Alfred Delp SJ

München, 21 januari 2026 – Kardinaal Reinhard Marx, de aartsbisschop van München en Freising, zal op 2 februari het zaligverklaringsproces van de Duitse jezuïet en nazi-tegenstander Alfred Delp (1907-1945) openen. Dat is vandaag bekendgemaakt.

Een kerkrechtelijk proces dat voorafgaat aan een zaligverklaring kent diverse fasen. De eerste is de diocesane fase, die start met de plechtige opening in het bisdom waar de kandidaat-zalige vandaan kwam of werkzaam was. Daarbij worden de leden van een speciaal tribunaal aangesteld. Dit tribunaal doet onderzoek naar de levenswandel van de kandidaat. Als alle gegevens zijn verzameld, dan worden die officieel vastgesteld. Het dossier wordt vervolgens naar Rome gestuurd. In de Romeinse fase van het proces buigt het Dicasterie voor de Zaken der Heiligen zich over de kwestie. De vraag die beantwoord moet worden is of de kandidaat op heldhaftige wijze de christelijke deugden heeft beoefend dan wel of hij of zij de marteldood is gestorven. Als dat het geval is, dan roept de paus de kandidaat uit tot Eerbiedwaardige Diena(a)r(es) Gods. Voor de zaligverklaring is een wonder op voorspraak van hem of haar vereist, tenzij de paus officieel het martelaarschap van de kandidaat heeft erkend.

Sociëteit van Jezus

Alfred Friedrich Delp werd in 1907 in Mannheim geboren als zoon van een protestantse koopman en een katholieke moeder. In Lampertheim in Zuid-Hessen, waar het gezin vanaf 1914 woonde, raakte hij betrokken bij het katholieke jeugdwerk. Zijn pastoor stimuleerde de intellectuele talenten van de jongeman. Meteen na het verlaten van de middelbare school trad Delp toe tot de Sociëteit van Jezus, overigens tegen de wens van zijn ouders in. In 1937 werd hij tot priester gewijd. Plannen om aan de universiteit van München te promoveren in de wijsbegeerte werden door de nazi’s gedwarsboomd.

In 1939 sloot pater Delp zich aan bij het jezuïetenblad Stimmen der Zeit, dat zich kritisch tegenover de nazi’s opstelde. Tegelijkertijd zette hij zijn visie op christelijke solidariteit en een humane samenleving uiteen in diverse preken. Ook trok hij van leer tegen een zelfgenoegzame, burgerlijke kerk. “Niemand zal in de boodschap van verlossing en de Verlosser geloven zolang we onszelf niet hebben bebloed in dienst van lichamelijk, psychologisch, sociaal, economisch, moreel of anderszins zieke mensen”, betoogde hij eens.

Kring Kreisau

Via de jezuïetenprovinciaal Augustin Rösch uit München kwam Delp in contact met de Kreisauer Kreis, een groep van Duitse politici, ambtenaren en intellectuelen die samenzwoeren tegen het schrikbewind van Adolf Hitler. Deze kring stond onder leiding van de jurist Helmuth James Graf von Moltke uit Kreisau. 

Over de mate van Delps invloed daar en hoe vaak hij deelnam aan bijeenkomsten van de Kreisauer Kreis zijn historici het nog niet eens geworden. Zeker is dat Delp geen realpolitik-programma opstelde voor de periode na Hitler, maar ideeën aandroeg voor de sociaal-filosofische grondslagen van een nieuw Duitsland. Delp hoopte op een “humanisme in de naam van God”, op een ontwaken van de mens tot zijn waarden.

Stauffenberg

Na de arrestatie van Moltke in januari 1944 en vooral na de mislukte moordaanslag op Hitler door Claus Schenk Graf von Stauffenberg op 20 juli 1944, werd ook Delp het doelwit van de Gestapo. Aangezien zijn naam in Stauffenbergs notitieboekje was ontdekt, werd hij ervan verdacht betrokken te zijn geweest bij de samenzwering. Recent onderzoek heeft uitgewezen dat pater Delp niet betrokken was. Alfred Delp werd niettemin beschuldigd van hoogverraad en landverraad. De Gestapo bood hem echter de vrijheid op voorwaarde dat hij de jezuïetenorde zou verlaten. Dat weigerde hij. Op 9 en 10 januari 1945 stond hij terecht ten overstaan van de hoogste nazi-rechter Roland Freisler. Die veroordeelde hem op 11 januari 1945 ter dood. Op de middag van 2 februari 1945 werd Delp opgehangen op de executieplaats Berlin-Plötzensee. Zijn stoffelijk overschot en dat van andere samenzweerders werden op last van SS-baas Heinrich Himmler gecremeerd.

Met gebonden handen schreef pater Delp brieven, meditaties en essays in de weken tussen zijn arrestatie en zijn executie. Toen hij op 2 februari 1945 naar de galg werd geleid, zou hij tegen de gevangenisaalmoezenier hebben gefluisterd: “Over een half uur weet ik meer dan u.”

Tegen onderdrukking

“Voor de nationaal-socialisten vormde Alfred Delps christelijke overtuiging van de vrijheid en waardigheid van alle mensen een zodanige bedreiging dat ze hem gevangen namen, vernederden en uiteindelijk executeerden”, verklaarde kardinaal Marx vandaag bij de aankondiging van de opening van het proces. “We beginnen zijn zaligverklaringprocedure in het besef dat ook vandaag de dag de stemmen weer luider worden die de onderdrukking van andere mensen als een teken van kracht zien. Wij verzetten ons hiertegen: niet geweld, haat en nationalisme maken een samenleving sterk, maar menselijkheid, gerechtigheid en vrijheid.”

In het aartsbisdom München en Freising dateren de laatste zaligverklaringen van bijna 40 jaar geleden: de jezuïet Rupert Mayer werd in 1987 zaligverklaard, in 1988 volgde de redemptorist Kaspar Stanggassinger en in 1985 Maria Theresia von Jesu Gerhardinger. De processen voor de journalist Fritz Gerlich en de godsdienstfilosoof Romano Guardini lopen sinds 2017.