New York, 18 maart 2026De Heilige Stoel heeft opnieuw opgeroepen tot een wereldwijd verbod op draagmoederschap in al zijn vormen, voornamelijk vanwege het gevaar dat kinderen worden gereduceerd tot “handelswaar” en vruchtbare vrouwen tot “dienstverleners”.

“De kwestie van draagmoederschap is urgent – de technologie en de praktijk zijn op de wetgeving en de ethiek ver vooruitgelopen”, zei de permanente waarnemer van de Heilige Stoel bij de Verenigde Naties en apostolisch nuntius in de Verenigde Staten, aartsbisschop Gabriele Caccia, vorige week tegen de VN-Commissie voor de Status van Vrouwen in New York.

“Velen zien draagmoederschap als een medelevende oplossing voor mensen die ouders willen worden”, zei mgr. Caccia in zijn toespraak. “Maar wanneer een kind het voorwerp is van een contract en een transactie, hoe kan dan vercommercialisering worden vermeden?"

Hoewel commercieel draagmoederschap in de meeste Europese landen verboden is als een vorm van mensenhandel, blijft het wijdverbreid in Afrika, Azië en Latijns-Amerika, en zal het volgens Global Market Insights tegen 2032 een nettowaarde van ongeveer 175 miljard euro hebben.

Caccia betoogde dat de wereldwijde “draagmoederindustrie” wordt aangewakkerd door armoede. Hij zei dat de vraag naar kinderen het aanbod overstijgt, en dat veel vrouwen door familieleden “onder druk worden gezet of zelfs gedwongen” om als draagmoeder op te treden.

Vrouwen die ermee instemden om als draagmoeder te werken, konden terechtkomen in een “perverse concurrentiestrijd om opdrachtgevende ouders”, zei de Vaticaanse diplomaat, terwijl een kind bij wie een handicap werd vastgesteld, “een gebrekkig product of een op te lossen probleem” werd.

In het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind uit 1989 is het recht van kinderen vastgelegd “om hun ouders te kennen en door hen verzorgd te worden”, zei de aartsbisschop tegen vertegenwoordigers van regeringen en ngo’s.

Paus Franciscus drong twee jaar geleden aan op een wereldwijd verbod op draagmoederschap. In zijn nieuwjaarstoespraak op 8 januari 2024 tot het corps diplomatiek bij de Heilige Stoel zei hij: “Ik vind de praktijk van het zogenaamde draagmoederschap verachtelijk, aangezien deze een ernstige schending vormt van de waardigheid van de vrouw en het kind en gebaseerd is op het misbruik maken van de materiële nood van de moeder.“