Augusto Ramírez Monasterio

Rome, 24 januari 2026Het martelaarschap van de Guatemalteekse franciscaan Augusto Ramírez Monasterio is eergisteren officieel erkend door paus Leo XIV. Dat betekent dat deze eerbiedwaardige dienaar Gods zal worden zaligverklaard.

Pater Ramírez was een geprofeste priester van de Orde der Minderbroeders, geboren in 1937 in Guatemala-Stad en daar op 7 november 1983 ter dood gebracht in odium fidei (‘uit haat tegen het geloof’).

Zijn martelaarschap maakt deel uit van het klimaat van geweld dat in Guatemala heerste tijdens de jaren van het militaire bewind en de daaropvolgende burgeroorlog. Sinds 1978 was Ramírez pastoor en gardiaan van het minderbroederklooster in de stad Antigua, Guatemala. Door zijn prediking en voorbeeld gaf hij getuigenis van het Evangelie. Hij bevorderde waarheid en gerechtigheid en was solidair met de armen en onderdrukten.

Als 21-jarige begon hij zijn franciscaanse noviciaat in Jumilla, Spanje, en het jaar daarop. Eind 1959 legde hij zijn tijdelijke geloften af. Hij bleef tot 1967 in Spanje, waar hij filosofie en theologie studeerde, en hij werd op 18 juni 1967 tot priester gewijd.

Terug in Midden-Amerika werd hij vormingsmeester aan het Serafijns College in Diriamba tot 1972, toen hij terugkeerde naar Spanje om zijn universitaire studies af te ronden in Salamanca, waar hij tot 1977 bleef. Vervolgens keerde hij terug naar Guatemala. Als pastoor in Antigua zette hij zich in voor armen en weerlozen in een periode die getekend was door de burgeroorlog die het land in zijn greep hield.

Het voorwendsel om hem uit de weg te ruimen deed zich voor in juni 1983, toen hij in de uitoefening van zijn biechtpastoraat een boer ontving die betrokken was bij de guerrilla. Pater Ramírez werd ervan beschuldigd zelf een sympathisant van links te zijn, terwijl hij in werkelijkheid altijd buiten de politiek was gebleven en niets anders predikte dan Christus en de leer van de Katholieke Kerk. Hij werd ontvoerd en gefolterd, met de bedoeling informatie af te dwingen die hij tijdens de biecht had gekregen. Uiteindelijk werd hij vrijgelaten. Trouw aan zijn ambt bleef hij moedig op zijn post, zonder gehoor te geven aan de suggesties van degenen die hem aanraadden het land te verlaten.

In de daaropvolgende maanden namen de bedreigingen en het schaduwen door de staatspolitie toe. Uiteindelijk werd hij op 7 november voor de tweede keer ontvoerd en doodgeschoten aan de rand van Guatemala-Stad, terwijl hij probeerde te ontsnappen uit het voertuig waarin hij werd vervoerd. Zijn lichaam, gefolterd en doorzeefd met kogels, werd de volgende dag door een familielid in het mortuarium herkend. Hij was de dertiende priester die sinds 1978 in Guatemala was vermoord. Zijn zaligverklaringsproces begon op 2008.