Teresia van Lisieux (1873-1897) is een van de grootste heiligen van de Moderne Tijd. Zij introduceerde in de katholieke traditie een nieuwe spiritualiteit, de 'kleine weg', vanuit het besef dat geloof geen verdienste is maar genade. Paus Johannes Paulus II bevorderde haar in 1997 tot Kerklerares.

Liefde van Christus

Thérèse Martin werd op 2 januari 1873 geboren te Alençon in Frankrijk. Ze was de jongste van negen kinderen, van wie er vier jong stierven en vijf non werden. Als kind ervoer ze, tijdens een periode van depressiviteit en tijdens haar Eerste Communie, heel sterk de liefde van Christus. Om Hem te dienen wilde ze missionaris in China te worden. Toen drie van haar zussen intraden bij de karmelietessen in Lisieux, verruilde ze haar missie-ideaal voor een contemplatief ideaal.

Karmel van Lisieux

Teresia's levensverhaal kenmerkt zich door grote eenvoud en onopvallendheid. Destijds is zij de buitenwereld hoogstens opgevallen door haar gedurfde optreden bij paus Leo XIII (1878-1903). Op bedevaart in Rome, vroeg de jonge Thérèse hem tijdens een audiëntie toestemming om al op 15-jarige leeftijd in te treden in de Karmel van Lisieux. Het antwoord was ontwijkend: "Als God het wil". Dat was kennelijk het geval, want op 9 april 1888 werd ze toegelaten tot het klooster.

Niet heilig genoeg

Zuster Teresia van het Kind Jezus van het Heilig Aangezicht, zoals zij als non genoemd werd, streefde er bewust naar om heilig te worden. Aan haar vader schreef ze: "Ik zal je verheerlijken door een grote heilige te worden". Haar vurige liefde tot Jezus leidde echter aanvankelijk tot verdriet, omdat ze zich niet heilig genoeg achtte Jezus op waardige wijze te volgen. Ze keek enorm op tegen de grootse heiligheid van Teresa van Avila en Johannes van het Kruis en voelde zich in vergelijking met die grootheden zwak en onbeduidend.

Kleine Weg

Toen ze ontdekte dat geloof geen verdienste is maar genade, vond ze haar 'kleine weg". Dat was een weg naar heiligheid die voor een ieder open lag: de realiteit van de eigen zwakheid aanvaarden en zichzelf als instrument aan God aanbieden. Nederigheid werd Teresia's levensopdracht, ook in het streven naar volmaaktheid. Ze wilde in volstrekte anonimiteit leven en vond het daarom moeilijk te gehoorzamen aan de opdracht van haar zus Pauline, in het klooster 'moeder Agnes van Jezus', om een autobiografie te schrijven.

Op de proef gesteld

Teresia's godsvertrouwen werd zwaar op de proef gesteld toen bij haar tuberculose werd vastgesteld. Haar lijdensweg getuigt van een diepe verbondenheid met Christus. Op haar sterfbed kwam ze in de 'donkere nacht van het geloof' terecht, waardoor ze leed aan twijfel en neerslachtigheid. Ze stierf in geur van heiligheid op 30 september 1897.

Heilig en kerklerares

Kort na haar dood verspreidde zich het gerucht dat een heilige karmelietes gestorven was; het aantal gelovigen dat haar aanriep begon drastisch te stijgen. Berichten over gebedsverhoringen stroomden binnen bij de bisschop van Lisieux. Dat resulteerde uiteindelijk in haar heiligverklaring in 1925. Omdat ze een nieuwe spiritualiteit in de katholieke traditie had geïntroduceerd, bevorderde paus Johannes Paulus II haar in 1997 tijdens de Wereldjongerendagen in Parijs tot Kerklerares.

Patrones

Teresia is patrones van missionarissen en missiewerken (sinds 1927), Frankrijk (sinds 1944), Lisieux, bloemisten, karmelietessen en vliegeniers. Ze wordt vaak afgebeeld als karmelietes in een bruin habijt, witte mantel en zwarte sluier. Haar attributen zijn een kruisbeeld en rozen, gedragen in haar hand. Bij haar dood beloofde zij het rozen te doen regenen op aarde. Haar liturgische gedachtenis is op 1 oktober.

Heilige ouders

Thérèses ouders Louis en Marie-Azélie werden op 19 oktober 2008 zaligverklaard. Paus Franciscus canoniseerde hen op 18 oktober 2015. Nooit eerder was een echtpaar in één viering heiligverklaard.