The Cast Whale Project

Xanten, 16 maart 2026Nog een paar dagen en dan neemt de Sint-Victorbasiliek in Xanten afscheid van een opzienbarende kunstinstallatie van de Israëlische kunstenaar Gil Shachar. Op 22 februari, op de eerste zondag van de veertigdagentijd, werd in de eeuwenoude kerk een afgietsel van een aangespoelde bultrug feestelijk ingehuldigd door een van de hulpbisschoppen van het bisdom Münster. De aanwezigheid van het gevaarte riep veel discussie op over de vraag of een dergelijk kunstwerk wel thuishoort in een gewijde ruimte.

Het 14 meter lange en 9 meter brede beeld heet The Cast Whale Project. Al jaren reist het van de ene expositieruimte naar de andere. Het betreft een afgietsel van een bultrug die in 2018 op het strand van Lambert's Bay in Zuid-Afrika was aangespoeld. Gil Shachar wil met de installatie herinneren aan de kwetsbaarheid van de schepping.

Voor de beschermheer van het werk, hulpbisschop Rolf Lohmann, is het tijdstip van de tentoonstelling goed gekozen. Want “met dit aangespoelde, dode dier hebben we in feite de hele boodschap van dood en verrijzenis plastisch voor ons. Het is geen toeval dat het werk zich hier juist in de vastentijd bevindt. Het moet aanzetten om de kwestie van verantwoordelijkheid voor de schepping en klimaatrechtvaardigheid onder de aandacht te brengen”, aldus mgr. Lohmann. Komende zondag (22 maart) is de bultrug voor het laatst te zien in Xanten, een stad hemelsbreed op ongeveer 25 km verwijderd van de Duits-Nederlandse grens.

In conservatieve kringen wordt er schande gesproken van het kunstwerk in de Dom van Xanten, die al eeuwenlang een bedevaartskerk is. Volgens hen horen kunstprojecten, podiumdiscussies, lezingen en andere wereldlijke evenementen niet thuis in een sacrale ruimte.

“Een grote kunstinstallatie zoals deze walvis is tegenwoordig niet meer geheel ongebruikelijk in een kerk”, zei professor Norbert Köster van de Katholiek-Theologische Faculteit van de Universiteit van Münster onlangs in zijn in de Xantener Dom gehouden lezing ‘Gestrand in de kerk: kerkruimtes als openbare ruimte in de middeleeuwen en de moderne tijd’.

Köster vertelde dat kerken in de oudheid en de middeleeuwen veel sociale functies vervulden. “Pas in de 19e eeuw ontstond de opvatting dat er in de kerk niets anders mocht plaatsvinden dan kerkdiensten. Dit ’The Cast-Whale-Project’ kan eraan herinneren dat juist kerken plaatsen waren voor gestrande mensen.”

Bisschop Eusebius van Caesarea zou in de vierde eeuw bijvoorbeeld hebben gezegd dat de heiligheid van het gebouw voortkomt uit de vierende gemeenschap. “De gemeenschap heiligt het gebouw. Het gebouw op zich is niet heilig.” Daarom kan een kerkgebouw ook weer geprofaniseerd en ontwijd worden, aldus Köster, die naast hoogleraar theologie ook rooms-katholiek priester is.

Toen men in de vijfde eeuw begon met het overbrengen van de stoffelijke overschotten van martelaren naar de kerken, veranderde er iets. Deze graven werden namelijk als heilig beschouwd. Dat leidde er in een tijd waarin er geen algemene gezondheidszorg bestond toe dat mensen overal hulp zochten, “ook en juist bij graven van martelaren, in de hoop gesterkt te worden en gezond te worden”. Niet zelden sliep men bij deze graven om door de heiligheid van de relikwieën van het martelaarsgraf genezing te vinden. “We kunnen ons vandaag de dag helemaal niet meer voorstellen wat het voor mensen in de oudheid en de middeleeuwen moet hebben betekend om het graf aan te raken en daar te slapen.”Niet alleen zieken zochten de godshuizen op. Ook bedelaars en andere behoeftigen waren daar te vinden. “Ze hadden geen kans om te werken en zochten in de kerk hulp en steun.”

Kerkjes uit de vroege middeleeuwen dienden ook als verzamelplaatsen, omdat er verder geen grote, openbare ruimtes waren. “Daar overnachtten ook pelgrims, omdat er nauwelijks hotels waren zoals we die vandaag de dag kennen. Wie geen onderdak bij particulieren vond, overnachtte dan gewoon in de kerk”, aldus professor Köster. Tegelijkertijd waren kerken ook schuilplaatsen tegen plunderende bendes of in tijden van oorlog. “Als men thuis was gebleven toen de oorlogszuchtige Noormannen door Europa trokken, zou het leven geen cent meer waard zijn geweest. De oude verdedigingskerken, die we hier ook in de Nederrijn en Noordrijn-Westfalen in overvloed hebben, herinneren aan een heel belangrijke beschermende functie van de kerken uit de vroege middeleeuwen.” De openbare functies van het schip werden in de middeleeuwen gescheiden van het koor door het doksaal, dat in de Sint-Victor nog steeds staat. Het koor was uitsluitend voorbehouden aan het gebed en de verering van de relikwieën.

De Dom van Xanten wordt vaak foutief aangemerkt als kathedraal, omdat er nooit een bisschopszetel heeft gestaan. Wel was het eeuwenlang een kapittelkerk. In 1937 werd de kerk door paus Pius XII verheven tot basilica minor. Ook heeft ze de status van Propsteikirche, de hoofdkerk van een bepaald gebied. De pastoor wordt er dan ook ‘proost’ genoemd.

De belangrijkste reden voor pelgrims om naar de Xantener Dom te gaan is ongetwijfeld de heilige martelaar Viktor (derde eeuw), wiens stoffelijke resten in het hoogaltaar rusten. Ook de heilige Norbertus,  stichter van de Orde der Premonstratenzers, wordt in de stad bijzonder vereerd, aangezien hij het grootste deel van zijn leven kanunnik in Xanten was.

In de crypte van de Dom ontstond bij de uitbreiding in 1966 een herdenkings- en verzoeningsplaats voor de slachtoffers van het nationaalsocialistische terreurregime. Daar rusten naast urnen met as uit de concentratiekampen Auschwitz, Bergen-Belsen en Dachau ook de stoffelijke resten van de zalige Karl Leisner, Heinz Bello en Gerhard Storm – alle drie martelaren die voor hun geloof zijn gestorven. Daarnaast bevindt zich sinds 2006 ook een relikwie van de zalige kardinaal Clemens August graaf von Galen in de crypte onder het altaar.