Na het verlies van zijn vader kwam alles tegelijk voor Marlon. Hij stortte in en werd wakker in het ziekenhuis. Medicatie gaf hem niet wat hij zocht: rust en houvast. Een volkstuin bleek uiteindelijk precies dat te bieden.
In zijn volkstuin is hij buiten, werkt hij met zijn handen en zorgt hij voor zijn planten. Al 25 jaar is de tuin een vaste plek in zijn leven. Marlon noemt zijn groene oase niet voor niets zijn ‘antidepressiva’.
Stap voor stap richting herstel
In zijn tuin vond hij langzaam weer ruimte om te ademen. Tussen de planten, de rozen die hij zelf stekt en de hangmat waar hij alles even loslaat, bouwde hij stap voor stap aan herstel. Al 25 jaar is deze plek voor hem onmisbaar. In Tuinvolk vertelt Marlon openhartig over rouw, mentale gezondheid en hoe werken met de natuur hem weer op de been hielp. Een persoonlijk verhaal over verlies, veerkracht en de kracht van een eigen stukje groen.