Anno 2021 zien wij burgers steeds vaker af van een rechtsgang. Waarom zetten we niet vaker AI in om te helpen met bulkzaken met veel data, zoals verkeersovertredingen? (Spoiler: omdat het soms goed is om technologisch gezien wat achter te lopen. Wij leggen uit waarom).

De Nederlandse rechtspraak lijkt anno 2021 echt van deze tijd: het heeft een eigen website, twittert over rechterlijke beslissingen met een hashtag (#uitspraak) en deelt filmpjes op Instagram waarin een rechter uitlegt wanneer spijbelen strafbaar is of waar de grenzen van vrije meningsuiting liggen. Toch is de rechtspraak minder toekomstbestendig dan op het eerste oog lijkt, zegt Floris Bex, bijzonder hoogleraar Data Science en Rechtspraak aan Tilburg University.

Hij onderzoekt de rechtspraak van de toekomst. Daarin spelen intelligente machines een cruciale rol, voorziet hij. Als datagedreven redders in nood kunnen zij de druk op rechters verlichten, de lange wachttijden wegwerken en de toegang tot het recht verbeteren. Maar die toekomst komt er niet vanzelf.

Rechters zijn overbelast, vertelt Bex, terwijl burgers en bedrijven steeds vaker afzien van een rechtsgang. In een alarmerend rapport kwam een onafhankelijke onderzoekscommissie tot harde conclusies: door een gebrek aan geld, capaciteit en visie moderniseert de rechtspraak niet snel genoeg, duren rechtszaken onnodig lang en leiden veel juridische procedures niet tot oplossingen. Als het tempo van verandering niet wordt opgeschroefd, schreef de commissie, dreigt de burger het vertrouwen in de rechterlijke macht te verliezen.

Datagedreven toekomst

De rechtspraak moet de koers verleggen in de richting van de nieuwe, datagedreven wereld. Maar hoe? Bex buigt zich over die vraag. Zijn leerstoel, die in 2018 is ingesteld door de Rechtbank OostBrabant en de Tilburgse rechtenfaculteit, is gewijd aan de technologische toekomst van de rechtspraak. Die toekomst lijkt nog ver weg. De opmars van intelligente machines speelt zich buiten de muren van rechtbanken en gerechtshoven af, en van arbeidsbesparende technologieën maakt de rechterlijke organisatie nauwelijks gebruik. “Dat is opvallend, omdat juist in de rechtspraak veel werk eigenlijk al heel algoritmisch van aard is.”

Er zijn genoeg tijdrovende klusjes die robots en computermodellen prima kunnen overnemen: dossiers doorploegen, uitspraken anonimiseren, samenvattingen maken, vonnissen vergelijken, naar patronen zoeken, juridische aanbevelingen doen. Nu moet al dat werk door mensen worden gedaan, soms nog handmatig.

“Dat de rechtspraak geen koploper is op het gebied van technologische ontwikkelingen is op zich niet erg”, zegt Bex. De rechtspraak heeft nu eenmaal niet de wendbaarheid van een startup. Bovendien kan het voor een organisatie met een groot maatschappelijk belang juist verstandig zijn om op een veilig afstandje achter nieuwe ontwikkelingen aan te lopen – als een fundamenteel element van de rechtsstaat zich te gemakkelijk laat meeslepen door de zoveelste golf van modernisering die zich schuimend en razend over de wereld stort, kunnen de consequenties ingrijpend zijn. Een zekere behoudendheid is daarom goed, zegt Bex. “Maar de afstand mag niet te groot worden.”

Volgens Erik Boerma, faillissementsrechter in Den Bosch, is dat laatste het geval. Het baart hem zorgen dat burgers met een juridisch probleem vaak niet naar de rechter stappen. “Dat procederen voor veel mensen te ingewikkeld, te duur of te tijdrovend is, moet voor ons een wakeupcall zijn. De rechtspraak kan alleen functioneren als het als nuttig en waardevol wordt ervaren”, zegt hij. “Om relevant te blijven, zal de rechtspraak radicaal moeten veranderen. Anders verliezen we op den duur onze maatschappelijke waarde.”

Datatechnologie kan het tij keren, denkt Boerma. Waar de rechtsorganisatie zelf niet snel genoeg in slaagt, lukt met behulp van AI misschien wel. De wachttijden terugdringen en de druk op rechters verlichten, bijvoorbeeld. Of alle rechterlijke uitspraken anonimiseren en online publiceren, zodat iedereen – het publiek, de wetenschap en de rechtspraktijk – toegang heeft tot een slim doorzoekbare database waarin alle vonnissen en arresten worden opgenomen. Hoewel dat laatste een operatie met haken en ogen is, zou volgens Bex iedereen profijt hebben van een snellere, slimmere en beter toegankelijke rechtspraak: “Rechters, advocaten, maar zeker ook burgers.”

Geen glazen bol

Toch lost AI niet alle problemen op. Volgens Bex is het een misvatting dat met genoeg data alles te beheersen en te voorspellen is. “AI kan heel veel, maar ook heel veel niet”, zegt hij. Zo kan een zelflerend AIsysteem de beste schakers en dammers onder tafel spelen, maar vergt rechtspreken bij uitstek menselijke intelligentie.

“AI is goed in schaken omdat het alle mogelijke zetten en uitkomsten kent, maar ook omdat de mogelijkheden in een schaakspel afgebakend zijn: het schaakbord kan niet groter of kleiner worden, en er komen niet ineens meer kleuren of nieuwe schaakstukken bij. Het recht werkt anders”, legt Bex uit. “In een rechtszaak kan er altijd iets onverwachts gebeuren, iets waar de computer geen rekening mee kan houden. En bovendien: het recht wordt vaak gezien als een verzameling regels. Maar het omvat ook belangrijke concepten als redelijkheid en billijkheid, die je niet kunt vatten in vaste formules.”

[article=robotstoekomst]

Rechtvaardigheid is niet in data te vangen, zegt Bex. Dat maakt de automatisering van de justitiële wereld een ingewikkelde opgave, waar risico’s aan kleven. Want datatechnologie brengt niet per se verbetering. “Dat hebben we bijvoorbeeld gezien bij de fraudejacht van de Belastingdienst en bij beslissystemen van de Amerikaanse reclassering: een algoritme dat voorspelt of iemand zal frauderen of recidiveren kan vooringenomen zijn en fouten maken, soms met enorme gevolgen. AI is geen glazen bol. Maar wat is het dan wel? Hoe gebruik je het op een verantwoorde manier? En wat kan de rechter ermee? Dat zijn belangrijke vragen.”

Om ze te beantwoorden, experimenteert Bex bij de Rechtbank OostBrabant met kunstmatige intelligentie in veelvoorkomende en juridisch eenvoudige zaken, of ‘bulkzaken’, zoals verkeersovertredingen. “Bij de rechtbank komt een enorme stroom van dat soort zaken binnen. Die moeten nu allemaal zaak voor zaak worden afgehandeld.”

In samenwerking met Bex werd een automatisch beslissysteem ontwikkeld dat conceptvonnissen kan maken. “Op basis van grote hoeveelheden data kijkt het systeem: deze boete is terecht en moet blijven staan, of juist niet. Ook laat het systeem belangrijke informatie over de zaak en vergelijkbare zaken zien, om zo de rechtbankmedewerker te ondersteunen bij de beoordeling van de zaak.”

500.000 zaken per jaar

Rechtbankmedewerkers werkten met het systeem tijdens een pilot. Dat was een succes, aldus Bex. Het AIsysteem zou volgens hem goed kunnen helpen bij het afhandelen van boetes voor hardrijders en foutparkeerders. En soortgelijke systemen zouden rechters in andere bulkzaken kunnen assisteren. “We willen bijvoorbeeld onderzoeken hoe AI kan worden ingezet in bewindszaken. Ook daarvan zijn er heel veel.”

Van de ruim anderhalf miljoen zaken die de rechtspraak jaarlijks behandelt, gaat ongeveer een derde over bewindvoering. Dat zijn zo’n 500.000 zaken per jaar. In al die zaken heeft de rechter een bewindvoerder benoemd die de financiën beheert van iemand die dat zelf niet kan of mag – een dementerende oudere, bijvoorbeeld, of een ondernemer die in staat van faillissement verkeert. “Er zijn professionele bewindvoerders, maar in veel gevallen is het een familielid of bekende die de geldzaken beheert”, legt Bex uit. “De rechter houdt toezicht op de bewindvoerder, door jaarlijks te controleren of er geen gekke dingen gebeuren en het financiële beheer eerlijk en volgens de regels verloopt.”

[article=algoritmesdiscrimineren]

Aan dat toezicht, dat voornamelijk bestaat uit rekeningen en verantwoordingen controleren, gaat veel kostbare tijd verloren. “De vraag is: kan dat met behulp van AI niet veel sneller en efficiënter? Ik denk dat dat heel goed kan.”

Erik Boerma, die naast zijn rechterschap betrokken is bij de digitalisering van toezichtzaken bij ICTdienstverlener IVO Rechtspraak, deelt die overtuiging. Technologische toepassingen zijn volgens hem hard nodig om de rechter te ondersteunen. “De kwaliteit van de rechter ligt in het vermogen om beslissingen te nemen, om empathisch en creatief te zijn”, zegt hij. “Niet om gegevens te verwerken of data te verzamelen. Daar zijn systemen goed in. Als we dat aan computers overlaten, hebben rechters meer ruimte om zich te richten op dat wat hen nodig en nuttig maakt.”

Bang dat de datarevolutie doorslaat en robots in de toekomst op de stoel van de rechter gaan zitten, is Boerma niet. “Ik denk niet dat er rechters zijn die principieel niet met data willen werken, of bang zijn dat robots straks hun werk overnemen. Rechterswerk kun je niet automatiseren. Faciliteren, dat kan wel.”

Menselijker

Ook Bex gelooft niet in robocalyptische doemscenario’s van een ontmenselijkt rechtssysteem. Robotrechters die zelfstandig oordelen zullen er volgens de Tilburgse hoogleraar nooit komen. “AIsystemen kunnen een ondersteunende rol hebben in de rechtspraak, geen beslissende.”

Technologie is niet iets dat de mens overkomt, benadrukt Bex. Dat betekent dat we de komst van de robots niet hoeven te vrezen, maar ook dat de technologische toekomst van de rechtspraak zich niet vanzelf zal ontvouwen. “Het ontbreekt de rechtspraak nog aan een duidelijke visie over data science en AI”, zegt Bex. “We weten wel ongeveer wat we met AI zouden kunnen in het recht, maar wat wíllen we ermee?”

[article=algoritmesdiscrimineren2021]

Zijn onderzoek aan de Tilburgse rechtenfaculteit is een zoektocht naar de datagedreven toekomst van de rechtspraak. Door experimenten op te zetten en te analyseren, maar ook door meer beschouwende wetenschappelijke artikelen te schrijven over ethische en juridische vraagstukken, wil hij de rechtspraak helpen vooruitkijken.

Bex schetst een optimistisch toekomstbeeld van de rechtspraak, waarin robotisering niet tot verkilling leidt maar juist ruimte biedt voor de menselijke maat. Paradoxaal genoeg schuilt daarin de grootste belofte van intelligente machines, zegt hij: “We moeten zorgen dat AI de rechtspraak menselijker maakt.”