19 mei 2024
Lambertusbasiliek, Hengelo
Pastoor Jurgen Jansen

Lezingen:
Handelingen 2, 1-11
1 Korintiërs 12, 3b-7.12-13
Johannes 20, 19-23

Veni Sancte spiritus , Kom, heilige Geest.
Een heel kort gebed, wat Pinksteren heel krachtig verwoord.

In het evangelie spoort Jezus zijn leerlingen geregeld aan om te bidden om de Geest van God (bijv. Lk 11,13).
Bidden om de Geest, bidden om de komst van God zelf, is de kern van ons bidden. Jezus spoort ons aan om niet te laag in te zetten: om Gods aanwezigheid in ons gewone leven gaat het, voor minder hoeven we het niet te doen. Kom heilige Geest...

Als mensen praten over de heilige Geest doen ze dat nog wel eens in heel spectaculaire beelden: stormen van euforie, spreken in tongen, wonderlijke gebeurtenissen die bewijzen zouden zijn voor de aanwezigheid van de heilige Geest.

Het gebed spreekt op een andere manier over de Geest, en misschien is dat nog wel meer schokkend. Niet de spectaculaire gebeurtenissen, maar: de Geest van God die in mij woont, in mijn innerlijk, die zo tot mijn wezen behoort dat ik Hem nauwelijks opmerk, zoals ik me meestal niet bewust ben van mijn adem.
In het evangelie van vandaag wordt die kant van de heilige Geest ook benadrukt: Jezus blaast over zijn leerlingen als hij zegt: "ontvang de heilige Geest". En even denk je terug aan het scheppingsverhaal, aan God die de mens boetseert uit aarde en hem dan de levensadem in de neus blaast. Zo, zegt de tekst van Genesis dan, zo wordt de mens een levend wezen (Gn 2,7). En zo, vanzelfsprekend als onze adem, woont de Geest van God in ieder mens.

Het gaat om dingen uit ons alledaagse leven: we douchen, wassen onze handen; we drinken en geven de planten water; we nemen een aspirientje en plakken een pleister; we bewegen te weinig en worden stijf door ouderdom of ziekte; we krijgen het koud, we raken de weg kwijt.
En al die beelden gebruiken we ook om iets over ons innerlijk te zeggen: we maken vuile handen in ons leven. We staan droog, voelen ons dor. We voelen ons gekwetst door een opmerking of omdat we genegeerd worden. We roesten vast in gewoontes, in ons werk, in relaties. We verkillen door eenzaamheid, we raken de weg kwijt en zien geen uitkomst meer.

Zonden
Het zijn deze huis- tuin- en keukenwoorden die de Schrift gebruikt als ze over zonde spreekt. Nu praten we meestal niet graag over zonde. Niemand wordt graag herinnerd aan zijn eigen falen. Maar meer nog: Het woord ‘zonde’ heeft zoveel mensen klein gemaakt dat de betekenis ervan is uitgehold. Het is een woord geworden. Het gebed herinnert ons aan de gewone woorden die de Schrift gebruikt voor zonde, dat het gaat om ons gewone leven. En zoals die woorden, smerig, dor, gewond, verstard, verkild, krom, dan een eigen lading kunnen krijgen, zo ook de woorden die het werken van de Geest aanduiden; wassen, besproeien, genezen, soepel maken, verwarmen, oprichten. Die woorden drukken uit wat de Schrift bedoelt met ‘vergeven’. Als dat is waar het om draait bij vergeven, dan gaat het dus om eenvoudige dingen, om dingen uit ons leven van iedere dag.

Vergeven 
Dat het de heilige Geest is die wast, besproeit en geneest, die soepel maakt, verwarmt en opricht, kortom, die zonde vergeeft, dat heeft Langton geleerd uit het evangelie van vandaag, waar Jezus het tot zijn leerlingen zegt: "Ontvang de heilige Geest." En meteen daarna: "Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven." Maar ook: "Als jullie ze niet vergeven", als jullie niet wassen wat vuil is, niet sproeien waar mensen verdorren, niet genezen waar mensen gewond zijn, niet soepel maken, verwarmen en oprichten, "dan zijn ze niet vergeven." In jullie woont de Geest, de kracht van God die al deze dingen doet. Laat die Geest jullie handelen, jullie doen en laten doorschijnen.

Kom heilige Geest,
Veni Sancte Spiritus
Was wat vuil is
Besproei wat verdord is
Genees wat gewond is

Maak soepel wat verstard is
Verwarm wat verkild is
Richt wat verdwaald is

Geef de verdienste van deugd
Geef een heilvol eind
Geef eeuwige vreugde

Zalig Pinksterfeest!