In de Romeinse ritus wordt de zaterdag, de zevende dag van de week, geassocieerd met de Moeder Gods. Op zaterdagen in de gewone tijd, wanneer er geen (hoog)feest of verplichte gedachtenis wordt gevierd, is het toegestaan de liturgie te vieren ter ere van de Heilige Maagd Maria.
De officiële aanduiding voor deze facultatieve viering luidt: Memoria Beatæ Mariæ Virginis in Sabbato (‘Gedachtenis van de Heilige Maagd Maria op zaterdag’).
De gewoonte om de zaterdag aan Onze Lieve Vrouw toe te wijden ontstond aan het einde van de achtste eeuw in de Karolingische kloosters. Zij verspreidde zich vervolgens snel over heel Europa. De praktijk werd opgenomen in de liturgische boeken van verschillende plaatselijke kerken en groeide uit tot een blijvend erfgoed van de religieuze orden die vanaf het begin van de dertiende eeuw tot bloei kwamen.
Na het Concilie van Trente (1545-1563) kreeg deze traditie een vaste plaats in de eredienst van de Latijnse Kerk. Bij de liturgische hervorming die op dat concilie volgde, werd de facultatieve gedachtenis van de Heilige Maagd Maria op zaterdag officieel opgenomen in het Romeins Missaal.
Over de historische redenen waarom juist de zaterdag aan Maria werd toegewijd, bestaat geen zekere kennis. In de loop der eeuwen zijn daarvoor wel verschillende verklaringen gegeven, maar geen daarvan heeft onder geleerden die de volksvroomheid wetenschappelijk bestuderen algemene instemming gevonden.
Er zijn in de loop der tijd zeven mogelijke verklaringen gegeven:
- De zaterdag is de sabbat, de door God gezegende dag (Gen. 2,3) – Maria is de gezegende onder de vrouwen (Luc. 1,42);
- De sabbat is de door God geheiligde dag – Maria is door Hem geheiligd want zij is vol van genade (Luc 1,28);
- De sabbat is de dag waarop God rust (Gen. 2,2) – De ware rust van God is Maria, op wie de liturgie Sirach 24,7.8 toepast: “Bij hen allen zocht ik [de Wijsheid] een rustplaats: in wiens erfdeel moest ik gaan wonen? Toen gaf de Schepper van alles mij zijn opdracht en wees Hij die mij geschapen heeft de plaats aan voor mijn tent. Hij sprak: Sla uw tent op in Jakob en vind in Israël uw erfdeel!”
- De sabbat is de poort die naar de zondag leidt – Maria was de poort waardoor God tot ons is gekomen;
- De sabbat is de dag tussen de dag van smart en de dag van glorie – Maria leidt ons naar de Dag des Heren terwijl wij pelgrims zijn in dit dal van tranen;
- Op de sabbat waarop Christus in het graf lag, zag men het geloof van de apostelen afnemen – de sabbat is de dag waarop Maria haar geloof in Christus ongeschonden bewaarde;
- Aan het begin van de sabbat (op vrijdagavonden) toonde de Moeder Gods (Theotokos) volgens een Byzantijnse traditie in het heiligdom van Blachernai in Constantinopel geregeld haar beschermende presentie (5de - 12de eeuw).
De liturgische vernieuwing van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) heeft de zaterdagse gedachtenis van de Heilige Maagd Maria een nieuwe impuls gegeven. Sindsdien kan deze viering vaker plaatsvinden dan voorheen. Bovendien werd het aantal misformulieren en schriftlezingen uitgebreid en werden nieuwe gebedsteksten ingevoerd.
Het Romeins Missaal bevat verschillende formulieren voor de viering van de Mis ter ere van de Heilige Maagd Maria op zaterdagen – echter niet op zaterdagavonden, want dan begint de zondag – gedurende de Tijd door het Jaar, wanneer een vrije gedachtenis is toegestaan. Ook het Getijdenboek biedt voor de zaterdagen in de Tijd door het Jaar een officie van Onze Lieve Vrouw op zaterdag. De liturgische kleur die in deze viering wordt gebruikt is wit; officieel is blauw niet toegestaan, maar hier en daar zijn er priesters die dat toch doen.
In verschillende kerkelijke gemeenschappen wordt de gedachtenis van de Moeder Gods op zaterdag gevierd als voorbereiding op de Dag des Heren. Hoewel de historische oorsprong van deze traditie niet geheel duidelijk is, legt de hedendaagse liturgische en spirituele benadering terecht de nadruk op haar theologische betekenis. De zaterdagse gedachtenis herinnert aan Maria, die op Stille Zaterdag, toen Jezus Christus in het graf lag, als enige van zijn leerlingen volhardde in geloof, hoop en waakzame verwachting van de verrijzenis van haar Zoon en Heer. Tegelijk vormt zij een voorspel op de zondag, het wekelijkse Paasfeest en de viering van Christus’ verrijzenis. Door haar vaste plaats in het ritme van de week is deze gedachtenis bovendien een blijvend teken van Maria’s voortdurende aanwezigheid en werkzaamheid in het leven van de Kerk.