusie van Observanten en Conventuelen. In 1430 werd in Assisi een algemeen kapittel van beide franciscaanse groepen gehouden. Tijdens deze vergadering werd tot unie besloten. Maar lang zou die niet standhouden. In 1431 hielden de Observanten in Bologna een kapittel, waarbij Johannes van Capestrano zijn medebroeders overtuigde om de unie ongedaan te maken. In 1517 zou paus Leo X de factie van de Observanten erkennen als een zelfstandige orde.

Sint Coleta
Einde jaren dertig had Johannes in Frankrijk een ontmoeting met de hervormster van de Tweede Orde van Sint Franciscus (de Arme Claren of clarissen): Nicolette Boëllet, beter bekend als Sint Coleta. Johannes steunde haar werk, dat zou leiden tot de oprichting van de Orde der Clarissen-Coletinen.

Pauselijk gezant
Het geestelijke gezag van Johannes was zo groot geworden dat de Heilige Stoel hem benoemde tot pauselijk legaat. In 1439 werd hij naar Milaan en Bourgondië gestuurd om protest aan te tekenen tegen de usurpaties van tegenpaus Felix V. In 1446 werd hij naar de koning van Frankrijk gezonden en in 1451 op verzoek van de keizer als apostolisch nuntius naar Oostenrijk. In deze periode, waarin hij een groot deel van het Heilig Roomse Rijk leerde kennen, trad hij niet alleen als diplomaat op maar ook als inquisiteur. Zo bestreed hij in Bohemen de ketterij van de Hussieten.

Jodenvervolger
Johannes van Capestrano stond bekend als de 'Gesel der Joden'. In 1447 adviseerde hij de paus om alle Joden in de pauselijke staten te verschepen naar een ver ballingsoord. Tussen 1451 en 1453 hield hij in Zuid-Duitse regio's felle anti-judaïsche preken. Toen in 1453 in Breslau een pogrom werd gehouden nadat een boer enkele Joden had beschuldigd van de ontheiliging van Hosties, werd Johannes belast met een onderzoek naar de vermeende heiligschennis. Alle 318 Joden in Breslau werden gearresteerd en verklaringen werden door foltering afgedwongen. Johannes liet 41 Joden in het openbaar verbranden. De overigen moesten de stad verlaten en hun vermogen werd hun afgenomen.

Kruistocht tegen Turken
In 1454 werd Johannes naar de Rijksdag in Frankfurt ontboden. Daar werd het plan besproken van een kruistocht tegen de Ottomaanse Turken, die het jaar daarvoor Constantinopel hadden veroverd. Het doel van een kruistocht was de ontzetting van Hongarije. Als gezant van paus Callixtus III was Johannes voorstander van de bevrijding van het christelijke broedervolk der Magyaren. Hij wist de wereldlijke heersers te enthousiasmeren waardoor de Rijksdag besloot tot een kruistocht.

Soldaat-Priester
Johannes trok mee met het leger van János Hunyady (Joannes Corvinus). Hij was aanwezig bij de Slag om Belgrado (juli 1456). De oude en tengere bedelmonnik leidde zelfs een eigen legereenheid, wat hem de bijnaam 'de Soldaat-Priester' opleverde. Op 22 juli eiste de christelijke troepen de overwinning op, nadat sultan Mehmed II het beleg van Belgrado (Oud-Hongaars: Nándorfehérvár) had opgeheven. Daarmee was de soevereiniteit van Hongarije voorlopig veiliggesteld. Deze zou duren tot 1526 toen de Ottomanen na de Slag bij Mohács het rijk wederom zouden bezetten.

Overlijden
Johannes had de Slag van Belgrado overleefd. Hij was echter wel besmet geraakt met de builenpest, die welig tierde in de militaire kampen. Als gevolg daarvan stierf hij op 23 oktober 1456, vlakbij de stad Ilok, die thans in Kroatië ligt.

Heilig verklaard
Johannes van Capestrano werd in 1622 zalig verklaard. In 1690 werd hij door paus Alexander VIII heilig verklaard. De oorkonde van zijn canonisatie werd echter pas in 1724 door paus Benedictus XIII gepubliceerd. In 1890 werd zijn feestdag (28 maart) voor het eerst op de universele liturgische kalender gezet. In 1969 verplaatste paus Paulus VI de gedachtenis naar zijn sterfdag: 23 oktober. Deze gedachtenis is facultatief. Binnen de franciscaanse orden is deze gedachtenis echter verplicht, alsook in de militaire ordinariaten van de Katholieke Kerk, aangezien Sint Johannes van Capestrano vanwege zijn ervaringen op het slagveld de patroon van legeraalmoezeniers is. Vanwege zijn juridische achtergrond is hij ook de patroon van juristen.