Eerlijke producten, geteeld, gebrouwen of gekweekt in een idyllische streek. Nederland heeft veel mooie streekproducten. Daarom vroegen wij aan René de Bruin van keurmerk Erkend Streekproduct naar de bijzondere verhalen achter gecertificeerde streekproducten. De Keuringsdienst heeft er drie op een rij gezet.
Een erkend streekproduct word je
niet zomaar. Er moeten regionale grondstoffen worden gebruikt en het product
moet ook daadwerkelijk gemaakt worden in de streek. Daarnaast moet de streek er
zelf beter en mooier van worden. Daarbij moet je denken aan het behoud van de
natuur en dierenwelzijn dat boven de wettelijke eisen ligt. Het is belangrijk
dat het verhaal klopt. René de Bruin van keurmerk Erkend Streekproduct is
iemand die weet welke verhalen van streekproducten kloppen. Daarom vroegen wij
hem een selectie te maken van de mooie verhalen achter enkele streekproducten.
1. Texels lamsvlees
“Texel is een echt schapeneiland met een eigen schapenras: Het
wereldberoemde Texelse schaap. Maar een jaar of tien geleden constateerden
lokale schapenhouders dat op de menukaart van restaurants op het Waddeneiland schapenvlees
stond uit landen als NieuwZeeland. Zelf konden de schapenhouders hun Texelse
vlees moeilijk kwijt. Daarom verenigden de schapenhouders zich om hun vlees op
de kaart te krijgen en dat is gelukt. Alles wordt op het eiland gedaan, van het
houden van de schapen tot het slachten. Daarnaast zijn de schapenhouders
verplicht om het typische Texelse landschap in stand te houden. Je hebt daar de
bekende zandbult, de specifieke schapenschuren en de wallen die zo behouden
blijven.”
2. Limburgse morel
“De bekende kers is zoet. De morel is iets steviger en
zuurder. Deze werd in Limburg tot de jaren vijftig nog op grote schaal
verbouwd. Maar door goedkope import uit het buitenland is de teelt van de morel
grotendeels verdwenen. Nu zijn er nog acht telers over. Die hebben zich
verenigd om morel weer terug in de Limburgse vlaaien te krijgen. Heel veel
vulling van vlaaien komt tegenwoordig uit Polen en Tsjechië. De telers hebben
een coöperatie opgezet en hebben afspraken gemaakt met de bakkers om de morel
weer in de kersenvlaai te stoppen. Door de morel weer in de kersenvlaai te
stoppen hebben zowel telers, bakkers en het eindproduct weer verbinding met de
streek. Nu is het verhaal weer rond. De morel is overigens geen kers die heel lekker
is om los te eten. Maar in combinatie met de vlaai werkt het goed. In België
ziet je de kers ook opduiken in het bekende Kriek bier. In Limburg is die
traditie niet zo sterk, maar wie weet komt dat nog.”
3. Oosterschelde kreeft
“Tot slot wil ik de Oosterschelde kreeft noemen. Dit is een
speciaal ras kreeft dat in de Oosterschelde in het wild voor komt. Er is een
beperkt aantal vissers dat hierop mag vissen. Zij hebben onderling ook weer
afspraken gemaakt om overbevissing te voorkomen. Ze vissen alleen in een
bepaalde periode van het jaar en vangen alleen de grote, volwassen exemplaren.
Het is een echt product dat een heel kort seizoen verkrijgbaar is. De
Oosterschelde kreeft is echt geschikt voor de lokale en regionale horeca. Ook
de Oosterschelde heeft de status van nationaal landschap. Door een verantwoorde
manier van visserij blijft de visstand in stand.”
Geschreven door: Maic Oudejans
Bron: René de Bruin, secretaris Keurmerk Erkend Streekproduct