Jong, Piet de

Petrus Jozef Sietse de Jong (1915) was een Nederlands politicus. Hij was achtereenvolgens staatssecretaris en minister van Defensie en minister-president.

Jeugd en opleiding
Piet de Jong werd op 3 april 1915 geboren in Apeldoorn als zoon van treinmachinist Johannes de Jong en Gijsberta Schouten. Hij bezocht de Rijks-HBS en werd op zestienjarige leeftijd adelborst aan het Koninklijk Instituut voor de Marine in Den Helder. Bijna was hij wegens zijn geringe lengte niet aangenomen “maar ik werd aangenomen op de groei”, zou hij later zeggen.

Luitenant ter zee
Op 28 augustus 1934 werd De Jong bevorderd tot luitenant ter zee derde klasse. Hij werd toegevoegd aan de onderzeedienst en werkte enige tijd in Nederlands-Indië. Terug in Nederland werd hij belast met het toezicht op de bouw van de onderzeeboot O-24 op de werf van de Rotterdamse Droogdokmaatschappij. Het schip was nog niet af toen de oorlog uitbrak. Niettemin wist De Jong met de O-24 naar Engeland uit te wijken. Gedurende de oorlog zou hij commandant van deze onderzeeër zijn. Hij zou zes jaar lang de wereldzeeën bevaren en was bij verschillende zeegevechten betrokken. Zijn onderzeeboot bracht zes Italiaanse en twee Japanse koopvaardijschepen tot zinken, waarvoor hij zowel door de Nederlandse als door de Britse regering werd onderscheiden.

Adjudant
Na de oorlog was De Jong enkele jaren adjudant van Alexander Fiévez, minister van Oorlog in het kabinet-Beel I. In 1951 werd hem het bevel opgedragen van Hr. Ms. fregat 'De Zeeuw' en in 1953 werd hij stafofficier bij de 'Allied Commander-in-Chief' in Portsmouth. Twee jaar later werd hij chef-staf van de inspecteur-generaal der marine en adjudant van koningin Juliana. In die laatste functie vergezelde de Jong kroonprinses Beatrix tijdens haar bezoek aan Suriname en de Nederlandse Antillen in 1958. In datzelfde jaar werd hij bevorderd tot kapitein ter zee en benoemd tot commandant van de onderzeebootjager 'Gelderland'. Aan boord van dit schip ontving hij op 2 jnui 1959 een telexbericht: 'In verband met kabinetsformatie verzoeke KtZ De Jong zich onmiddellijk naar Den Haag te begeven'.

Staatssecretaris
Tot zijn verrassing (“Ik was katholiek. Dat was het enige dat ik met de KVP gemeen had”) werd De Jong gevraagd staatssecretaris van Defensie te worden onder de liberale minister Sidney van den Bergh. Als staatssecretaris in het kabinet-de Quay viel De Jong niet echt op, maar zijn optreden was voldoende succesvol om hem bij de kabinetsformatie van 1963 het ministerschap aan te bieden.

Minister
In het kabinet-Marijnen was Piet de Jong de eerste katholieke minister van Defensie. Hij voerde een ingrijpende reorganisatie door op zijn departement en was verantwoordelijk voor grootschalige bezuinigingen op de krijgsmacht. Hij verkortte de dienstplicht van 18 naar 16 maanden. Minister De Jong stond bekend als een hartstochtelijk verdediger van de NAVO.

Minister-president
Dat de katholieke marineofficier uiteindelijk in 1967 premier werd van Nederland was vooral te danken aan het feit dat de antirevolutionair Jelle Zijlstra, die het interimkabinet had geleid dat volgde op de val van het kabinet-Cals, geen nieuwe termijn ambieerde. Hij schoof zijn partijgenoot Biesheuvel naar voren, maar die slaagde er niet in een kabinetsploeg te formeren. Daarna moest men binnen de KVP naarstig op zoek naar een eigen kandidaat. Men kwam uit bij De Jong, die zichzelf meteen “een groentje in dit vak” noemde. Zijn kabinet werd door de oppositie onder leiding van Joop den Uyl geen lang leven toegedacht. Niettemin zat het kabinet de rit uit.

Gezagscrisis, defensie en democratie
Als minister-president kreeg De Jong te maken met de gevolgen van de gezagscrisis die zich vooral in Amsterdam, maar niet alleen daar, openbaarde. Deze crisis leidde onder meer tot het aftreden van de Amsterdamse burgemeester Van Hall. In 1968 leidde de inval van de Sovjet Unie in Tsjechoslowakije tot een rigoureuze verhoging van het Nederlandse defensiebudget. De Jong verdedigde deze verhoging op de Nederlandse televisie en kwam daarmee in aanvaring met de Utrechtse kardinaal Alfrink, die zich als voorzitter van Pax Christi tegen extra defensie-uitgaven keerde. Het kabinet-de Jong was verantwoordelijk voor de invoering van de Wet Universitaire Bestuurshervorming, waarmee de democratisering op de Nederlandse universiteiten werd geïntroduceerd. Ook voerde zijn kabinet in Nederland de BTW in.

Later leven
Na zijn premierschap zat De Jong nog enkele jaren voor de KVP in de Eerste Kamer. In 1974 trok hij zich terug uit het politieke leven. Hij is sindsdien nog wel aanwezig geweest bij belangrijke nationale plechtigheden zoals koninklijke begrafenissen of huwelijken. Voor het laatst deed de toen 95-jarige politicus van zich spreken tijdens het CDA-congres waar gestemd werd over deelname aan het kabinet dat afhankelijk was van steun van de PVV. Hij zei daar: "Je moet elkaar respecteren. Daarom zeg ik: zolang de punten van de godsdienstvrijheid en de rechtsstaat niet zeker zijn, moet de PVV wat mij betreft maar in zijn eentje doormarcheren. Daar doe ik niet aan mee." In 2012 dreigde hij het CDA te verlaten indien deze partij zou instemmen met een verlaging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking.