Vulgaat

De Vulgaat is een oude Latijnse bijbelvertaling. Voor het grootste deel het werk van de kerkvader Sint Hieronymus. Tot aan het Tweede Vaticaans Concilie genoot de Vulgaat groot gezag in de RK-Kerk.

Sint Hieronymus 
De Romeinse priester en monnik Hieronymus (ca.340-420) vertaalde in opdracht van paus Damasus I (366-383) het Oude Testament (behalve de Psalmen), de apocriefe boeken (behalve Wijsheid, Jezus Sirach, Baruch en het Eerste en het Tweede Boek der Makkabeeën) en het Nieuwe Testament. Hieronymus kende - uniek voor die tijd - Aramees, Hebreeuws én Grieks. Daardoor kon hij oude manuscripten niet alleen vertalen, maar ook met elkaar vergelijken.

Algemeen verbreid
De vertaling van Hieronymus werd later aangevuld met werk van andere bijbelgeleerden. In de Middeleeuwen was het uiteindelijke resultaat de meest verbreide Latijnse bijbelvertaling. Daarom werd hij Vulgata (Latijn voor 'algemeen verbreid') genoemd.

Kritiek
Een van de grote drijfveren achter de Reformatie was de kritiek op de Vulgaat. Het was de humanist Erasmus van Rotterdam (1466-1536) die als eerste felle kritiek leverde op de Vulgaat. Hij vond dat Hieronymus zich had schuldig gemaakt aan wat de Duitsers noemen 'hineininterpretierung'. Zo wees Erasmus erop dat in de Vulgaat het Griekse woord 'mysterion' in de Efeziërbrief foutief vertaald was met 'sacramentum'. Daar werd gesproken over het huwelijk als 'mysterion'. Volgens Erasmus betekende dit woord hier 'geheim' en niet 'sacrament'. Beroemd is een ander voorbeeld. Iedere katholiek kent de Vulgaatvertaling van Lucas 1:28: 'Wees gegroet Maria, vol van genade' (Ave Maria, gratia plena). Erasmus vertaalde het Griekse woord 'kecharitomenè' met 'gratiosa', dat zoveel als 'begunstigd' of 'bevallig' betekent. 'Vol van genade' leek het beeld op te roepen van een vat vol genade waaruit je kon putten als je daar nood aan had. Erasmus toonde aan dat Hieronymus rechtzinnige theologie een rol liet spelen in zijn interpretatie van de oorspronkelijke teksten.

Neo-vulgaat
Alle kritiek ten spijt bepaalde het Concilie van Trente in 1546 dat alleen de Vulgaat beschouwd moest worden als authentiek. De editie die in 1592 verscheen, de zogeheten Editio Sixto-Clementina, bleef tot aan het Tweede Vaticaans Concilie in gebruik als officiële bijbelvertaling van de Roomse Kerk. Vóór het concilie werkten wel diverse kerkelijke commissies aan een verbetering van de Vulgaat. De Nieuwe Vulgaat, beter bekend als Neo-Vulgaat, kwam onder paus Paulus VI (1963-1978) tot stand. De Neo-Vulgaat verscheen officieel in 1979 onder Johannes Paulus II. De paus verklaarde in het document Scripturarum Thesaurus dat de Neo-Vulgaat voortaan in de liturgie gebruikt moet worden. Wat dat gebruik concreet inhoudt, zou de Congregatie voor de Eredienst pas in maart 2001 uitleggen in het document Liturgiam Authenticam.