Een nieuwe column van Annemiek Schrijver

'Van de week maakte ik een staaltje gij-zult-u-geen-gesneden-beelden-maken mee.

Als gereformeerd kind begreep ik dat dit ten strengste verboden was en zag dan gesneden ontbijtkoek voor me. De bel ging. Meneer Glasvezel: ‘Ik neem aan dat u boven ook televisie hebt?’ Uh.. ‘Ik neem aan dat u hier niet alleen woont?’ Ach, hoe weet u dat zo? Meneer zag mijn verwondering niet. ‘Ik neem aan dat u veel films kijkt?’

Ik informeerde of meneer misschien aannemer is. Hij keek me verdwaasd aan en nam maar afscheid. Tuurlijk is de glasvezelboy geen aannemer. Beetje flauw. Gesneden beeldenmaker had ‘ie misschien wel leuk gevonden. Heerlijk zoals we elkaar wegzetten. Nog wat na mijmerend sneed ik in de keuken een stuk zelf in elkaar gezette ontbijtkoek af.'

'Toen zag ik door het raam twee mannen voor mijn deur verschijnen. Ik nam aan dat het Jehovagetuigen waren, maar ook ik ben geen aannemer en dat wil ik later ook niet worden. Maar waarom belden de heren niet aan? Ze keken door het voordeurglas. Daar hadden ze zicht op een groot Jezusbeeld die de gasten met wijd open armen welkom staat te heten. Toen hoorde ik de ene man zeggen: ‘Ze zijn hier diepgelovig.’ De heren wisten genoeg en gingen. Dus dat zijn gesneden beelden.

Ik nam mijn gesneden koek en aaide mijn Jezusbeeld. Vond ‘Ie niet erg. Neem ik aan.'