De Zoete Lieve Vrouw (of Zoete Moeder) van ‘s-Hertogenbosch is de titel van de Heilige Maagd en Moeder van God Maria zoals zij wordt vereerd in ‘s-Hertogenbosch.

Het cultusobject is een eikenhouten beeldje van Maria en het Kind Jezus uit de late dertiende eeuw. Het beeld raakte verloren, maar werd in 1380 door een bouwvakker tussen puin aangetroffen; die wilde het in stukken hakken om als brandhout te laten dienen; hij zag ervan af toen hij zag dat het een Mariabeeld was.

De verering van de Zoete Moeder kwam pas goed op gang in 1381, toen er mirakelen aan haar werden toegeschreven. Deze buitengewone gebeurtenissen, zoals genezingen en andere gebedsverhoringen, werden zorgvuldig opgetekend. Sindsdien werd elk jaar een grote processie gehouden, waarbij het beeld plechtig door de stad werd gedragen.

Tijdens de Beeldenstorm in 1566 konden katholieke Bosschenaren de Zoete Moeder nog net op tijd in veiligheid brengen. Bij de inname van de stad door de troepen van Frederik Hendrik van Oranje in 1629 werd het beeld behoed tegen het antikatholieke geweld van de Staatse veroveraars. Het beeld werd via Antwerpen naar Brussel gebracht. Daar werd het in de kerk van de Koudenberg bewaard en vereerd.

Het lukte bisschop Joannes Zwijsen om de Zoete Moeder na lang onderhandelen weer terug naar Den Bosch te krijgen. Het beeld werd op 27 december 1853 feestelijk onthaald in de Sint-Janskathedraal. Haar populariteit was intussen sterk gegroeid.

Haar liturgische feestdag werd vastgesteld op 7 juli. Deze datum werd gekozen omdat die viel in de noveen van het feest van Maria Visitatie, dat eertijds op 2 juli werd gevierd.

Elk jaar op de tweede zondag van mei (Moederdag) vindt er in Den Bosch nog steeds een grote stadsprocessie ter ere van de Zoete Moeder plaats. De zogeheten Stille Omgang (niet te verwarren met die van Amsterdam) vindt in juli plaats. Dat is een meditatieve wandeling langs de diverse Mariabeelden in de binnenstad. De veel grotere Plechtige Omgang, die vanaf 1916 jaarlijks en later drie keer per jaar werd gehouden, werd in 1967 afgeschaft.