Laatste Oordeel

Het Laatste Oordeel is volgens de katholieke leer het moment waarop Jezus als Rechter over alle mensen zal oordelen. Daarmee zal Hij de wereld definitief verlossen van het kwaad. Wanneer de Dag des Oordeels zal aanbreken, is niet geopenbaard. 'De dag van de Heer komt als een dief in de nacht', schrijft Sint Paulus.

Levenden en doden
Een van de voornaamste geloofswaarheden van de Katholieke Kerk leert dat Jezus Christus in heerlijkheid zal terugkeren in de wereld voor het Laatste Oordeel. “Hij zit aan de rechterhand van de Vader. Vandaar zal Hij komen oordelen, de levenden en de doden”, aldus de Geloofsbelijdenis van Nicaea-Constantinopel.

Gegeven aan Zoon
Volgens de auteur van de Handelingen der Apostelen heeft God de Vader Jezus aangesteld als Rechter. In het Johannes-evangelie staat: “De Vader heeft het oordeel geheel aan de Zoon gegeven opdat allen de Zoon zouden eren” (Joh. 5, 22-23).

Redder
Christus' wederkomst valt dus samen met het Laatste Oordeel. Zijn hoedanigheid van Rechter is die van Redder. Jezus zei: “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered” (Joh. 5,26). Bij het Laatste Oordeel zal Christus het kwaad definitief vernietigen. Wie in Hem gelooft en in de waarheid is, zal gered zijn. Gered zijn betekent: aan de verdoemenis ontrukt.

Ieder zijn loon
In de Catechismus van de Katholieke Kerk (nr. 682) staat dat Christus op het einde der tijden “de verborgen gezindheid van de harten zal blootleggen en iedere mens zijn loon zal geven overeenkomstig zijn werken en overeenkomstig zijn aanvaarden of afwijzen van de genade”.

Algemeen en bijzonder oordeel
Het Laatste Oordeel wordt ook het 'algemeen oordeel' genoemd. De leer kent immers ook een bijzonder oordeel. In het traditionele kerkelijke taalgebruik wordt de gelovigen voorgehouden dat iedere individuele ziel na de dood aan een oordeel wordt onderworpen en op basis daarvan drie mogelijke bestemmingen heeft: de Hemel, de Hel of het Vagevuur.

Dag des Oordeels
Het moment van het algemeen oordeel wordt 'Dag des Oordeels' genoemd. De katholieke leer houdt voor dat geen mens weet wanneer deze 'dag' aanbreekt. Zogenaamde profetieën of bijbelse berekeningen over de 'datum' worden dan ook verworpen. Vaak wordt daarbij verwezen naar de Eerste Tessalonicenzenbrief (5: 1.2), waarin Paulus oproept tot waakzaamheid:

Over tijd en uur echter hoeven wij u niet te schrijven, broeders en zusters. U weet zelf heel goed dat de dag van de Heer komt als een dief in de nacht.

Antichrist
Hoewel nooit is geopenbaard wanneer het algemeen oordeel precies zal plaatsvinden, heeft de Kerk uit de Heilige Schrift afgeleid dat er drie gebeurtenissen aan vooraf zullen gaan:

  1. de vervolging en verleiding door de Antichrist;
  2. de ondergang van de wereld;
  3. de verrijzenis van de doden.

Als God alle zielen uit het Vagevuur heeft verenigd met de lichamen waarmee zij eerst een eenheid vormden, ondergaan allen het ultieme oordeel.

Jezus en de profeten
Zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament wordt het idee van de Dag des Oordeels gebruikt om mensen aan te spreken op hun geweten en hun verantwoordelijkheid. Jezus sluit zich in zijn verkondiging aan bij de oudtestamentische profeten. Hij spreekt over een komend rechtsgeding tussen de volkeren een ook hij predikt dat de doden op die dag uit de dood zullen opstaan om geoordeeld te worden. Zijn tijds- en volksgenoten komen er in zijn verkondiging niet best vanaf:

De koningin van het zuiden zal bij het oordeel opstaan met de mensen van deze generatie en hen veroordelen. Want zij kwam van het uiteinde van de aarde om Salomo's wijsheid te horen; maar hier is meer dan Salomo. De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan met deze generatie en haar veroordelen. Want zij bekeerden zich tot de verkondiging van Jona; maar hier is meer dan Jona. (Lucas 11:31-32).

Oordeel van de Mensenzoon
De kerkelijke traditie brengt Matteüs 25, 31-46 in verband met het Laatste Oordeel. In deze passage spreekt Jezus over de wederkomst van de Mensenzoon die plaatsneemt op “de troon van heerlijkheid” en de schapen van de bokken scheidt. De schapen zijn de rechtvaardigen, de bokken de verdoemden. Wie barmhartigheid heeft betoond aan de hongerigen, de dorstigen, de vreemdelingen, de naakten, de zieken en de gevangenen, heeft dat voor de Mensenzoon gedaan, omdat Hij zich met “de geringsten” identificeert. Wie goed deed aan hen wordt beloond met het eeuwig leven, wie dat heeft nagelaten wordt geworpen in “het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen”.

Paulus
In de theologie van Paulus zal er op de Laatste Dag, bij het verschijnen van Jezus Christus, een oordeel worden geveld over levenden en doden. Daarnaast heeft deze dag voor de gelovigen ook een zuiverende functie:

… van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is. Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. (1 Kor. 3,13)

Begin bij gelovigen
Volgens het nieuwtestamentische boek Eerste Brief van Petrus begint het oordeel bij de gelovigen zelf:

Want de tijd van het oordeel is aangebroken, en het begint met het huis van God. Als het met ons begint, hoe zal het dan aflopen voor hen die het evangelie van God weigeren te gehoorzamen? (1 Petrus 4,17)

Visioen van Sint Jan
In de christelijke iconografie is wat het Laatste Oordeel betreft vooral geput uit dit visioen van Sint Jan (Apokalyps 20, 11-15):

Toen zag ik een grote, witte troon, en Hem die daarop zetelde. De aarde en de hemel vluchtten weg van zijn aanschijn en hun plaats werd niet meer gevonden. Ik zag de doden, groot en klein, voor de troon staan. De boeken werden geopend. Nog een ander boek werd geopend, het boek des levens. De doden werden geoordeeld naar hun daden, zoals die in de boeken beschreven stonden. De zee gaf haar doden terug, en de dood en het dodenrijk gaven hun doden terug, en zij werden geoordeeld, op grond van hun daden. Toen werden dood en dodenrijk in de vuurpoel geworpen. Dit is de tweede dood, de poel van vuur. Ieder van wie de naam niet in het boek des levens stond, werd in de poel van vuur geworpen.