Leo de Grote

De heilige Leo I (440-461) was de eerste paus die verkondigde dat de opvolger van Petrus niet alleen pastor van Rome is maar ook die van de Universele Kerk. Verder staat hij bekend als de ontwerper van het dogma van de Twee Naturen van Christus. Hij wordt vereerd in zowel de Latijnse als de Byzantijnse kerken.

Diaken in Rome
Leo, zoon van Quintianus, werd rond 400 in Toscane geboren. Een vroege historische bron over zijn leven meldt dat hij diaken onder paus Coelestinus I was. In Rome ontwikkelde hij zich tot een man van gezag. Tijdens het pontificaat van Sixtus III werd hij door keizer Valentinianus als diplomaat naar Gallië gestuurd om er te bemiddelen in een politiek geschil tussen twee provinciebestuurders. Toen Sixtus in 440 overleed werd Leo, die nog in Gallië verbleef, tot zijn opvolger gekozen. In september van dat jaar werd hij in Rome tot bisschop gewijd.

Pauselijk primaatschap
Het pontificaat van Leo was cruciaal in de geschiedenis van het pausschap. Hij was de eerste bisschop van Rome die het primaatschap van de opvolger van Petrus leerstellig naar voren bracht. Volgens hem was de paus niet alleen verantwoordelijk voor het bisdom Rome, maar was hij tevens pastor van de universele Kerk.

Twee naturen van Christus
Als krachtige bestrijder van theologische dwaalleren wist hij niet alleen in de Latijnse Kerk maar ook in de Griekse Kerk respect af te dwingen. De oosterse synode van Efeze (449), die vasthield aan het monofysitisme, noemde hij de 'roverssynode'. Het monofysitisme leerde dat de menselijke natuur van Christus geheel was opgegaan in zijn goddelijke natuur. Naar aanleiding van deze dwaling schreef hij een dogmatische brief aan patriarch Flavianus van Constantinopel. Daarin zette hij de orthodoxe leer uiteen: Christus heeft zowel een menselijke als goddelijke natuur. Op het Concilie van Chalcedon (451) werd zijn brief aan Flavianus voorgelezen. Onder luid gejuich aanvaardden de concilievaders de Tweenaturenleer van paus Leo. Dit versterkte het pauselijk gezag in de gehele katholieke Kerk.

Attila de Hun
Beroemd is het verhaal dat Leo in 452 Attila de Hun bij Mantus wist te bewegen het Italische schiereiland te verlaten. Rome was in die tijd niet meer de mogendheid die het eens geweest was en de militaire verdediging van de stad stelde nog maar weinig voor. Zonder Leo's tussenkomst zou Rome door de gevreesde aanvoerder van barbaarse ruiterlegers met de grond gelijkgemaakt zijn. Een legende vertelt dat Attila, bijgenaamd 'de gesel Gods', zich had teruggetrokken omdat hij in een visioen gezien had dat de apostelen Petrus en Paulus vanuit de hemel hun zwaarden dreigend op hem richtten.
Kort na zijn ontmoeting met Attila moest Leo opnieuw zijn bisschopsstad verdedigen. Hij weerhield de Vandalenkoning Genserik van moord en brandstichting in Rome. De paus wist echter niet te voorkomen dat de stad geplunderd werd.

Leo Magnus
Leo I stierf op 10 november 461. Hij wordt vereerd als toonbeeld van goed herderschap, omdat hij zijn kudde wist te beschermen tegen de barbaren, zijn gelovigen de ware leer voorhield en over de eenheid van de Kerk waakte. Gregorius I (540-604) en hij zijn de enige pausen die na hun dood de titel Magnus ('De Grote') kregen. Leo de Grote ligt begraven in de Sint-Pietersbasiliek van Vaticaanstad. Paus Benedictus XIV verhief hem in het jaar 1754 tot Kerkleraar.

Liturgische gedachtenis
De liturgische gedachtenis van Sint Leo I stond op de oude Romeinse kalender op 11 april. Thans viert de Latijnse Kerk zijn gedachtenis op zijn sterfdag: 10 november. De Griekse en Slavische kerken gedenken hem op 18 februari.