Plato

Plato (ca.427-347 v.Chr) was een Griekse filosoof en wordt beschouwd als een van de grootste denkers aller tijden. Volgens de Britse filosoof A.N. Whitehead (1861-1947) is de hele Westerse filosofie niet meer dan 'een serie voetnoten bij Plato'. Hij schreef voornamelijk fictieve dialogen. Daarin gaat zijn belangrijkste personage Socrates met anderen in gesprek over de meest uiteenlopende onderwerpen. Voor de ontwikkeling van de christelijke theologie is Plato van groot belang geweest. Christelijke geleerden in de Oudheid verdedigden hun geloof vaak met behulp van platonische denkbeelden. De kerkvader Augustinus (354-430) behoorde tot zijn bewonderaars en is zeer door het (neo)platonisme beïnvloed. In de Middeleeuwen hadden de geschriften van Plato groot gezag.

A. LEVEN

Aristocraat
Plato (Platoon in het Grieks) werd omstreeks 427 vóór Christus in Athene geboren uit een aristocratisch geslacht. Het was zijn aanvankelijke ambitie zich toe te leggen op het stadsbestuur. Daar zag hij vanaf omdat hij zich niet kon verenigen met de toen heersende democratie van Athene.

Socrates
Zijn interesse voor de filosofie werd gewekt door Socrates. Acht jaar lang was hij de leerling van deze controversiële wijsgeer. Socrates kwam vaak met het establishment in aanvaring omdat hij de heersende meningen op het gebied van ethiek, politiek en religie openbaar in twijfel trok. In 399 werd Socrates door het stadsbestuur ter dood veroordeeld op beschuldiging van belediging van de staatsgoden.

Academie
Na de dood van Socrates maakte Plato lange en verre reizen naar onder meer Egypte en Italië. Zo bezocht hij ook Syracuse op Sicilië. Daar bracht hij enige tijd door aan het hof van de heerser Dionysius I. Omstreeks 387 besloot Plato zich weer te vestigen in Athene. Net buiten de stadsmuren, bij het heiligdom van de held Akademos, stichtte hij een instituut voor hoger onderwijs, dat later de Academie genoemd zou worden. Een van de bekendste studenten van die school zou Aristoteles worden. Op de Academie kregen de studenten een jarenlange wetenschappelijke training - met de nadruk op wiskunde en muziek - en een wijsgeringe vorming. Het doel was de studenten voor te bereiden op een actieve rol in de politiek.

Avontuur op Syracuse
Plato bracht nog twee keer een bezoek aan Syracuse. In 367 stierf Dionysius I. Diens zwager Dion vroeg Plato om de nog jonge Dionysius II te onderwijzen. Plato aanvaardde dat voorstel, omdat hij hoopte zo zijn politieke idealen te verwezenlijken. Plato was namelijk van mening dat alle koningen filosofen moesten zijn. De prins stelde zich echter vijandig op en Plato moest het hof verlaten. In 361 vroeg Dionysius II echter zelf of Plato wilde terugkeren. Plato ging akkoord op voorwaarde dat de jonge vorst zich onderwierp aan een strenge wijsgerige tucht. Dionysius deed alsof hij daaraan wilde voldoen, maar zijn kwaadaardige natuur bracht Plato uiteindelijk in het nauw. Na een meningsverschil met de vorst werd Plato gevangengezet en als slaaf verkocht, maar hij kon na verloop van tijd worden vrijgekocht. In 360 keerde hij voorgoed naar Athene terug. Daar stierf hij in 347 op 80-jarige leeftijd.

B. WERKEN

Dialogen
Nagenoeg alle geschriften van Plato zijn bewaard gebleven. Ze bezitten een hoge literaire waarde. Op een aantal brieven na, hebben de meeste boeken de vorm van een dialoog. Meestal is Socrates het hoofdpersonage. Het is niet mogelijk om precies aan te geven wat Plato nu zelf van bepaalde zaken vond. Vaak worden de woorden van Socrates aangezien als de opvattingen van Plato zelf. In de dialogen wordt Socrates opgevoerd als de wijze bij uitstek die zijn gesprekspartners op ironische wijze uitdaagt over bepaalde onderwerpen uitspraken te doen. Die worden dan op zeer uitvoerige en vaak ook op humoristische wijze ontkracht, waarna Socrates zelf een poging doet tot het hoogst mogelijke inzicht te komen.

De belangrijkste werken zijn De Staat (Politeia), TimaeusGorgiasApologieCritoMenoSymposiumPhaedoParmenidesDe StaatsmanCritiasPhaedrusDe Wetten en De Sofist.

Drie gebieden
Volgens Augustinus bestaat de wijsbegeerte van Plato uit drie gebieden:
'Ten eerste de morele filosofie, die zich met het handelen bezighoudt; ten tweede de natuurlijke filosofie, die in verband wordt gebracht met de beschouwing; ten derde de rationele filosofie, die de grens trekt tussen het ware en het onware' (De Stad Gods VIII,4). Het is niet zo dat een bepaalde dialoog zich beperkt tot één van deze filosofieën. In alle dialogen worden zowel morele onderwerpen als natuurfilosofische kwesties en waarheidsvragen besproken.

C. INVLOED

Platonisme
Sommige filosofische opvattingen worden vaak ten onrechte aan Plato toegeschreven. Dikwijls gaat het daarbij om uitspraken van personages in Plato's dialogen, die door latere filosofen systematisch zijn uitgewerkt. De resultaten van dergelijke uitwerkingen vormen het Platonisme. Er zijn diverse stromingen binnen het Platonisme:

  1. de leer van de Oude Academie van Athene, zoals die bestuurd werd door de eerste vier directe opvolgers van Plato als hoofd van de Academie;
  2. het joods platonisme van o.a. Philo van Alexandrië (gestorven ca. 50 na Chr.);
  3. het midden-platonisme (2e eeuw na Chr.);
  4. het Neoplatonisme, waarvan Plotinus, Porphyrius en Proclus de voornaamste vertegenwoordigers zijn;
  5. het christelijk platonisme.

Plato en het christendom
Het platonisme ontstond in de Hellenistische periode. Dit tijdperk begon na de veroveringen van Alexander de Grote (356-323 v. Chr.). In de gebieden die tot zijn rijk hadden behoord domineerden de Griekse taal en cultuur. In deze periode, die duurde tot de 2e eeuw na Chr. onderging de joodse godsdienst een 'vergrieksing' en ontstond het christendom. De heilige boeken van de christenen werden in het Grieks geschreven. Sommige denkers van het vroege christendom voelden zich genoodzaakt de denkbeelden die in deze boeken stonden in overeenstemming te brengen met de Griekse wijsbegeerte, met name die van Plato. Vele van de platonistische leerstellingen werden als christelijk geloofsgoed beschouwd, zoals de onsterfelijkheid van de ziel en het bestaan van de Logos. In de tweede eeuw waren er christelijke wijsgeren die geloofden dat Socrates en Plato 'christenen vóór Christus' waren. Justinus de Martelaar meende dat Plato veel van zijn inzichten ontleend had aan het Oude Testament. We weten nu dat dit niet het geval is. Veel van de joods-christelijke opvattingen werden op Plato geprojecteerd, bijvoorbeeld dat Plato geloofde in het bestaan van God als de ene schepper van hemel en aarde. Veel van wat in Plato's geschriften staat blijkt echter onverenigbaar met de christelijke leer te zijn, bijvoorbeeld de eeuwigheid van de menselijke ziel, reïncarnatie, de goddelijkheid van de planeten, de eeuwigheid van de schepping, de afwijzing van huwelijk en gezin als hoeksteen van de samenleving en knapenliefde (Socrates en Plato waren liefhebbers van jongens).

Heidegger
De dialogen van Plato hebben ook hun stempel op de moderne en hedendaagse wijsbegeerte gedrukt. Volgens de Britse filosoof A.N. Whitehead (1861-1947) is de hele Westerse filosofie niet meer dan 'een serie voetnoten bij Plato'. De Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) was zo onder de indruk van de filosofie van Plato dat bij hem steeds weer de twijfel opkwam of hij eigenlijk nog wel iets eigens te zeggen had. In een brief zegt Heidegger zichzelf te beschouwen als een soort suppoost in het museum van Plato's filosofie, wiens enige zorg het is of het licht goed valt op diens grote werken. In het Nederlands taalgebied is het vooral de classicus en filosoof Cornelis Verhoeven (1928-2001) geweest die Plato's wijsbegeerte levend heeft gehouden.

Voor een overzicht van Plato's leer en bronvermelding zie het lemma Plato: leer