Visje, visje in het water. Visje, visje in de kom. Van siervissen zijn er heel veel speciale soorten. Van knalgeel tot pimpelpaars. Kogeltje rond tot zo plat als een dubbeltje. Hoe komen ze toch allemaal aan dat wonderlijke uiterlijk? Niet elke siervis lijkt in opperbeste vorm; uitpuilende ogen, misvormde lijfjes en gigantische staarten. De Keuringsdienst vist naar het antwoord.
Vissen voor de sier houden
Vissen houden voor de sier doen we al eeuwen. In China werden goudvissen vanaf de tiende eeuw in kommen gehouden en gekweekt. En inmiddels siert de siervis ook menig huishouden in Nederland.
Uit onderzoek in opdracht van Dibevo (de landelijke brancheorganisatie voor de huisdieren-industrie) blijkt dat we in Nederland gezamenlijk 7,7 miljoen aquariumvissen houden. Maar wat maakt een vis eigenlijk een siervis, en waar halen ze al die vissen vandaan?
Een levend schilderij
Volgens siervissenverkoper Gert-Jan Tollenaar gaat het om vissen die mensen voor de sier houden. ‘Het idee is dat je een soort levend schilderij in huis haalt. Net zoals je bij een boswandeling rustig wordt van het simpelweg ernaar kijken.’
De natuur in huis halen, dat hoorde de Keuringsdienst vaker voorbijkomen als we belden met enthousiaste visverkopers. Maar uit welke natuur komen die wonderlijke vissen dan? We vragen het de groothandel.
Zuid-Amerikaanse vis uit Azië
Siervissenimporteur Evert Landman heeft honderden soorten van over de hele wereld. Van guppen tot molly’s, tandkarpers tot gobies. Je kunt het zo gek niet bedenken of hij verkoopt het.
‘De discusvis komt bijvoorbeeld van origine uit Zuid-Amerika, maar omdat die vrij weinig kleur hebben, halen we exemplaren uit Sri Lanka, Indonesië en Vietnam,’ zegt Landman. In Azië kweken ze vissen in allerlei vormen en kleuren, die in het wild helemaal niet voorkomen. Maar hoe maak je van een doodsaaie vis een pimpelpaarse siervis?
Een afwijking verkoopt
Siervissenkweker Thien Le Huu zoekt in Vietnam naar afwijkende dieren om mee verder te kweken. Doorfokken op genetische afwijzingen dus. ‘We kiezen kleuren en vormen die afwijken van het origineel om zo een nieuwe variant te creëren.’
Want ook aan bijzondere vormen valt te verdienen. Van gezwellen tot uitpuilende ogen, dubbele staarten tot opgezette lichaampjes. Hoe gekker, hoe beter.
‘Zo’n parelschubvis met een bolle buik is zes à zeven keer duurder dan een gewone goudvis’, vertelt siervissenimporteur Evert Landman. ‘Als je iets bijzonders hebt kun je altijd meer vragen.’
Goed voor de vis of niet?
De mens schept op deze manier compleet nieuwe vissen. Maar wat vindt de vis daar zelf eigenlijk van? ‘Je ziet dat het zwemgedrag anders is dan van vissen die een normaal uiterlijk hebben. Dat is best wel een welzijnsaantasting’, zegt visonderzoeker Hans van de Vis.
Neem de leeuwenkop: een vis met een wratachtige mutatie of tumor bovenop hun hoofd die door blijft groeien. ‘Soms wordt het zo groot dat het hun zicht beperkt. Dan moet je die onder verdoving wegknippen met een schaar’, vertelt siervissenverkoper Gert-Jan Tollenaar.
Mag dat zomaar?
Er is nauwelijks tot geen toezicht in de gebieden waar siervissen gekweekt worden waardoor er een wildgroei is ontstaan aan siervissen met allerlei gekke kleuren en afwijkingen.
Volgens visonderzoeker Hans van de Vis is het uiteindelijk de markt die bepaald waarmee doorgefokt wordt. ‘Er is een commercieel belang gemoeid bij het kweken van zo bijzonder mogelijke vissen. Als die dieren verkocht worden, zullen ze daar vast mee doorfokken.
Zestig uur in een zak
Om al die vissen van kweker naar klant te krijgen, moeten ze op reis. Volgens siervissenkweker Thien Le Huu zitten ze zo’n 60 uur in een plastic zak en moeten ze vier tot zeven dagen vasten voordat ze bij de klant aankomen. Niet bepaald een stressvrij proces. Volgens siervissenimporteur Evert Landman is stress zelfs de grootste doodsoorzaak in de siervissenindustrie.