Een heersende medialogica is dat als je je slecht over iets voelt, je erover moet praten, je je gevoel moet delen. Maar waar we het minder over hebben, is hoe je op zulke berichten moet reageren. Wat is de beste manier om mensen die aangeven zich slecht te voelen te steunen?
Mijn tijdlijn staat vaak
zat vol met berichten van mensen die heel open zijn over hun verdriet,
depressie, rouw en andere zaken die duiden op emotioneel leed. Soms voelt dat
delen ongemakkelijk: hoe reageer je als iemand deelt in de rouw te zijn? Een
hartje dan maar.
In het echte leven ervaar
ik dat ongemak soms ook. Bijvoorbeeld wanneer iemand aan wie ik net ben
voorgesteld binnen twee minuten elke nare wetenswaardigheid over diens
liefdesleven al heeft gedeeld. “Vervelend”, zeg ik dan maar.
Dat kan beter. Dr.
Lisanne Pauw gaf met haar
proefschrift een deel van het antwoord op de vraag hoe je mensen die emotioneel
leed delen het beste steunt. Mensen vertellen dat soort dingen over het
algemeen zodat ze ‘sociaalaffectieve steun’ krijgen, legt Lisanne uit. Waar ze
eigenlijk naar op zoek zouden moeten is ‘cognitieve steun’.
Wat is sociaalaffectieve
steun?
“Stel dat ik
teleurgesteld ben over het niet krijgen van een baan waarop ik solliciteerde,
en die teleurstelling met jou deel, dan is sociaalaffectieve steun het
aangeven dat je begrijpt dat ik tijd en moeite in die sollicitatie heb
geïnvesteerd, dat het begrijpelijk is dat ik me rot voel. Je zou het ook
‘emotionele steun’ kunnen noemen. Ik heb het gedefinieerd als het valideren of
bevestigen van andermans emoties, als het aangeven dat je begrijpt dát de ander
zich zo voelt.”
En wat is cognitieve
steun?
“Dat is proberen een
ander perspectief te bieden, je gesprekspartner anders naar haar leven en
emoties te laten kijken. De manier waarop je naar de situatie kijkt verandert,
waardoor de emoties die ermee gepaard gaan eveneens veranderen. Om bij het
voorbeeld van de baan te blijven: als jij mij vertelt dat het goed is dat ik
mezelf op de banenmarkt heb gegooid, of dat ik mijn cv nu tenminste op orde heb
gemaakt, en dat afwijzingen erbij horen, dan helpt mij dat je te relativeren. Het
is een aanmoediging om er anders tegenaan te kijken. Uit onderzoek blijkt dat mensen die zulke cognitieve steun ontvingen later aangaven zich nog altijd
beter te voelen over wat er gebeurde dan zij die alleen sociaal affectieve steun
ontvingen.”
Waarom werkt cognitieve
steun beter op de lange termijn?
“Ik denk dat het verwant
is aan iets als cognitieve gedragstherapie. Daarin is het idee patiënten anders
te laten nadenken over hun situatie, om negatieve emoties te verlichten. Mijn verwachting voor het onderzoek was dat het daarmee raakvlakken had, en dat bleek zo te zijn. Als je emoties ziet als het gevolg van een inschatting van een situatie, dan is de verwachting dat het anders inschatten van een situatie dus ook tot een andere emotie zou moeten leiden. Als ik die
negatieve situatie – het niet krijgen van een baan – anders interpreteer, dan
zou het ook andere gevoelens moeten oproepen. Als ik het zie als ‘dappere
poging’ in plaats van ‘ik ben niets waard’, dan zou ik minder teleurstelling
moeten ervaren en val ik niet terug in negatieve gedachten. Hoe ik de situatie van de afwijzing dus kleur geef, vormt mijn emoties. En als ik deze heel negatief invul ervaar ik negatieve emoties (schaamte, verdriet, bezorgdheid). Als ik dit deel met een ander en de ander helpt mij om de situatie anders te zien, anders kleur te geven, dan zal ik hoogstwaarschijnlijk ook minder schaamte, verdriet en bezorgdheid voelen – ook op de lange termijn.”
Mediawetenschapper Linda
Duits heeft het niet zo op het delen van persoonlijk leed online. ‘Stop
de onzinnige confessiecultuur!’, schreef ze laatst nog. Hoe
reflecteer jij daar vanuit je praktijk en onderzoek op?
“Kijk, ik heb dit niet
precies onderzocht, dus wat ik zeg is deels speculatie. Maar ik moet denken aan het onderzoek van Bernard Rimé, de
wetenschapper die als een van de grondleggers geldt van het onderzoek naar het
delen van emoties. Volgens Rimé hoort het bij intense emoties dat mensen die
willen delen. Hoe heftiger de emotie, hoe groter het verlangen om te delen.
Digitale, nieuwe media, inclusief sociale media, bieden een nieuw forum om
emoties te delen. Dát emoties daar gedeeld worden is dus helemaal niet vreemd,
alleen komt het in dat geval bij een veel groter publiek terecht dan als je dat
‘gewoon’ in gesprek zou doen. Daar komen nieuwe vragen bij kijken: is het
gepast om het te delen? Zitten anderen erop te wachten? En wat krijg je terug van
de mensen met wie je die emoties deelt? Ook vermoed ik dat mensen online vooral
gevalideerd zullen worden in hun emoties, maar niet zo snel worden uitgedaagd
om anders tegen de aard van hun problemen aan te kijken. Je moet je afvragen
wat je daar op de lange termijn aan hebt.”
Wat kan je doen als je je
vrienden beter wil ondersteunen en helpen?
“Ik denk dat het helpt
als je beseft waarom mensen ‘emotionele’ steun als prettig ervaren: ze zoeken
naar bevestiging en erkenning, en voelen zich verbondener met anderen als ze
die steun krijgen. Die ander is er voor je, als je die nodig hebt. Maar daarom
is het belangrijk de ander zich gehoord en begrepen te laten voelen voor je die
cognitieve steun biedt, die dus op de langere termijn beter helpt."
Ten slotte: op wat voor
manier kan je je emotionele leed zelf zó delen dat je betere ondersteuning
krijgt van anderen?
"Mensen zoeken vaak mensen
waarvan ze verwachten dat die de reactie geven die ze hopen te krijgen. Daarom
is het verstandig om je emotionele leed met verschillende mensen te delen,
zodat je verschillende reacties krijgt, en meer perspectieven op de situatie.
Die helpen je er weer anders tegenaan te kijken."