Teilhard de Chardin, Pierre

De jezuïet Pierre Teilhard de Chardin (1881-1955) was een vooraanstaand geoloog en paleontoloog. In zijn geestelijke geschriften trachtte hij de evolutietheorie mystiek te duiden.

Jezuïet
Pierre Teilhard de Chardin werd in 1881 geboren in het Franse Sarcenat. Op achttienjarige leeftijd werd hij lid van de jezuïetenorde. Omdat in 1904 de jezuïeten door een antiklerikale regering uit Frankrijk werden verbannen, zette Teilhard zijn filosofische en theologische studies voort op het Engelse Kanaaleiland Jersey. Van 1905 tot 1908 doceerde hij natuur- en scheikunde aan het jezuïetencollege in Caïro. Daarna werd hij overgeplaatst naar Sussex, Engeland, waar hij zich verder bekwaamde in de geologie en de paleontologie. In 1911 werd hij in Hastings tot priester gewijd. Tijdens de Eerste Wereldoorlog deed Teilhard dienst als frontbrancardier in het Franse leger. In 1922 werd hij professor in de geologie in Parijs. Hij ontwikkelde een grote wetenschappelijke activiteit als lid van talrijke expedities naar Azië en Afrika. In 1928 behoorde hij tot het onderzoeksteam dat in China de hominide Sinanthropus Pekinensis ontdekte.

Vaticanum II
Teilhard stierf op Paaszondag, 10 april 1955 in New York. Na zijn dood werden zijn pas gepubliceerde werken gretig gelezen. Het naoorlogse vooruitgangsdenken sloot naadloos aan bij zijn ideeën. Zijn nadruk op de positiviteit van de wereld zou volgens sommige kerkhistorici de sfeer van het Tweede Vaticaans Concilie hebben beïnvloed. Inmiddels is het gedaan met Teilhards populariteit. Behalve in New-Age-kringen zijn er bijna geen theologen en natuurwetenschappers meer die zich met zijn denken bezighouden.

Hyperbiologie
Teilhard de Chardin overschreed opzettelijk de grens tussen geloof en wetenschap. Zijn volwassen leven leek in het teken te staan van één grote missie: het christelijk geloof zo uitleggen dat het niet meer in strijd was met de evolutietheorie. Daartoe ontwierp hij een interdisciplinaire methode, die hijzelf aanduidde met hyperfysica of hyperbiologie. Teilhard was zich er sterk van bewust dat hij zich tussen twee vuren begaf: de wetenschappelijke tucht en het katholiek leergezag. Juist zijn volharding in deze tussenpositie, wekte de bewondering van veel gelovigen die ernaar snakten dat het christendom in een modern-wetenschappelijke wereld niet meer als achterlijk werd weggezet. 

Rage
Vooral in de jaren vijftig en zestig was Teilhard de Chardin een ragefiguur. Velen beschouwden hem als geniale visionair, die precies aanvoelde welke vragen er bij veel van zijn tijdgenoten leefden. In zijn boek Le milieu divin schreef Teilhard: “Is de Christus van de evangeliën, die men zich voorstelt en liefheeft binnen de afmetingen van een mediterrane wereld, nog in staat ons buitensporig vergroot heelal te omvatten en er het middelpunt van te vormen? Is de nieuwe wereld niet op weg groter en schitterender te worden dan de bijbelse Jahweh? Zal die wereld onze godsdienst niet vernietigen en onze God verduisteren?” Nee, antwoordde Teilhard, waarop hij vervolgens trachtte aan te tonen dat de natuurkundige revoluties helemaal niet fataal waren voor het christelijk geloof. Maar dan moest de verkondiging van dat geloof wel worden aangepast aan het nieuwe evolutionaire wereldbeeld.

Ouderwetse mystiek
Volgens de kampioen van het neodarwinisme, de zoöloog en paleontoloog Stephen Jay Gould (1941-2002), had de leer van Teilhard niet veel met wetenschap te maken. “Dat was gewoon ouderwetse mystiek, die in een zo ondoorgrondelijke taal was verpakt dat de mensen dachten dat het diepzinnig was. Bij Teilhard vind je bijvoorbeeld de opvatting dat de geschiedenis van het leven de onvermijdelijke, steeds sterkere overheersing van geest ten opzichte van materie is, die uiteindelijk zal culmineren in de eenwording van die groeiende geest met God,” aldus Gould tegen Wim Kayzer in diens tv-reeks van de VPRO Een schitterend ongeluk uit 1993.

Sprongmutatie
In de jaren zeventig ontwikkelde Gould samen met de paleontoloog Niles Eldregde de theorie van de sprongsgewijze evolutie. Daarmee doorbrak Gould het traditionele denken over de evolutie als een geleidelijk proces. Ook maakte hij korte metten met de opvatting dat het evolutieproces een zekere doelgerichtheid heeft. Lang voor Gould ontdekte de Nederlandse botanicus Hugo de Vries (1848-1935) al de zogeheten sprong-mutatie. Daarmee doorbrak hij Darwins aanname dat de overgang van levenloze materie naar leven en intelligentie een geleidelijk proces is. Teilhard de Chardin maakte van deze stelling de basis van zijn hyperfysische wereldbeeld. Volgens Teilhard komt de overgang van levenloze naar levende materie tot stand door een hevige verandering in de onderlinge betrekkingen van de atomaire en moleculaire verbindingen. In het evolutieproces verschijnt dus ineens een succesvolle 'verinnerlijking' van de materiële verbondenheid.

Verinnerlijking
Het is één van Teilhards merkwaardigste stellingen: dat de natuur kan 'verinnerlijken', een term die uit de mystiek afkomstig is. De materie beschikt namelijk over een 'binnenkant', die Teilhard ook wel het 'psychisme' noemt. Alle verschijnselen in de wereld herbergen dit psychisch element, zij het in verschillende concentratie. Deze verinnerlijkende energie is volgens Teilhard de stuwende kracht van de evolutie. Ze heeft geleid tot drie 'geboorten':

  1. de kosmogenese (het ontstaan van het heelal);
  2. de biogenese (de sprongmutatie van levenloze naar levende materie);
  3. de noögenese (de sprongmutatie naar zelfbewustzijn toe).

Met de noögenese ontstaat het verschijnsel mens, dat biologen aanduiden met homo sapiens.

Punt Omega
Door de kracht van de verinnerlijking is de homo sapiens uitgestegen boven het dierlijke niveau, leert Teilhard. Dat wil zeggen dat hij als denkend wezen in staat is de kosmos én zichzelf te overstijgen. Maar deze nieuwe levensvorm is niet het einde van het evolutieproces. Volgens Teilhards hyperfysische beschouwingen is de mensheid op weg naar een steeds hechter wordende sociale eenheid. Uiteindelijk zal die uitmonden in een evolutionair moment dat Teilhard Punt Omega noemde. En hier zien we hoe Teilhard de christelijke leer invoegt: het Punt Omega valt samen met de toestand van de door Christus verloste mensheid. De mensen hebben zich zodanig verinnerlijkt dat zij het Mystieke Lichaam van Christus zijn geworden. Maar dat was pas mogelijk nadat de Schepper Zichzelf aan het evolutieproces onderhevig maakte. Dat deed hij door mens te worden. Teilhard noemt dat de Christogenese. “Krachtens Zijn onderdompeling in de schoot der wereld, zijn de grote wateren der materie, zonder huivering, met leven geladen. En tegelijkertijd is door de aanraking met Christus het heelal één oneindige Hostie geworden,” schrijft Teilhard in zijn meditatie La Messe sur le Monde uit 1925.

Waarschuwing tegen Teilhard
Op 30 juni 1962, enkele maanden vóór de opening van het Concilie, vaardigde het Vaticaans leergezag het volgende waarschuwingsbericht uit: “Er wordt een aantal werken van pater Petrus Teilhard de Chardin verspreid, ook na de dood van de schrijver uitgegeven, welke een niet gering succes oogsten. Zonder een oordeel te vellen over zaken welke de wetenschappen betreffen, is het voldoende duidelijk, dat op het gebied van filosofie en theologie deze werken wemelen van zulke dubbelzinnigheden, ja zelfs ernstige dwalingen, dat zij in botsing komen met de katholieke leer. Daarom sporen de hoogwaardige en eerwaardige Vaders van de Hoogste Congregatie van het Heilig Officie alle bisschoppen, de oversten van de religieuze instituten, de rectoren van de seminaries en de bestuurders van de universiteiten aan, om de geesten vooral van de jongeren, te beveiligen tegen de gevaren van de werken van pater Teilhard de Chardin en zijn volgelingen.”

Kwaad: evolutionair afvalproduct
Wat was er volgens het Vaticaan zo gevaarlijk aan Teilhards geschriften? Allereerst dat hij aansluiting zocht bij de evolutietheorie. In de periode voor Vaticanum II beschouwde het leergezag het Darwinisme immers als een bedreiging voor het geloof in God als Schepper. Maar het zijn vooral Teilhards bespiegelingen over het kwaad en de zonde, die niet door de beugel konden. Teilhard zou het morele kwaad hebben gereduceerd tot een noodzakelijk kwaad, een 'evolutionair afvalproduct'. De zonde is in zijn ogen de menselijke ervaring van de Veelheid. Veelheid is bij Teilhard een hyperfysische term voor de dynamische toestand waarin het evolutieproces nu eenmaal noodzakelijkerwijs verkeert. Het doel van de evolutie is het Punt Omega, een toestand waarin de Schepping door het proces van verinnerlijking volledig met de Schepper is verenigd. Maar zolang die ultieme Eenheid niet is bereikt is er Veelheid. Het katholiek leergezag vond dit in strijd met de Openbaring. Zonde is het gevolg van het vrijwillig ingaan tegen Gods geboden, en geen evolutionaire toestand van de gehele Kosmos na de noögenese, zoals Teilhard leerde.

Mysticus
Volgens de Sloveense theoloog Karl Vladimir Truhlar moet het werk van Teilhard de Chardin allereerst als mystieke literatuur worden gelezen. De grote Franse theoloog, de jezuïet Henri de Lubac bevestigde dat. In zijn boek La pensée religieuse du Père Teilhard de Chardin (1962) schreef hij: “Pater Teilhard was van professie geen metafysicus of vaktheoloog, maar een mysticus (…) Voor hem is de mystiek “de grote Wetenschap” en “de grote Kunst” (…) Ze vormt de synthese van alle geestelijke activiteiten.”

Voetnoot
Wat moeten we heden ten dage nog met Teilhard de Chardin? “Voor de theologie in de Europese context is hij een gepasseerd station. Zijn stem wordt niet meer gehoord”, zegt de Nijmeegse theoloog Erik Borgman in 2005 tegenover katholieknederland.nl, de toenmalige website van omroep RKK. Voor veel Nederlandse natuurwetenschappers is hij zelfs een grote onbekende. “Teilhard de Chardin? Nog nooit van gehoord?” klonk het in 2005 steeds bij een rondje bellen met evolutiebiologen en geologen aan diverse Nederlandse universiteiten. Simon Troelstra, universitair hoofddocent aan de VU, gaf aan hem wel te kennen. “Toen ik in de jaren zestig en zeventig hier aan de VU geologie studeerde, kon je niet om hem heen. Maar nu is hij niet meer dan een voetnoot”, aldus geoloog Troelstra.

Niet heterodox
Een opmerkelijke passage in de homilie van paus Benedictus XVI, gehouden tijdens zijn bezoek aan Frankrijk (juli 2009) in de kathedraal van Aosta, zette aan tot speculaties over de rehabilitatie Teilhard de Chardin. De paus sprak in zijn homilie over de betekenis van de liturgische functie van de priester, waarbij hij verwees naar het 'grote visioen' van Teilhard de Chardin. "De liturgie is niet iets wat naast de werkelijkheid van de wereld staat, maar het is dezelfde wereld die een levende hostie wordt, die liturgie wordt. En dan het grote visioen dat ook Teilhard de Chardin had: aan het einde zullen we een ware kosmische liturgie hebben, waarin de kosmos tot levende hostie geworden is." De Milanese theologiehoogleraar Vito Mancuso noemde deze uitspraak in de Italiaanse krant Corriere della Sera (26 juli 2009) 'verrassend', omdat het kerkelijk leergezag sommige denkbeelden van Teilhard de Chardin ooit heeft veroordeeld. Volgens Mancuso zijn de woorden van de paus dan ook van grote betekenis. De pauselijke woordvoerder Federico Lombardi, evenals Teilhard de Chardin een jezuïet, zei in dezelfde krant echter dat men Teilhard de Chardin niet als heterodox mag beschouwen. Van rehabilitatie is dan ook geen sprake, suggereerde Lombardi.