Als het gemak waarmee coronacritici over ‘(medische) apartheid’ spreken ons iets laat zien, dan is het wel het pijnlijke gebrek aan kennis over de geschiedenis van Zuid-Afrika en ons eigen koloniale verleden.
“Ik wil niet dat mensen zich door mijn optredens gepusht voelen om
iets te doen wat niet fijn voelt”, schreef zanger Tim Douwsma op 14 september
in een instapost over het verplicht moeten tonen van een coronatoegangsbewijs bij zijn concerten. “Ik doe niet mee aan medische apartheid. Mijn wereld is
voor iedereen.”
In zijn poging om de vermeende tweedeling tussen gevaccineerden en
nietgevaccineerden in een krachtterm te vatten, staat Douwsma niet alleen.
Stichting Artsen Covid Collectief, de voortrekkers van Moederhart, Wybren van
Haga, kamerleden van Forum voor Democratie en talloze twitteraars en
coronademonstranten: allemaal gebruiken ze het woord ‘apartheid’ naar hartelust
om het effect van het Nederlandse coronabeleid kritisch te duiden.
En dat is niet onopgemerkt gebleven. In een recente en veel gedeelde post vroeg
fotograaf Bete van Meeuwen zich af of al die apartheidroepers zich wel bewust
zijn van de officiële betekenis en oorsprong van de term.
Als het gemak waarmee er over
(medische) apartheid wordt gesproken ons iets laat zien, dan is het misschien
wel dat: het totale gebrek aan kennis en bewustzijn over de geschiedenis van
ZuidAfrika. En daarmee de blinde vlek voor één van de belangrijkste hoofdstukken
uit ons eigen koloniale verleden.
Vandaar, voor iedereen die zich dit buitengewoon beladen begrip wil
toeeigenen: zes dingen die je moet weten over apartheid voordat je het woord
in de mond neemt.
1). Het ZuidAfrikaanse apartheidsregime was een voortzetting van
eeuwenlange koloniale onderdrukking
1948. Dat is het jaar waarin de Nasionale Party de verkiezingen in
ZuidAfrika won en bij wet liet vastleggen dat de witte minderheid in het land
politiek, sociaal en economisch zeggenschap had over de rest van de bevolking.
De miljoenen nietwitte burgers werden ingedeeld in drie groepen: de zwarte
(oorspronkelijke) inwoners, de Indiërs die zich als arbeidsmigrant hadden
gevestigd en de ‘kleurlingen’ met gemixte etniciteit. De zwarte bevolking kreeg
formeel de laagste status toegewezen, waarmee apartheid in ZuidAfrika het
schoolvoorbeeld werd van geïnstitutionaliseerd racisme.
Maar de onderdrukking, gedwongen verplaatsing en uitbuiting van de
oorspronkelijke inwoners was eigenlijk niets nieuws. Al in de eerste jaren
nadat Nederlandse kolonisten onder leiding van Jan van Riebeeck in 1652 een
handelspost stichtten bij Kaap de Goede Hoop, werd de aanwezige Afrikaanse
bevolking, de Khoi en de San, verdreven, gedood en geëxploiteerd.
“Het land waar de Khoi hun vee lieten grazen werd ingenomen, er werd een
omheining omheen gebouwd en vervolgens werd hen de toegang tot dat stuk land
ontnomen”, vertelt professor Christi van der Westhuizen. Zij is als socioloog
verbonden aan het ZuidAfrikaanse Centre for the Advancement of
NonRacialism and Democracy van de Nelson Mandela Universiteit, en
schreef meerdere boeken over het ontstaan en de nalatenschap van apartheid.
“Die segregatie op basis van afkomst en kleur werd onder de Britse overheersing
verder uitgebreid en is sindsdien altijd aanwezig gebleven.”
Tegen de tijd dat het apartheidsregime in 1948 werd opgetuigd, was ZuidAfrika
al lang geen Nederlandse kolonie meer en maakte het deel uit van de Britse
overzeese gebieden. Na de verkiezingswinst van de Nasionale Party waren het
echter niet langer de Engelstaligen, maar de Afrikaanstaligen die het voor het
zeggen hadden. De partij werd geleid door Afrikaners die hoofdzakelijk van één
bootvol Nederlandse kolonisten afstammen. Met de invoering van het
apartheidsregime wilden zij hun machtspositie in het land versterken.
2). Apartheid werd verdedigd door de racistische ideologie van witte overheersing
Het systeem van apartheid bestond uit honderden wetten die de vrijheden en
privileges of het ontbreken daarvan voor de ZuidAfrikaanse bevolking
bepaalden. Zo mochten zwarte ZuidAfrikanen enkel werken op voor hen aangewezen
plekken en verdienden zij een tiende van het salaris van een witte
ZuidAfrikaan met hetzelfde werk. Het systeem versterkte zo niet alleen de
politieke, maar ook de economische positie van witte Afrikaners die voor hun
welvaart afhankelijk waren van de uitbuiting van zwarte burgers.
Om die openlijke uitbuiting en onderdrukking te rechtvaardigen, beriepen de
Afrikaners zich op het idee van “blanke baasskap”, de witte overheersing. Zo
schreef de invloedrijke Afrikaner dichter Totius begin jaren ‘50 ‘Ten opsigte van die naturelle
spreek ons meer van die Christelike voogdyskap oor hulle.’ Oftewel: ‘ten
opzichte van de zwarte bevolking spreken we van de christelijke voogdijschap
over hen.’
Door veel Afrikaners werd ZuidAfrika dus gezien als land dat hen door God
was gegeven en waar zij als superieur, protestants en bovenal wit volk over
dienden te heersen. Voor hun overtuigingen lieten zij zich inspireren door de
Nederlandse theoloog en oprichter van de Vrije Universiteit Abraham Kuyper en
een deel van de Nederlandse hervormde kerken, die het apartheidsregime decennialang
bleven steunen.
In de hier te
bekijken documentaire The White Laager
uit 1977 wordt pijnlijk duidelijk wat de Afrikaners nog meer motiveerde om het
apartheidsregime in stand te houden.
3). De ongelijkheid onder apartheid had invloed op alle facetten
van het persoonlijke leven
Een van de meest verstrekkende gevolgen van apartheid was dat een
groot deel van de nietwitte bevolking werd gedwongen om hun woonplaats te
verlaten. “Zwarte ZuidAfrikanen werden verplicht om te verhuizen naar stukken
land die door de overheid werden aangewezen”, vertelt Van der Westhuizen. “Zoals
townships rond grote steden en een soort reservaten naar Amerikaans model,
Bantoestans genaamd. Door de gedwongen verplaatsing werden families uit elkaar
gehaald. De plekken waar zij al generaties lang leefden, werden ingenomen door
witte ZuidAfrikanen.”
Uiteindelijk bevolkten de 4 miljoen witte ZuidAfrikanen 87 procent van het
land, de 20 miljoen andere inwoners moesten het doen met de overige 13 procent.
Het was vrijwel onmogelijk om daar een menswaardig bestaan op te bouwen. “De
grond was niet geschikt voor landbouw, er waren geen wegen, nauwelijks medische
voorzieningen en de scholen kregen minimale financiering”, licht Van der
Westhuizen toe. “Vluchten uit de Bantoestans of townships was ook geen optie,
want voor de zwarte bevolking gold een movement control: een verbod op
vrije beweging.”
Maar daar hield het onrecht niet op. “Apartheid beïnvloedde de meest intieme
delen van iemands leven”, vertelt Van der Westhuizen. “Zo werd seks tussen
witte en nietwitte ZuidAfrikanen, maar ook tussen mensen van hetzelfde
geslacht strafbaar gesteld.” Ook sporten, het volgen van een religieuze dienst,
het betreden van overheidsgebouwen en het gebruikmaken van openbaar vervoer met
iemand met een andere huidskleur was verboden. Pas na de afschaffing van
apartheid in 1994 kreeg de zwarte bevolking stemrecht.
4). Kritiek of protest tegen het apartheidsregime was strafbaar
Wie zich uitsprak voor meer gelijkheid of het afschaffen van
apartheid werd door de regering weggezet als communistische volksvijand of
terrorist. Aan volksvijanden werd vaak zonder juridische procedure een
gevangenisstraf of andere vorm van verbanning opgelegd. In de jaren ‘70 stonden
in ZuidAfrika zo’n 20 duizend boeken op een lijst met verboden literatuur,
kritische journalisten moesten vrezen voor hun leven. Ook bij de politie, het
leger, de gevangenissen en de rechtbanken hielden de Nasionale Party en haar
aanhangers de touwtjes strak in handen.
Voor de zwarte bevolking werd het negeren van het verbod op vrije beweging in
de loop der jaren een veelvoorkomende vorm van protest, vertelt Van der
Westhuizen. De vele duizenden zwarte ZuidAfrikanen die achter tralies
verdwenen, wachtten zelfs in de gevangenis een ongelijke behandeling. Ze kregen
nauwelijks te eten, maakten lange werkdagen en werden op grote schaal gemarteld
en verkracht.
5). De nalatenschap van apartheid is in ZuidAfrika nog dagelijks
merkbaar
De gedwongen verplaatsingen, de economische uitbuiting, het geweld
en de onderdrukking: het apartheidsregime heeft in ZuidAfrika diepe sporen
achtergelaten. Bijna dertig jaar na de afschaffing heeft het land nog altijd de
meest ongelijke welvaartsverdeling ter wereld. En hoewel het volgens Van der
Westhuizen te kortzichtig is om álle ongelijkheid van nu af te schuiven op het
apartheidsverleden, blijven de oude sociale scheidslijnen op veel manieren
merkbaar.
“Een klein deel van de zwarte bevolking kan zich
tegenwoordig tot de economische elite rekenen”, zegt de socioloog. “Maar van de
miljoenen ZuidAfrikanen die in armoede leven, is de ruime meerderheid zwart.”
Volgens Van der Westhuizen zijn de verschillen vooral sociaalgeografisch goed
zichtbaar. “Vijftig jaar aan apartheid heeft onze landkaart getekend. Wie door
een ZuidAfrikaanse stad rijdt, kan nog altijd zien waar de townships liggen en
wat de rijkere buurten zijn waar ooit alleen maar witte mensen mochten wonen.”
Ook als het gaat om toegang tot zorg zijn de verschillen groot. “Onder apartheid
kregen de weinige medische faciliteiten in de Bantoestans veel minder
financiële middelen dan elders. Er was een groot gebrek aan artsen en
medicatie. Tegenwoordig merk je dat het in die gebieden nog altijd slecht
gesteld is met de medische zorg. De overwegend zwarte bevolking heeft er over
het algemeen geen geld voor private gezondheidszorg en is afhankelijk van de publieke
zorg, die wordt geplaagd door tekorten en corruptie.”
De coronapandemie brengt die ongelijkheid nog eens extra aan de oppervlakte.
“In de provincies waar ooit de Bantoestans lagen, zoals de Oostkaap, ligt het
percentage mensen dat overlijdt aan corona veel hoger dan het landelijk
gemiddelde.” En hoewel de vaccinatiebereidheid onder zwarte ZuidAfrikanen
juist groter is dan onder de witte bevolking, blijkt uit een recente
survey dat de vaccinatiegraad onder zwarte ZuidAfrikanen lager ligt.
6). Apartheid is volgens het internationaal recht een misdaad
tegen de menselijkheid
Met de gruwelijkheden in ZuidAfrika nog vers in het geheugen,
werd apartheid als misdaad tegen de menselijkheid in 1998 opgenomen in het
Statuut van Rome. Dit verdrag vormde de basis voor het Internationaal Strafhof
dat in 2002 werd opgericht.
Apartheid wordt hierin als volgt gedefinieerd:
"Misdaden die worden begaan in de context van een
geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en dominantie van
een etnische groep ten opzichte van andere etnische groepen, met als doel dat
regime in stand te houden".
Sindsdien is er nog geen regime of politiek leider
geweest die vanwege deze aanklacht voor het Internationaal Strafhof heeft
moeten verschijnen. Wel hebben verschillende mensenrechtenorganisaties,
waaronder Human Rights Watch, de behandeling van de Palestijnen door de Israëlische
regering veroordeeld als vorm van apartheid.