Nasiriya, 6 maart 2021 – Op de tweede dag van zijn historisch bezoek aan Irak bezocht paus Franciscus de sjiitische bedevaartplaats Nadjaf om daar groot-ayatollah Ali al-Sistani te ontmoeten. Na zijn onderhoud met de leider van de sjiieten werd de paus per helikopter overgebracht naar Nasiriya, in het zuidoosten van Irak. Vandaar vertrokken hij en zijn gevolg naar de nabijgelegen archeologische locatie Ur, waar een interreligieuze ontmoeting plaatsvond. Ur, uit te spreken als oer, was volgens het Bijbelboek Genesis de geboorteplaats van aartsvader Abraham. In zijn daar gehouden toespraak zei Franciscus dat haat jegens medemensen de ergste blasfemie is.

De paus, die de nacht had doorgebracht op de Apostolische Nuntiatuur in Bagdad, werd na zijn landing in Nasiriya ontvangen door de Chaldeeuws-katholieke aartsbisschop van Basra, de Syrisch-katholieke aartsbisschop van Basra en de Golf, de plaatselijke civiele en religieuze autoriteiten en een groep kinderen die Franciscus een bloemenhulde brachten. Vervolgens reed iedereen in gepantserde auto’s naar ‘Ur der Chaldeeën’.

Encyclopedie: Abraham

Bij de ruïnes van de oeroude stad Ur waren vertegenwoordigers van diverse in Irak aanwezige godsdienstige stromingen. Tijdens deze interreligieuze ontmoeting werd gereciteerd uit de passages uit de Bijbel en de Koran waar het verhaal van de roeping van Abram (later Abraham), in het Arabisch Ibrahim, wordt verteld. Daarna volgden er diverse toespraken, werd er gebeden en klonk er muziek.

Haat

In de toespraak van paus Franciscus tot het gezelschap op de Vlakte van Ur zei hij dat die locatie de bakermat is van het joodse, christelijke en islamitische geloof in de ene God. “Laten wij vanaf deze plaats, waar het geloof werd geboren, vanaf het land van onze vader Abraham, bevestigen dat God barmhartig is en dat het de grootste godslastering is zijn naam te ontheiligen door onze broeders en zusters te haten.”

Vijandigheid, extremisme en geweld komen volgens de paus niet voort uit een religieus hart, maar zijn juist de verraders van de ware godsdienst. “Wij gelovigen mogen niet zwijgen wanneer terrorisme de godsdienst misbruikt; wij zijn zelfs ondubbelzinnig geroepen om alle misverstanden uit de weg te ruimen. Laten wij niet toestaan dat het licht van de hemel wordt overschaduwd  door de wolken van haat! Donkere wolken van terrorisme, oorlog en geweld pakten zich boven dit land samen.”

Franciscus wees op het enorme leed dat diverse bevolkingsgroepen in Irak van de islamistische terreur te verduren kreeg. “In het bijzonder wil ik de jezidi-gemeenschap noemen, die de dood van vele mannen heeft betreurd en getuige is geweest van duizenden ontvoerde vrouwen, meisjes en kinderen, die als slaven werden verkocht, fysiek geweld moesten ondergaan en tot bekering werden gedwongen.” De paus riep vervolgens op tot gebed voor allen die leden en voor hen die nog steeds lijden onder de gruwelen van de terreur.

Heiligdommen

De bisschop van Rome had het ook over de vernietiging van cultuurgoederen door de terroristen. “Toen het terrorisme het noorden van dit geliefde land binnendrong, vernietigde het moedwillig een deel van het prachtige religieuze erfgoed, waaronder de kerken, kloosters en gebedshuizen van verschillende gemeenschappen. Maar zelfs in die donkere tijd bleven sommige sterren schijnen. Ik denk aan de jonge moslimvrijwilligers van Mosoel, die hielpen bij het herstel van kerken en kloosters en broederlijke vriendschappen opbouwden op het puin van de haat, en aan de christenen en moslims die vandaag samen moskeeën en kerken restaureren.”

Het liefhebben en beschermen van heilige plaatsen is volgens de paus een existentiële noodzaak, “ter nagedachtenis aan onze vader Abraham, die op verschillende plaatsen altaren van de Heer ten hemel verhief”. “Moge de grote aartsvader ons helpen om van onze heilige plaatsen oases van vrede en ontmoeting voor allen te maken! Door zijn trouw aan God werd Abraham een zegen voor alle volkeren; moge onze aanwezigheid hier vandaag, in zijn voetsporen, een teken van zegen en hoop zijn voor Irak, voor het Midden-Oosten en voor de hele wereld. De hemel is niet moe geworden van de aarde: God houdt van ieder volk, van ieder van zijn dochters en zonen! Laten wij nooit moe worden naar de hemel op te zien, naar dezelfde sterren te kijken die onze vader Abraham in zijn tijd aanschouwde.”

Interreligieuze ontmoeting paus in Irak