Quatertemperdagen

Quatertemperdagen zijn boete- en vastendagen ter heiliging van de vier seizoenen. Na het Tweede Vaticaans Concilie zijn ze in onbruik geraakt.

Vier seizoenen
Quatertemper betekent letterlijk 'vier tijden' of 'vier seizoenen'. Van oudsher zijn mensen gewoon stil te staan bij het verstrijken der seizoenen. Dat ging dikwijls gepaard met het vereren van de vruchten van het veld.

Vier maal drie dagen
De Kerk stelde vanaf de vierde eeuw de zogenoemde Quatertemperdagen in de plaats van deze heidense praktijk. Per seizoenswisseling moesten gelovigen drie dagen van Boete en Vasten in acht nemen. Steeds betrof het een woensdag, vrijdag en zaterdag.

Tijdstip
Quatertemperdagen werden gehouden in de week na de eerste zondag van de vasten, bij het aanbreken van de lente; in de pinksterweek, als de zomer begon; in de derde volle week van september ter markering van de aanvang van de herfst, en in de week na de derde zondag van de advent, bij het begin van de winter.

In onbruik
Na het Tweede Vaticaans Concilie zijn de quatertemperdagen in onbruik geraakt. In het nieuwe missaal van de Romeinse liturgie uit 1970 komen ze niet meer voor.

Volksvroomheid
Het Directorium voor volksvroomheid en liturgie van 2002 stelt voor om in streken waar met name de Quatertemperdagen van de winter nog wel in gebruik zijn, deze ook te handhaven: "Daar waar de volksvroomheid vieringen heeft ingesteld om de seizoenswisseling tot uitdrukking te brengen, dienen deze gehandhaafd en benut te worden" (Directorium voor volksvroomheid en liturgie, Ned. Editie 2003, 100).