Johannes XXIII

Johannes XXIII (1958-1963), geboren als Angelo Roncalli, was de paus die het Tweede Vaticaans Concilie bijeen had geroepen. Hij werd heiligverklaard in 2014. Zijn feestdag is 11 oktober.

Jeugd
Angelo Giuseppe Roncalli werd op 25 november 1881 geboren in Sotto il Monte (thans Sotto il Monte Giovanni XXIII), een dorpje in het Italiaanse bisdom Bergamo. Hij was het vierde kind in een gezin van veertien. Zijn vader Giovanni Battista was landarbeider. Het gezin Roncalli woonde in een huis met andere verwanten, waar Angelo’s ongehuwde oudoom Zaverio de scepter zwaaide. Zaverio was Angelo’s peetvader, van hem ontving de toekomstige paus zijn eerste geloofsonderricht. Alle familieleden waren betrokken bij de parochie, die geleid werd door pastoor Francesco Rebuzzini, een man die grote invloed op Angelo had en hem bewustmaakte van zijn priesterroeping.

Geestelijk dagboek
In 1892 ging Angelo Roncalli naar het kleinseminarie van Bergamo. Daar begon hij zijn gewoonte om notities over zijn spirituele voortgang te maken. Dat zou hij tot zijn dood blijven doen. In 1896 werd door de geestelijk directeur (spirituaal) van het seminarie lid gemaakt van de Orde van Franciscaanse Seculieren. Zijn professie deed hij op 23 mei 1897.

Studies in Rome
Na het kleinseminarie vertrok hij naar Rome voor het vervolg van zijn priesteropleiding. Van 1901 tot 1905 was hij als clericus van het bisdom Bergamo student aan het Pauselijk Romeins Seminarie (Pontificio Seminario Romano Maggiore). Op 10 augustus 1904 werd Roncalli in Rome priester gewijd door aartsbisschop Giuseppe Ceppetelli, titulair patriarch van Constantinopel. De wijdingsplechtigheid vond plaats in de kerk Santa Maria in Monte Santo aan de Piazza del Popolo.

Secretaris en docent
Na de voltooiing van zijn studies werd hij benoemd tot secretaris van mgr. Giacomo Maria Radini-Tedeschi, de nieuwe bisschop van Bergamo. Don Roncalli vergezelde hem bij diens pastorale visitaties, werkbezoeken en bedevaarten. Ook bereidde hij documenten voor inzake een door de bisschop bijeengeroepen synode. Onderwijl doceerde hij aan het kleinseminarie geschiedenis, patrologie en apologetiek. ’s Zondags preekte hij in tal van kerken in het diocees. Roncalli liet zich in die tijd inspireren door twee heilige bisschoppen van de contrareformatie: Carolus Borromeo en Franciscus van Sales.

Brancardier
Bij aanvang van de Eerste Wereldoorlog in 1914 weigerde Italië zich aan te sluiten bij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije en koos een jaar later de kant van de Geallieerden. Priesters waren in Italië niet vrijgesteld van militaire dienstplicht, dus ook Don Roncalli werd opgeroepen. Hij werd opgeleid tot sergeant bij de geneeskundige troepen en werd brancardier en aalmoezenier voor gewonde soldaten.

Internationaal platform
In 1919 werd Roncalli benoemd tot spirituaal van het kleinseminarie in Bergamo. Lang bleef hij daar niet, want in 1921 riep paus Benedictus XV hem naar Rome. Die benoemde hem tot Italiaans voorzitter van het in Lyon gestichte internationale Gezelschap voor de Voortplanting des Geloofs (Société pour la Propagation de la foi).

Bulgarije
Zijn internationale optreden bleek bij het Staatssecretariaat van de Heilige Stoel goed in de smaak te zijn gevallen, want in 1925 benoemde paus Pius XI hem tot apostolisch visitator van Bulgarije. Hij werd daarbij benoemd tot titulair aartsbisschop van Areopolis. De bisschopsconsacratie vond plaats in de San Carlo al Corso te Rome met kardinaal Tacci Porcelli als hoofdconsecrator. Als motto voor zijn bisschopswapen koos hij Oboedientia et Pax (‘gehoorzaamheid en vrede’). Daarop vertrok hij naar Bulgarije, waar hij tot 1935 zou blijven. Hij bezocht er de gemeenschappen van de katholieke minderheid en knoopte, ondanks het feit dat katholieken er werden gediscrimineerd, hechte banden aan met andere christelijke denominaties. Grote indruk maakte hij door zijn hulpbetoon in de nasleep van de aardbeving van 1928.

Hulp aan Joden
In 1935 benoemde Pius XII hem tot apostolisch delegaat voor Turkije en Griekenland, met Mesembria als titulair aartsbisdom. In de nog jonge seculiere republiek Turkije trad hij op als pastor voor de katholieken, maar vooral als dialoogpartner met de Byzantijnse orthodoxie en de islam. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak maakte hij gebruik van zijn positie om Joden te redden. Joodse vluchtelingen die in Istanbul aan waren gekomen hielp hij aan officiële papieren om naar Palestina of andere bestemmingen te reizen. Joden uit Bulgarije, Roemenië, Hongarije en Italië konden dankzij zijn interventie aan hun vervolgers ontsnappen. Groepen Joden in de concentratiekampen Jasenovac en Sered, werden dankzij zijn diplomatieke inspanningen vrijgelaten.

Nuntius in Frankrijk
Op 22 december 1944 benoemde paus Pius XII hem tot apostolisch nuntius in Frankrijk. Aartsbisschop Roncalli kreeg de opdracht om het Franse episcopaat te zuiveren van prelaten die met de Duitsers en het Vichy-regime hadden gecollaboreerd. Tijdens de laatste maanden van de oorlog en de tijd erna bood hij hulp aan krijgsgevangenen. Hij zag het als zijn taak om het katholieke gezicht van Frankrijk op te poetsen. Dat deed hij door bedevaarten naar alle Franse heiligdommen, deelnames aan nationale feestdagen en kerkelijke hoogfeesten. Ook gaf hij blijf van waardering voor tal van nieuwe pastorale initiatieven van Franse geestelijkheid. In 1953 verhief Pius XII hem tot kardinaal. De rode kardinaalshoed ontving hij op zijn eigen verzoek uit handen van de Franse president Vincent Auriol (een felle antiklerikaal), die dat deed op basis van een oud privilege dat de pausen aan Franse koningen hadden verleend.

Patriarch van Venetië
Drie dagen na zijn benoeming tot kardinaal-priester van de Santa Prisca in Rome, werd aartsbisschop Roncalli op 15 januari 1953 benoemd tot patriarch van Venetië. Hij besloot niet te gaan wonen op de eerste etage van het patriarchaal paleis, maar op de tweede. Dat deed hij uit eerbied voor een van zijn voorgangers die op de eerste etage had gewoond: Giuseppe Melchiorre Sarto, de latere paus Pius X die in 1954 zou worden heiligverklaard. Kardinaal Roncalli beleefde gelukkige tijden in Venetië, blij dat hij was dat hij zich geheel en al kon richten op het kerkelijk herderschap. 

Jan de 23ste
Toen Pius XII op 9 oktober 1958 was overleden, werd kardinaal Roncalli naar Rome geroepen voor het conclaaf. Op 28 oktober werd hij door zijn collega-kardinalen tot paus gekozen. Hij nam de naam Johannes aan, naar zijn vader Giovanni en naar Sint Jan de Doper en Sint Jan de Evangelist. Tweeëntwintig legitieme pausen met de naam Johannes waren hem voorgegaan. De Johannes XXIII die regeerde van 1410 tot 1415 werd na het beëindigen van het Westers Schisma voortaan beschouwd als antipaus. De nieuwe Johannes XXIII werd op 4 november 1958 tot universeel herder van de Katholieke Kerk gekroond. Hij was daarbij de op een na laatste paus die de pontificale tiara droeg.

Bisschop van Rome
De verkiezing van Roncalli maakte grote indruk in de wereld. Zijn warme persoonlijkheid, evangelische bescheidenheid en innemende uitstraling gaf velen hoop. Als bisschop van Rome bezocht hij zoveel Romeinse parochies als hij maar kon, vooral de nieuwe in de moderne voorsteden. Zijn pastorale bewogenheid leverde hem de bijnaam Il Papa Buono (‘de goede paus’) op.

Hervorming kerkelijk recht
Op 25 januari 1959 maakte Johannes XXIII zijn plan openbaar om het canoniek wetboek in zijn geheel te hervormen. Dat zou ertoe leiden dat de Codex van Canoniek Recht van 1917 zou worden vervangen door die van 1983. Groot nieuws was het ook toen bekend werd dat hij een nieuw oecumenisch concilie bijeen wilde roepen. Ondanks weerstand van de Romeinse Curie, zette hij dit plan door.

Encyclieken
Johannes schreef acht encyclieken, waarvan Pacem in Terris wel de bekendste is. Deze werd gepubliceerd op 11 april 1963. Het document handelt over mensenrechten, de staat, internationaal recht en wereldvrede.

Vaticanum II
Johannes XXIII opende op 11 oktober 1962 het Tweede Vaticaans Concilie, die – zoals hij wenste – de vensters van de Kerk naar de wereld zou openzetten zodat zij met een vernieuwd elan de boodschap van Christus kon verkondigen. Paus Johannes XXIII maakte maar één sessie van het concilie mee, want hij overleed op 3 juni 1963 aan de gevolgen van kanker.

Zalig
Johannes XXIII werd samen met Pius IX door Johannes Paulus II op 3 september 2000 zaligverklaard. Het vereiste wonder op zijn voorspraak betrof de genezing in 1966 van de Italiaanse kloosterzuster Caterina Capitani, die aan een ongeneeslijk geachte ziekte leed. Aangezien Johannes tot ‘eer der altaren was verheven, werd zijn stoffelijk overschot in de Vaticaanse Grotten opgeven en overgebracht naar een zijkapel van de Sint-Pietersbasiliek. Daar is zijn lichaam, gekleed in witte toog, roodfluwelen schoudermantel, staatsiestola en camauro, voor iedereen zichbaar.

Canonisatie
Paus Franciscus bepaalde dat voor zijn heiligverklaring geen tweede wonder nodig was. Pauselijk woordvoerder Federico Lombardi verklaarde op 5 juli 2013 dat de Argentijnse paus een uitzondering op de normale gang van zaken wilde maken, omdat de heiligheid van Johannes XXIII volgens Franciscus evident was. De canonisatie (samen met die van Johannes Paulus II) vond plaats op 27 april 2014. Zijn feestdag op 11 oktober (openingsdag Vaticanum II) werd op de Algemene Romeinse Kalender geplaatst.