Het Staatssecretariaat is het centrale orgaan van de Romeinse Curie, het bestuursapparaat van de Heilige Stoel. Het kent twee secties: een Sectie voor Algemene Zaken en een Sectie voor de Relaties met de Staten. Aan het hoofd van het Staatssecretariaat staat een kardinaal met de titel Staatssecretaris.

Dicasterie met twee secties

Het Staatssecretariaat is het dicasterie (departement) van de Romeinse Curie dat het nauwste samenwerkt met de paus bij de uitoefening van zijn universele missie (Pastor Bonus, Art. 39). Johannes Paulus II verdeelde het in 1988 in twee secties: een Sectie voor Algemene Zaken en een Sectie voor de Relaties met de Staten.

Staatssecretaris

De staatssecretaris, het hoofd van het departement, is de 'eerste medewerker' van de paus bij het bestuur van de Universele Kerk. Hij wordt in de seculiere pers ook wel de 'premier' van het Vaticaan genoemd. De staatssecretaris, die de rang van kardinaal heeft, is de eerst verantwoordelijke voor de diplomatieke en politieke activiteit van de Heilige Stoel. In sommige omstandigheden vertegenwoordigt hij de paus zelfs persoonlijk. De staatssecretaris woont in het Apostolisch Paleis, waar normaliter ook de paus woont en werkt (paus Franciscus woont in Domus Sanctae Marthae).

SECTIE VOOR ALGEMENE ZAKEN

De Sectie voor Algemene Zaken of Eerste Sectie is verantwoordelijk voor het afhandelen van zaken die de alledaagse werkzaamheden van de Paus betreffen (Pastor Bonus, art. 41-44). Het gaat daarbij om zijn zorg voor de Universele Kerk en zijn betrokkenheid bij de dicasteries van de Romeinse Curie.

Taken

De Eerste Sectie draagt zorg voor:

  • de voorbereiding van pauselijke documenten;
  • het regelen van afspraken met de Curie en Curieleden;
  • het Loden Zegel en de Vissersring;
  • het regelen van de verplichtingen en activiteiten van de vertegenwoordigers van de Heilige Stoel, met name in relatie tot de lokale kerken;
  • het onderhouden van het contact met de bij de Heilige Stoel geaccrediteerde ambassades.
  • het toezicht op de officiële communicatieagentschappen;
  • de publicatie van de Acta Apostolicae Sedis, de Handelingen van de Apostolische Stoel en de Annuario Pontificio, het Pauselijk Jaarboek.

Plaatsvervanger voor Algemene Zaken

De eerste sectie wordt voorgezeten door een aartsbisschop, de zogenoemde Plaatsvervanger voor Algemene Zaken, bijgestaan door een prelaat met de titel Assessor voor Algemene Zaken.

SECTIE VOOR RELATIES MET DE STATEN

De Sectie voor Relaties met de Staten of Tweede Sectie heeft als specifieke taak het behandelen van zaken waarbij civiele regeringen betrokken zijn. (Pastor Bonus, art. 45-47)

Taken

De Tweede Sectie is verantwoordelijk voor:

  • de diplomatieke betrekkingen van de Heilige Stoel met andere staten, inclusief het afsluiten van Concordaten of soortelijke overeenkomsten;
  • de vertegenwoordiging van de Heilige Stoel bij internationale organisaties en bijeenkomsten;
  • de benoemingen bij particuliere kerken en de stichting of aanpassing van particuliere kerken, echter alleen in speciale omstandigheden, op bevel van de paus en in overleg met de bevoegde dicasteries van de Curie;
  • de benoeming van bisschoppen in landen die verdragen of overeenkomsten hebben met de Heilige Stoel overeenkomstig de normen van het internationaal recht, dit in nauwe samenwerking met de Congregatie voor de Bisschoppen.

Secretaris voor Relaties met de Staten

Aan het hoofd van de Tweede Sectie van het Staatssecretariaat staat een aartsbisschop, de Secretaris voor Relaties met de Staten. Hij wordt wel de ?minister van Buitenlandse Zaken? van het Vaticaan genoemd. Hij wordt geholpen door een prelaat, de Ondersecretaris voor Relaties met de Staten, en geassisteerd door kardinalen en bisschoppen.

GESCHIEDENIS

Latijns Secretariaat

Het Staatssecretariaat heeft verschillende wortels. De vroegste daarvan gaan terug tot de vijftiende eeuw. De Apostolische Constitutie Non Debet Reprehensibile van 31 december 1487 stelde het Secretaria Apostolica in. Het bevatte 24 'Apostolische Secretarissen', waarvan één de titel Secretarius Domesticus droeg en een prominente positie bekleedde. Het Secretaria Apostolica kan op zijn beurt herleid worden op de Kanselarij van Breven, het Secretariaat van Breven aan Prinsen en het Secretariaat van Latijnse Brieven.

Niet-Latijns Secretariaat

Leo X (1513-1521) stelde op zijn beurt de Secretarius Intimus, om de kardinaal te assisteren die de leiding had over staatszaken en om de correspondentie te voeren in andere talen dan het Latijn, vooral met de Apostolische Nuntiussen, die zich omstreeks die tijd ontwikkelden tot permanente diplomatieke vertegenwoordigers. Van daaruit ontwikkelde zich, met name gedurende het Concilie van Trente (1545-1563), een instelling met die vaak met 'staatssecretariaat' werd aangeduid.

Kardinaal

De Secretarius Intimus, ook wel Secretarius Papae or Secretarius Maior genoemd, was aanvankelijk bijna altijd een prelaat, vaak zelfs een bisschop. Pas in 1644, bij aanvang van het pontificaat van Innocentius X (1644-1655), werd de functie voorbehouden aan iemand die al kardinaal was en bovendien geen familielid van de paus. Daarmee was in wezen het ambt van staatssecretaris zoals dat nu nog bestaat, een feit.

Buitengewone KerkelijkeAangelegenheden

Op 19 juli 1814 stelde Pius VII (1800-1823) de Congregatie voor Buitengewone Kerkelijke Aangelegenheden in. Het was feitelijk een uitbreiding van de congregatie Super Negotiis Ecclesiasticis Regni Galliarum die in 1793 was ingesteld door Pius VI (1775-1799), in reactie op de specifieke problemen waarmee de Kerk zich zag geconfronteerd door de Franse Revolutie.

1908: Drie secties

Met de Apostolische Constitutie Sapienti Consilio van 29 juni 1908, verdeelde Sint Pius X (1903-1914) de Congregatie voor Buitengewone Kerkelijke Aangelegenheden in drie secties. De taken daarvan werden als volgt omschreven:

  1. een sectie die zich met vooral met buitengewone zaken bezighoudt;
  2. een sectie die zich met de alledaagse zaken bezighoudt;
  3. een sectie die tot taak had pauselijke Brieven voor te bereiden en te verspreiden.

Vaticanum II: hervorming

Met de Apostolische Constitutie Regimini Ecclesiae Universae van 15 augustus 1967 hervormde Paulus VI de Romeinse Curie conform de wensen van het Tweede Vaticaans Concilie. Dit gaf het Staatssecretariaat een nieuw aanzien, waarbij de aparte derde sectie werd afgeschaft en de eerste sectie, de Congregatie voor Buitengewone Kerkelijke Zaken, weer een apart orgaan werd. Dit heette voortaan de Raad voor de Publieke Zaken van de Kerk, los van het Staatssecretariaat, hoewel nauw hiermee verbonden.

JP II: twee secties

Op 28 juni 1988 deed Johannes Paulus II de Apostolische Constitutie Pastor Bonus verschijnen, waarmee het Staatssecretariaat in twee secties werd verdeeld: een Sectie voor Algemene Zaken en een Sectie voor de Relaties met de Staten. In laatstgenoemde sectie werd de Raad voor de Publieke Zaken van de Kerk opnieuw ingelijfd.

Pauselijk overlijden

Bij het overlijden van een paus neemt het college van kardinalen het bestuur van kerk en Vaticaanstad over. Tot de keuze van een nieuwe paus is de Camerlengo de belangrijkste functionaris van de kerk. De staatssecretaris wordt op dat moment uit zijn functie ontheven. Het is aan de nieuwe paus om hem opnieuw aan te stellen, dan wel te vervangen door een opvolger.

Bertone, Sodano, Parolin

Op 15 september 2006 vond een wisseling van de wacht plaats op de hoogste positie van het staatssecretariaat. De Italiaanse kardinaal Angelo Sodano, die de functie sinds 1990 bekleedde, werd opgevolgd door kardinaal Tarcisio Bertone, die voordien aartsbisschop van Genua was. De benoeming door Benedictus XVI van zijn vroegere naaste medewerker binnen de Congregatie voor de Geloofsleer Bertone is enigszins omstreden, omdat Bertone nooit apostolisch nuntius is geweest. Gewoonlijk heeft een nieuwe staatssecretaris een lange staat van dienst in het diplomatieke corps van de Heilige Stoel. Dat was wel het geval met aartsbisschop Pietro Parolin. Hij werd op 15 oktober 2013 door paus Franciscus benoemd tot nieuwe staatssecretaris.