Sixtus IV

Sixtus IV was paus van 1471 tot 1484 waarbij hij Rome tot een echte Renaissance-stad ombouwde. Hij was tevens een gevreesd machtpoliticus.

Franciscaan
Francesco della Rovere werd op 21 juli 1414 geboren in Celle (bij Savona) in een eenvoudige familie. Nadat hij zijn opvoeding genoot in een minderbroederklooster trad hij in bij de franciscanen waarna hij in 1464 als minister-generaal werd benoemd. Hij was een goede redenaar en schrijver en stond vooral bekend om de kwaliteit van zijn preken. In 1467 werd hij tot kardinaal verheven. Na het overlijden van Paulus II op 26 juli 1471 werd Francesco tot nieuwe paus gekozen waarbij hij de naam Sixtus IV aannam. Een bijzondere keuze gezien het feit dat paus Sixtus III meer dan 1000 jaar geleden was overleden.

Nepotisme
Paus Sixtus IV zorgde ervoor dat tijdens zijn pontificaat veel familieleden terecht kwamen op goede posities. In december 1471 benoemde hij twee neven tot kardinaal en gedurende zijn pontificaat kwamen er daar nog vier bij. Ook werd een aantal neven en nichten uitgehuwelijkt aan de belangrijke heersende families van Milaan, Napels, Urbino en de Romeinse families Orsini en Farnese.

Financier grootschalige projecten
Afkomstig van de Orde der Minderbroeders waar leven in armoede aan de basis staat, sloeg Sixtus IV een hele andere weg in: die van de rijkdom. Hij liet Rome herbouwen en gaf kapitalen uit aan (culturele) projecten. Sixtus IV ontving veel geld met de verkoop van volle aflaten waarmee hij de grootschalige projecten financierde. Hij liet een brug over de Tiber bouwen, de zogeheten Ponte Sisto. Daarnaast gaf hij de opdracht tot zowel de bouw van de Santa Maria della Pace als de Santa Maria del Popolo. Deze laatste zou het mausoleum worden voor de familie Della Rovere.

Herbouw Rome
Rome kreeg onder Sixtus IV een geheel ander aanzicht, waarbij de smalle straatjes werden vervangen door brede grote straten en nieuwe pleinen. Verder zette hij de werkzaamheden voor de Vaticaanse bibliotheek voort, waar paus Nicolaas V reeds aan begonnen was. Andere projecten waartoe hij opdracht gaf waren de restauratie van het beeld van Marcus Aurelius op het Capitool en de decoratie van het door Innocentius III gestichte Ospedale Santo Spirito in de Borgo. Op de fresco’s in dit hospitaal is Sixtus’ moeder te zien terwijl ze een visioen heeft van haar zoon als toekomstige paus. Verder zijn er momenten uit het leven van paus Sixtus IV te zien en tenslotte toont een laatste fresco hoe Sixtus IV toegang krijgt tot de hemel voor zijn liefdadigheid richting de patiënten van het ziekenhuis.

Sixtijnse Kapel
Zijn meest bekende project is de naar hem vernoemde Sixtijnse Kapel, die in 1481 werd voltooid. Voor de decoratie liet hij belangrijke schilders als Botticelli, Ghirlandaio en Perugino naar Rome komen om de kapel van decoratie te voorzien.

Politieke bemoeienis Italië
Paus Sixtus IV hield zich tijdens zijn pontificaat bepaald niet afzijdig van de permanente machtsstrijd die in Italië woedde tussen Venetië, Milaan, Florence en Napels en de kleinere mogendheden. Het morele prestige wat de Heilige Stoel had werd door hem de das om gedaan. De grote vraag is nog altijd in hoeverre Sixtus betrokken is geweest bij de Pazzi-conspiratie van 1478. Bij deze samenzwering deden Francesco de' Pazzi en aartsbisschop Salviati een poging tot de verstoting van de De' Medici-heersers om hierbij een neef van Sixtus als heerser van Florence aan te stellen. Na de moordpogingen op Lorenzo de' Medici en zijn jongere broer Giuliano kwam alleen de laatste om het leven. De Florentijners bestraften Francesco de' Pazzi en de aartsbisschop Salviati met de dood. Onduidelijk is vooralsnog of paus Sixtus ook aan dit Pazzi-complot deelnam. Bekend is wel dat paus Sixtus De' Medici het liefst zag verdwijnen uit Florence. Eerder had hij deze bankiersfamilie al een aantal malen dwarsgezeten door de Pazzi’s als pauselijke huisbankiers aan te stellen. Ook had hij Salviati, een van de meest naaste getrouwen van de Pazzi’s, aangesteld als heerser van Pisa dat onder eigenlijk onder de Medici-stad Florence viel. Deze feiten sluiten inmenging van paus Sixtus IV bij de Pazzi-samenzwering niet uit.

Spaanse Inquisitie
De bemoeienis van paus Sixtus IV met de politiek uitte zich ook op het internationale toneel. Hij drukte zijn stempel op de Reconquista, de herovering van het Iberisch schiereiland door de christenen op de moslims. De vele joden die onder dwang tot het christendom bekeerd waren vormden een zorgenkindje, vooral omdat een aantal van hen hoge posities had verworven in het bestuur, de economie en zelfs in de kerkelijke hiërarchie. Onder meer Sixtus IV verdacht deze bekeerde joden ervan dat zij in het geheim vast bleven houden aan hun eigen geloof. Daarom besloot de paus in 1478 over te gaan tot gedegen onderzoek naar deze Marranos (‘bekeerde joden’). Dit besluit kan worden gezien als het begin van de Spaanse Inquisitie. Sixtus IV gaf de dominicaan Tomás de Torquimada schriftelijk verlof om radicale middelen in te zetten bij de ontmaskering van Marranos als crypto-joden. Bij deze wrede processen werd een groot aantal van hen op gruwelijke wijze om het leven gebracht.

Overlijden
Op 12 augustus 1484 overleed Sixtus IV. Hij werd begraven in een praalgraf in de Vaticaanse Sint-Pietersbasiliek. Torenhoge schulden waren het resultaat van zijn cultuur- en machtspolitiek.