Siger van Brabant was een dertiende-eeuwse scholastische filosoof aan de Universiteit van Parijs en aldaar een vooraanstaande representant van het averroïsme, de systematische weergave van de interpretatie van de werken van Aristoteles door de Moorse geleerde Averroës. Siger was een tragische figuur die slachtoffer werd van tal van verdachtmakingen. Zo werd hij ervan beschuldigd de leer van de ‘dubbele waarheid’ aan te hangen.
Parijs
Siger of Zeger van Brabant (Latijn: Sigerius de Brabantia) was afkomstig uit de zuidelijke Nederlanden, waar hij tussen 1234 en 1241 geboren werd. Hij behoorde tot de geestelijkheid van het prinsbisdom Luik. Hij was geen priester, maar wel kanunnik van de collegiale kerk van Sint-Martinus in Luik. Vanaf begin jaren zestig van de dertiende eeuw had hij een aanstelling als magister aan de in 1200 opgerichte facultas artium (faculteit der vrije kunsten) van de Universiteit van Parijs.
Averroës
Siger kwam aan in Parijs toen de uit het Arabisch vertaalde werken van Aristoteles in de Latijnse wereld werden geïntroduceerd. Verloren gewaande werken van de Stagiriet bleken in islamitisch Spanje al eeuwen bestudeerd te zijn. Grote indruk maakte Ibn Roesjd (1126-1198), wiens naam werd verbasterd tot Averroës. Deze moslimgeleerde uit Córdoba had op veel werken van Aristoteles een commentaar geschreven. Die commentaren bevatten ook zijn eigen metafysische en natuurfilosofische opvattingen, die het resultaat waren van zijn pogingen om Aristoteles te verzoenen met de Koran.
Latijns averroïsme
Medio dertiende eeuw werden in Parijs de Aristoteles-commentaren van Averroës becommentarieerd vanuit een christelijk perspectief. Daaruit kwam het zogenoemde Latijns averroïsme voort. Siger van Brabant was daarvan een voornaam vertegenwoordiger. De averroïsten presenteerden wijsgerige kwesties die raakten aan de kern van het christelijk scheppingsgeloof, zoals: Is de wereld eeuwig? Wat is de aard van de ziel? Hoe werkt de Schepper in zijn schepping? Disputen hierover zorgde voor de nodige ophef.
Katholieke geloofsleer
Uit verslagen van universitaire disputen blijkt dat Siger verwikkeld was in hevige conflicten binnen de faculteit der kunsten, waaronder geschillen over leergezag, het curriculum en de juiste verhouding tussen filosofie en theologie. Zijn onderwijs trok de aandacht vanwege de strikte naleving van aristotelische en averroïstische standpunten die moeilijk te verzoenen leken met de katholieke leer. Om zich in te dekken stelde Siger problematische leerstellingen soms voor als wat ‘de Filosoof’ (= Aristoteles de Stagiriet) meende, in plaats van als zijn persoonlijke overtuiging.
Veroordelingen
In 1270 begon de naam van Siger steeds meer op te duiken in verband met een reeks veroordelingen die door bisschop Étienne Tempier van Parijs in dat jaar werden uitgevaardigd. Deze veroordelingen waren gericht tegen een reeks stellingen die in verband werden gebracht met het averroïsme. Siger werd ervan verdacht deze stellingen te verdedigen.
Dood
Op 23 november 1277 werden Siger en zijn collega Berner van Nijvel door de dominicaan Simon du Val, de toenmalige grootinquisiteur van Frankrijk, voor de Inquisitie gedaagd. Zij gingen echter in beroep bij de Heilige Stoel. Daarop werd Berner vrijgelaten, maar Siger en zijn andere collega Boëthius van Zweden werden gedeporteerd naar Italië en gevangengezet in het pauselijk paleis in Orvieto. Siger zou nooit meer vrijkomen. Hij schijnt tussen 1281 en 1284 door een gek geworden secretaris te zijn vermoord.
Paradijs
In La Divina Commedia van Dante Alighieri (1265-1321) verschijnt Siger in het Paradijs (Canto X) als de Parijse lector die la luce eterna (‘het eeuwig licht’) uitstraalt. Hij is geplaatst in de ‘kring der wijzen’, naast Thomas van Aquino en andere grootheden van het christelijk denken. Dat Dante Siger in dit verheven gezelschap opnam, wordt vaak geïnterpreteerd als een teken van respect voor diens intellectuele moed en filosofische strengheid, ondanks de leerstellige controverses.
Ziel
Een van Sigers meest controversiële standpunten betrof de aard van het menselijk intellect. In navolging van Averroës’ interpretatie van Aristoteles werk De anima (‘Over de ziel’) stelde Siger dat er één afzonderlijk, eeuwig mogelijk intellect bestaat dat door alle mensen wordt gedeeld. Individuele mensen beschikken over vergankelijke lichamen en specifieke verbeeldingsvermogens, maar ze hebben niet elk een afzonderlijke ziel. Deze stelling, vaak de ‘eenheid van het intellect’ genoemd, druiste in tegen de katholiek leer: iedere persoon heeft een geschapen, individuele, onsterfelijke ziel. Critici, onder wie Thomas van Aquino, voerden aan dat Sigers standpunt de geloofsleer over de individuele verantwoordelijkheid voor zonde en verdienste ondermijnde. In zijn eigen geschriften probeerde Siger het onderscheid te verduidelijken tussen de visie van de filosoof op het intellect – strikt gebaseerd op natuurlijke rede en Aristotelische principes – en die van de theoloog, die op de goddelijke openbaring berust.
Wereld: eeuwig of tijdelijk?
Een ander aandachtspunt in Sigers denken was de vraag naar de eeuwigheid van de wereld. Aristoteles en Averroës stelden dat de wereld altijd heeft bestaan, weliswaar onderhevig aan verandering, maar zonder een tijdelijk begin. De christelijke traditie stelt daarentegen dat de wereld en daarmee ook de tijd door God uit het niets is geschapen. De schepping heeft dus wel degelijk een begin. In werken zoals De aeternitate mundi onderzocht Siger zorgvuldig de argumenten van Aristoteles en concludeerde hij dat, vanuit het standpunt van filosofische redenering, de eeuwigheid van de wereld aantoonbaar lijkt of op zijn minst zeer overtuigend. Tegelijkertijd onderwierp Siger zich aan het christelijke scheppingsdogma.
Dubbele waarheid
Zijn onderwerping aan de geloofsleer leidde tot de beschuldiging dat Siger een vorm van ‘dubbele waarheid’ verdedigde: dat een stelling waar zou kunnen zijn in de filosofie maar onwaar in de theologie, of omgekeerd. Moderne onderzoekers zijn geneigd te stellen dat Siger niet bewust twee tegenstrijdige waarheden bevestigde, maar veeleer een methodologisch onderscheid trachtte te handhaven tussen wat door de rede kan worden aangetoond en wat op basis van openbaring moet worden aanvaard.
Werken
Inhoudelijk vallen zijn werken uiteen in drie hoofdgroepen:
- Commentaren op Aristoteles, vooral over psychologie, natuurfilosofie en metafysica.
- Eigen filosofische traktaten, zoals De anima intellectiva en De aeternitate mundi.
- Logische disputaties en verhandelingen, waarin hij complexe semantische en logische problemen behandelt.