Marcus de Evangelist

Sint Marcus was een metgezel van de apostel Paulus en een van de Zeventig Discipelen. Hij wordt beschouwd als de stichter van de Kerk in Alexandrië en als de auteur van het Marcusevangelie.

Johannes Marcus
Volgens sommigen is Marcus dezelfde als Johannes Marcus, die enkele keren wordt genoemd in de Handelingen der Apostelen. Dit is een tegenspraak met het werk dat Sint Hippolytus in de tweede eeuw schreef over de Zeventig Discipelen. Hippolytus onderscheidt drie Marcussen: Marcus de Evangelist (genoemd in 2 Timoteüs 4,11), Marcus de neef van Barnabas (genoemd in Kolossenzen 4,10) en Johannes Marcus. Niettemin geldt in de moderne bijbelwetenschap de consensus dat het hier steeds om dezelfde Marcus gaat, die enkel een paar keer anders wordt genoemd. 

Papias
De eerste die Marcus heeft aangewezen als auteur van een van de vier evangeliën is Papias. Deze oudchristelijke schrijver, behorend tot de Apostolische Vaders, heeft vermoedelijk de apostel Johannes nog gekend. Naast Marcus identificeert hij ook Matteüs als evangelist. Over Marcus' leven is niettemin weinig bekend. In de traditie wordt hij wel vereenzelvigd met de man die water bracht naar het huis waar het Laatste Avondmaal plaatsvond, dit op grond van het feit dat deze geschiedenis, van het brengen van water, alleen bij Marcus (14,13) wordt genoemd.

Mijn zoon
De auteur van de Eerste Petrusbrief (5,13), noemt Marcus “mijn zoon”. Op grond hiervan is wel verondersteld dat Marcus zijn evangelie heeft gebaseerd op verhalen die hij van Petrus zelf gehoord zou hebben.

Alexandrië
Volgens Hieronymus en Eusebius van Caesarea zou Marcus de stichter zijn geweest van de christelijke gemeente in Alexandrië. Op grond hiervan beschouwen de Kopten Marcus als hun eerste paus. Beide Kerkvaders maken ook gewag van de marteldood van Marcus. Hij zou in 68 na Chr. in Alexandrië zijn vermoord door heidenen.

Venetië
De vermoedelijke relieken van de heilige evangelist werden in 828 door twee Venetiaanse kooplieden vanuit Alexandrië overgebracht naar Venetië. Daar worden ze sinds 1071 bewaard in de Basilica di San Marco. Sindsdien is Marcus de schutspatroon van Venetië. Een gelijknamige basiliekin Rome wordt doorgaans aan de patriarchen van Venetië toegewezen als titelkerk, wanneer zij tot kardinaal verheven worden. In 1968 werd, bij het negentienhonderdjarig bestaan van de Koptische Kerk een deel van de relieken teruggegeven aan de Kopten.

Feest
De Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerken vieren het liturgische feest van Sint Marcus op 25 april. In de Koptisch-Orthodoxe Kerk wordt het feest van zijn martelaarschap gevierd op de 30ste van de Koptische maand baramouda (= 8 mei).

Iconografie
In de iconografie wordt Marcus meestal afgebeeld met het attribuut leeuw. De leeuw symboliseert het Marcus-evangelie. Deze leeuw siert ook het wapen van de stad Venetië en de wapens van de pausen die voor hun verkiezing patriarch van Venetië waren: paus Pius X, paus Johannes XXIII en paus Johannes Paulus I. Deze heraldische leeuw houdt meestal een schild vast waarop te lezen staat: PAX TIBI MARCE EVANGELISTA MEUS ('Vrede zij U, Marcus, mijn Evangelist'). Het Marcus-evangelie begint met de verkondiging van Johannes de Doper in de woestijn bij de wilde dieren, vandaar de leeuw. (Meer over de attributen van de vier evangelisten in het lemma Tetramorf).