Leviticus is het derde boek van de Pentateuch, het eerste deel van het Oude Testament. Het gaat vooral over de cultische voorschriften van het verbond van Jahweh met Israël.

Stam van Levi

Leviticus betekent 'het Boek van de Levieten'. De afstammelingen van Levi, de derde zoon van Jakob en Lea, vormden in Israël de priesterlijke stand, bestaande uit hogepriesters, priesters en ander cultisch personeel, aangeduid als Levieten. Mozes en zijn broer Aäron, de eerste hogepriester, behoorden tot de stam van Levi.

Heiligheid

Het boek bestaat uit twee onderscheiden delen. Het eerste deel handelt voornamelijk over de heiligheid van een aantal zaken en instellingen (zoals offers, het priesterschap, enz.) en over de bevoegdheden van priesters en Levieten. Het tweede deel spreekt over de heiligheid van Jahweh, en wel als toonbeeld voor de heiligheid van de mens.

Wetgeving

De liturgische wetgeving codificeert eeuwenoude beroepskennis van priesterfamilies; men vindt er archaïsche, haast magische riten (de zondebok, het zondeoffer voor huizen) die wellicht uit andere godsdiensten zijn overgenomen; bij de beschrijving van de offers wordt vooral de uiterlijke rite benadrukt.

Reinheid

De reinheidswetten komen enerzijds voort uit de afwijzing van bepaalde diersoorten die een rol speelden in de eredienst van andere volken; anderzijds weerspiegelen zij de religieuze huiver van de primitieve mens voor mysterieuze krachten die hem te boven gaan (geboorte, seksualiteit, ziekte en dood).

'Wees heilig!'

De Levitische wetten hebben waarschijnlijk pas na de Babylonische Ballingschap (6e eeuw voor Chr.) hun definitieve vorm gekregen. Toch bevatten zij veel oud materiaal, zoals de spijswetten, de reinheidswetten en het ritueel van de verzoendag. Het oudste geschreven gedeelte schijnt de zogenaamde heiligheidswet te zijn, waarvan een van de belangrijkste sleutelzinnen is: 'Wees heilig, want Ik, de heer, ben heilig' (hoofdstuk 19, vers 2).



Met dank aan de Katholieke Bijbelstichting (KBS) te Den Bosch die de 'Inleiding op het boek Leviticus' (Willibrordvertaling van de Bijbel, uitgave 1995) welwillend ter beschikking heeft gesteld voor verwerking in dit lemma.