Judit

Judit of Judith is een figuur die wordt aangetroffen in het gelijknamige bijbelboek. Haar naam betekent 'vrouw uit de stam Juda'. Joden beschouwen haar als de reddende heldin die de vijandelijke generaal Holofernes onthoofdde. Christenen zien in haar de voorafbeelding van de Heilige Maagd Maria, die de kop van de duivel verplettert.

Apocrief
Het boek Judit bevindt zich in de Septuaginta en de Vulgaat achter de zogenoemde 'Historische Boeken'. Het is slechts uit de tweede hand bekend in nogal uiteenlopende Griekse tekstoverleveringen, waarvan de verhouding tot een verondersteld Hebreeuws of Aramees origineel duister is. In de protestantse traditie wordt Judit als apocrief beschouwd.

Geen historisch relaas
In Judit vindt men een vrij gecomponeerd verhaal. De gegevens van historische, chronologische en geografische aard worden willekeurig gehanteerd. Voor de auteur is het geen enkel bezwaar dat hij plaatsen, personen en tijden door elkaar mengt.

Holofernes
Het boek Judit speelt zich af in Israël. De Assyrische veldheer Holofernes slaat het beleg rondom het Noord-Israëlitische Betulia. Maar op zijn rustbed wordt hij met zijn eigen zwaard onthoofd door de listige weduwe Judit. Zij brengt hiermee de verlossing van haar stad teweeg.

Koning Nebukadnessar
Zoals zo vaak in de Schrift, is ook dit oorlogsverhaal theologisch geladen: van de kant van de vijand, want Holofernes proclameert de godheid van zijn koning Nebukadnessar (historisch gezien de koning van Babylon en niet van Assyrië); van de kant van Israël, in zoverre de benauwde regenten van Betulia de HEER uitdagen om binnen vijf dagen redding te brengen. Beiderzijds wordt de godsvraag acuut. Zal de HEER wijken voor een menselijke aanmatiging, laat Hij zich beproeven door menselijke berekening?

Zelfrechtvaardiging van God
Als het verhaal halverwege tot deze impasse is afgedaald, treedt Judit voor het eerst op. Zij staat slechts in dienst van het leidend motief, 'de zelfrechtvaardiging van God': de HEER toont zijn 'waarheid' aan Israël, dat Hem vertwijfeld heeft uitgedaagd, en Hij verdedigt zijn monopolie tegen Nebukadnessar, wiens vergoddelijking Hem te na komt.

Alleenstaande vrouw
Het is kenmerkend voor de bijbelse heilseconomie, dat deze goddelijke openbaring geschiedt door middel van een alleenstaande vrouw, die zowel de stoerheid als de wanhoop van mannen beschaamt. Wellicht heeft de schrijver in deze figuur, die de naam 'Jodin' draagt en die uitmunt in werken van vroomheid, in achting voor reinheid en spijsgeboden, in gehechtheid aan Jeruzalem en de tempel en in de geest van gebed, de roeping van Israël willen typeren, niet in het minst ook als Gods getuige voor het oog van de heidenen.

Maria en de slang
De figuur Judit die Holofernes onthoofdt doet denken aan de wijze waarop de Heilige Maagd Maria in de katholieke traditie vaak wordt afgebeeld: als een vrouw die de kop van een slang verbrijzelt. Dat beeld is ontleend aan Genesis 3,15: “Vijandschap sticht Ik tussen jou [de slang] en de vrouw, tussen jouw kroost en het hare. Het zal jouw kop verbrijzelen, en jij zijn hiel!' De slang in deze is de belichaming van het kwaad. Maria is in de katholieke traditie de nieuwe Eva die door Christus de duivel overwint. Judit kan beschouwd worden als een voorafbeelding van die nieuwe Eva.

Met dank aan de Katholieke Bijbelstichting (KBS) die de 'Inleiding op het boek Judit' (Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995) welwillend ter beschikking heeft gesteld voor verwerking in dit lemma.