Eén van de grootste pensioenfondsen van Nederland, PME (metaal- en technologische industrie), zet 286 miljoen aan fossiele beleggingen van 29 bedrijven in de verkoop naar aanleiding van onderzoek van journalistiek platform Pointer begin december. Het gaat om 230 miljoen aan steenkool-beleggingen en 56 miljoen aan beleggingen in gas- en oliewinning. PME beloofde in 2018 al ‘kolenvrij’ te zijn en zei in 2021 alle fossiele beleggingen te hebben verkocht. Maar na analyses van Pointer bleken er nog steeds bedrijven die fossiele energie winnen in de portefeuilles te zitten.

Pointer legde fossiele aandelen en obligaties van tien grote pensioenfondsen naast een lijst met kolenbedrijven, de Global Coal Exit List van de NGO Urgewald. In deze lijst worden bedrijven opgenomen die voor een belangrijk deel in de bruin- en steenkoolindustrie zitten, bedoeld om energie mee op te wekken. Uit de analyse van Pointer blijkt dat PGB, het pensioenfonds voor de sociale sector, met 4.689 euro per pensioendeelnemer en -ontvanger het fonds is met de meeste fossiele beleggingen. ABP (4130 euro per deelnemer) en bpfBOUW (3.371 euro per deelnemer) staan op plek twee en drie.  PME staat op de zesde plek met 2.427 euro per deelnemer, terwijl het in 2018 als één van de eerste pensioenfondsen aankondigde dat het ‘kolenvrij’ zou zijn. Maar ze investeert onder meer in Glencore, de derde grootste steenkoolproducent ter wereld. Naast PME deden ook pensioenfondsen ABP en PHENC beloftes om hun fossiele aandelen te verkopen.