Kan Takahama

Rome (Fides), 19 maart 2025De Japanse ambassade bij de Heilige Stoel en het Italiaanse aartsbisdom Lucca houden dezer dagen een reeks conferenties in Rome en Lucca over de geschiedenis van de diplomatieke banden tussen de Heilige Stoel en Japan. In dat kader presenteerde de beroemde mangakunstenaar Kan Takahama eergisteren en gisteren haar stripverhaal over de Kakure Kirishitan, de ‘verborgen christenen’ van Japan.

Manga is de Japanse vorm van het stripverhaal. Deze kunst wordt over de hele wereld steeds populairder. Naast de avonturen van ongewone superhelden, vertellen de strips, getekend in hun aparte stijl, nu ook de verhalen van echte mannen en vrouwen die, zelfs in tijden van vervolging, vasthielden aan hun geloof in Christus: de Kakure Kirishitan, de ‘verborgen christenen’ van Japan. Toen in de Edo-periode, begin 17de eeuw, het christendom werd verboden en alle missionarissen werden verdreven, gingen de christenen in Japan ondergronds.

Zonder priesters en zonder kerken waren de Japanse katholieken genoodzaakt zichzelf te organiseren: het dorpshoofd leidde de gemeenschap, stelde religieuze plechtigheden in volgens de liturgische kalender en bewaakte de heilige boeken. Catechisten onderwezen de kinderen en zij die de doopformule kenden, dienden het eerste sacrament toe. Ook waren er speciale boodschappers die in het geheim de katholieke gezinnen bezochten om de gezinnen de zondagen, christelijke feesten en vasten- en onthoudingsdagen aan te kondigen.

Jezuïeten

Kan Takahama werd geboren in Amakusa, een stad die met Nagasaki 250 jaar lang een toevluchtsoord voor christenen was. Bij toeval ontdekte zij oude documenten over de vervolging van christenen in de archieven van haar huis. Ze heeft onderzocht hoe ze deze documenten moest ontcijferen. Ook verzamelt ze overleveringen over de Kakure Kirishitan die niet in de documenten zijn opgenomen. Die vormden de basis voor haar werk Shishi to botan (‘De leeuw en de pioenrozen’). Het is geïnspireerd op het waargebeurd verhaal over de opstand van onderdrukte christelijke boeren in 1638. De opstand werd geleid door de christelijke samoerai Amakusa Shiro en bloedig onderdrukt.

De conferenties in Rome en Lucca zijn georganiseerd ter gelegenheid van de 440ste verjaardag van de ‘Tenshō Ambassade’. In maart 1585 arriveerde een delegatie uit Japan voor het eerst in Rome om officieel te worden ontvangen door de paus. De naam van de ambassade verwijst naar de datum van haar oprichting volgens de Japanse kalender van die tijd, namelijk het tiende jaar van de Tenshō-jaartelling.

Het idee om een groep jonge Japanse gezanten naar Europa te sturen kwam van Alessandro Valignano, een Italiaanse jezuïet die sinds 1573 missiewerk deed in het Verre Oosten. Hij selecteerde persoonlijk twee jongens uit drie van de grootste christelijke daimyō-families in Japan op dat moment. De daimyō waren machtige Japanse magnaten en feodale heren die het grootste deel van Japan regeerden van de 10de eeuw tot het begin van de Meiji-periode in het midden van de 19de eeuw dankzij hun enorme erfelijke grondbezit.

De gezanten werden vergezeld door twee andere jonge edellieden en een kleine groep metgezellen, onder wie de jezuïet Diogo de Mesquita, die als gids en tolk fungeerde. Met deze reis, die in totaal acht jaar duurde (1582 tot 1590), wilde Valignano de toenmalige Europese kerk bewust maken van Japan en bepaalde stereotypen over het Japanse land ontkrachten.

In Amakusa, waar Kan Takahama vandaan komt, richtte de Sociëteit van Jezus in 1591 een college op voor de opleiding van Japanse priesters en waar de jonge mannen die vertegenwoordigd waren op de Tenshō-ambassade hun studie voortzetten na hun terugkeer in Japan, mede dankzij de drukpers van Gutenberg, die werd geïntroduceerd met de terugkeer van de ambassadevertegenwoordigers uit Europa. Dankzij hen werden de eerste boeken met christelijke thema's in Japan gedrukt.