Rome, 19 maart 2026 – Kardinaal Pietro Parolin, de Staatssecretaris van de Heilige Stoel, heeft de strijdende partijen in het Midden-Oosten opgeroepen de wapens neer te leggen. Hij raadt de VS en Israël aan hun aanvallen te staken. De ‘tweede man van het Vaticaan’ zei dat tegen journalisten in de marge van een boekpresentatie over paus Leo XIV in de Camera dei Deputati(de Italiaanse Tweede Kamer) in Rome.
Op de vraag wat hij zou zeggen tegen de Amerikaanse president Donald Trump als hij oog in oog met hem zou staan, antwoordde kardinaal Parolin: “Maak er zo snel mogelijk een einde aan, want het gevaar van een escalatie ligt echt op de loer. Ik zou zeggen: laat Libanon met rust…“.
Dezelfde boodschap, zei de kardinaal, zou “ook aan de Israëli’s gericht moeten worden”, opdat zij werkelijk zouden trachten “de problemen die er kunnen zijn, of die zij menen dat er zijn, op te lossen via de vreedzame wegen van de diplomatie en de dialoog”.
Naast onderwerpen op het gebied van buitenlands beleid schetste Parolin ook zijn samenwerking met de Amerikaanse paus. “Het is heel eenvoudig. Er is een goede dialoog, een mooie uitwisseling. Hij luistert veel en er heerst een goede verstandhouding.”
Parolin sprak zich verder uit over de stijl van paus Leo. Zijn uitspraken zijn “qua toon en inhoud altijd gematigd – in een tijd waarin degene die het hardst en het vaakst schreeuwt gelijk heeft, zonder zijn uitspraken te onderbouwen”. De vergelijking van Leo met de “sterkere, directere en krachtigere stijl van paus Franciscus” laat zien dat elke paus zijn ambt anders uitoefent.
“Ze hebben allemaal de erfenis van hun voorgangers overgenomen en hun eigen dienst aan de kerk verder ontwikkeld. Op die manier ontstaat continuïteit”, aldus Parolin, die al sinds 2013 kardinaal-staatssecretaris is.
Het boek dat werd gepresenteerd heeft als titel Leone XIV. Chi dite che io sia? Sono un figlio di Sant’Agostino (‘Leo XIV. Wie denk je dat ik ben? Ik ben een zoon van Sint-Augustinus’), geschreven door vaticanist Ignazio Ingrao en de augustijner pater Giuseppe Pagano.