We hebben allemaal een innerlijk kind dat geliefd en beschermd wil worden, maar ook dat wil spelen, dansen of dromen. Door contact ermee te maken, kun je gelukkiger worden. En oude pijn oplossen. 

Je kunt ervan uitgaan dat we allemaal goed, lief en onschuldig geboren worden. Op sommige plekken op de wereld worden baby’s zelfs gezien als een geschenk van de goden; de eerste acht maanden is een baby dan ook meer goddelijk dan menselijk en moet het gedragen worden en met respect behandeld.  

En wie je als kind bent, dat zoete, onschuldige wezentje, draag je de rest van je leven mee. Je noemt het je 'innerlijke kind'. Je innerlijk kind is een combinatie van hoe je op aarde kwam, samen met de ervaringen in de eerste zes, zeven jaar van je leven. Dit zijn namelijk de jaren dat je de meeste vaardigheden ontwikkelt. Je leert vertrouwen, je leert omgaan met grenzen, je leert omgaan met teleurstellingen. In die jaren worden als het ware de draadjes en verbindingen aangelegd voor de rest van je leven. 

Maar helaas worden we niet allemaal als godenkinderen behandeld en met respect gedragen. Helaas leren we niet altijd omgaan met grenzen, of met teleurstellingen, en is het leven niet voor ieder kind veilig. Er ontstaan kwetsuren. Zelfs als je een gelukkige jeugd hebt gehad. Psychologe Ingeborg Bosch schrijft in haar boek De onschuldige gevangene (2015) dat er zo veel misgaat in het begeleiden van kinderen naar volwassenheid, dat je kunt zeggen dat zelfs iedereen één of andere vorm van pijn meedraagt. Ze schrijft: 'Kinderen ontwikkelen verschillende overlevingsmechanismen om de waarheid, dat ze niet krijgen wat ze nodig hebben en dat nooit zullen krijgen, te overleven.'

Oude pijn 

Dat noem je oude pijn. Het lastige is: deze pijn blijft niet in het verleden. In moderne psychologie en therapie wordt zelfs gezegd dat deze kwetsuren uit het verleden niet alleen in je geest, maar zelfs in je lichaam opgeslagen blijven. Sterker nog: je handelt ernaar, tot op de dag van vandaag. Zo kan een volwassen vrouw van 38, ik neem even mezelf als voorbeeld, het gevoel hebben dat ze volledig in de steek gelaten wordt na een vrij onbelangrijke ruzie. Niet omdat de ruzie letterlijk aanleiding gaf om te denken dat ze in de steek gelaten zou worden, maar omdat ze daar vroeger bang voor was.  

Emoties die we in tegenwoordige tijd voelen, vinden vaak hun oorsprong in onze kindertijd. Daarom is 'innerlijk kind-werk' nuttig. Het bewijs hiervoor is, legt Bosch uit in het boek, dat ieder mens anders op dezelfde gebeurtenis kan reageren. Stel: drie mensen worden nat door een auto die door een grote plas rijdt. De eerste persoon wordt boos en gaat schelden, de tweede voelt zich vooral verdrietig en denkt: iedereen moet mij hebben vandaag. De derde persoon denkt: och, ik had toch al zin om iets anders aan te trekken. Mensen reageren wezenlijk anders, voelen andere dingen, en vaak zijn emoties die we in tegenwoordige tijd voelen te herleiden naar vroeger. Vooral de grote emoties en overtuigingen (angst, verdriet, boosheid, ‘ze houden niet van me’, ‘ik ben altijd de pineut’, ‘ik verdien geen geluk’, ‘ik hoor er niet bij’) vinden zeer waarschijnlijk hun oorsprong in onze kindertijd.  

Emoties die we nu voelen, vinden vaak hun oorsprong in onze kindertijd

Jezelf leren kennen 

Maar er is ook goed nieuws: je kunt de oude pijn (gedeeltelijk) oplossen. De theorie achter innerlijk kind-werk is dat er in ons allemaal nog steeds dat kleine kind zit, dat nog steeds graag erkenning wil, geliefd wil zijn, en zich veilig voelen. En alles wat je als kind tekortkwam, kun je alsnog aan jezelf geven. Je kunt het kleine kind in jezelf – de kleine ‘mij’ – gaan omarmen, geruststellen en lief vinden. Door tijd vrij te maken voor haar, door te luisteren. Je kunt je eigen ouder worden. 

Als dit goed lukt, zal dat zelfs invloed hebben op je emoties in het heden. “Innerlijk kind-werk gaat eigenlijk over jezelf leren kennen en helen,” zegt ook codependentie therapeut Sarah Hofman (www.decodependentietherapeut.nl).  

Codependentie gaat over trauma in hechtingsrelaties. Ze legt uit: “Veel mensen hebben de neiging om zichzelf weg te cijferen – in hun gezin, relatie, familie of werkomgeving.” Dat patroon is ontstaan in de jeugd. “Omdat ze in een gezin opgroeiden waarin het vanzelfsprekend was gevoelens aan de kant te zetten. Of in een gezin waar het niet veilig was.” Hofman leert haar cliënten om het kind bijvoorbeeld op een kruk in de kamer te zetten en ermee te gaan praten. Of een ‘emotiedagboek’ bij te houden. “Je kunt een dialoog schrijven met je innerlijk kind. Je doet alsof er een kind bij je is waarmee je contact hebt. Je vraagt: ‘Hoe voel je je vandaag? Waar ben je bang voor?’ Het kind antwoordt bijvoorbeeld: ‘Ik ben bang voor afwijzing.’ Als volwassene reageer je: ‘Hoe kan ik je helpen?’ Het kind zegt: ‘Ik wil gewoon dat jij mij goed vindt, zoals ik ben.’” Hofman stelt: je kunt bijna alle antwoorden om te helen in het heden wel vanbinnen vinden. Via dit soort oefeningen, via meditatie of via een vorm van therapie.  

Alles wat je als kind tekortkwam, kun je alsnog aan jezelf geven

Verbinding maken 

Want eigenlijk komt het hierop neer: erachter komen wie je vanbinnen bent. De therapeut zegt: “Veel mensen gaan zich zodanig aan de wereld om hen heen aanpassen, dat ze niet meer weten wat ze willen, of nodig hebben om geluk te voelen. Contact maken met wat je wilt, waar je gelukkig van wordt, jezelf vinden – daarvoor is innerlijk kind-werk zinvol.”  

Naast – of misschien achter – het gekwetste kind is er ook nog het vrolijke, onschuldige, ‘goddelijke’ kind vanbinnen, en ook daarmee kun je verbinding maken. Wat vond je als kind leuk om te doen? Waar speelde je graag mee? Vond je het strand leuk? Door als volwassene weer een zandkasteel te maken, kun je ook verbinding maken met het kind in jezelf. Of door dingen zoals door de kamer dansen, heel hard meezingen met een liedje op de radio, of met kinderen spelen. Je zou kunnen zeggen: jezelf ‘laten gaan’. Ga weer dromen, niksen, vervelen, spelen, dansen of stoeien.  

Creativiteit 

Of: knutselen. The Artist Way (1992) is een internationaal bekend boek en methode om je eigen creatieve vuur te herontdekken. Sommige oefeningen uit dit boek van Julia Cameron gaan letterlijk over het innerlijk kind terugvinden. Probeer je te herinneren wat je als kind graag deed, en ga het opnieuw doen, raadt Cameron aan. Vond je het vroeger leuk om te knutselen, om plaatjes uit tijdschriften te scheuren, of om strips te tekenen? Ga dat nog eens doen. Vond je chocolademousse heel lekker? Ga het deze week eten. Vaak ontzeggen we onszelf als volwassene deze dingen. We doen dingen zoals spelen of kinderwensen af als ‘onnuttig’. Maar voor het aanwakkeren van je creativiteit zijn ze juist nodig, stelt Cameron, omdat je via deze oefeningen terugkomt bij jezelf. Bij wie je eigenlijk was, voordat de wereld eroverheen walste met meningen, teleurstellingen en kwetsuren. Door je te herinneren wat je vroeger graag wilde, kun je erachter komen wat je nu, als volwassene, graag wilt.  

Tekst: Pauline Bijster

Illustratie: Marjan de Haan